Onlangs trof ik in het Haags Gemeentearchief een onopvallend pamflet. Het was een oproep van Rabbi Jisraël Meir uit Radin, beter bekend als de Chofetz Chaim, om een speciaal gebed uit te spreken voor de Joden in Rusland.
Dit pamflet lag in een map met correspondentie van de Haagse opperrabbijn Maarsen.
Het was in de jaren twintig van de twintigste eeuw, een periode waarin grote delen van de Sovjet-Unie werden getroffen door hongersnood en er hevige onderdrukking was van het Joodse geloof en gemeenschapsleven.
Het was in deze jaren dat de vorige Lubavitcher Rebbe, Rabbi Joseph I. Schneerson, samen met de Chofetz Chaim, Rabbi Chaim Ozer Grodzinski uit Wilna, Rabbi Josef Chaim Sonnenfeld uit Jeruzalem en andere prominente rabbijnen initiatieven namen ten behoeve van de Joden in Rusland.
Zo werd deze oproep gedaan aan alle Joodse gemeenschappen in Europa om een speciaal gebed uit te spreken tijdens Jom Kipoer 1928.
Zoals het Centraal Blad voor Israëlieten in Nederland op 21 september 1928 schreef:
Het te Wilna verschijnend orthodox weekblad „Das Wort” bevat een oproep van Rabbi Israël Meir uit Radin, den schrijver van „Chofez Chajim,” waarin hij mede in naam van vele andere voorname Rabbijnen de gemeenten oproept, om op den Verzoendag van dit jaar bijzondere gebeden uit te spreken voor de broeders in Sovjet-Rusland, die aan zware godsdienstvervolgingen zijn blootgesteld. In het schrijven wordt aangegeven, dat na het Kol nidrei-gebed ingevoegd moeten worden de Psalmen 74 en 79 en op den dag vóór Neïla de Psalmen 70 en 109, door gazan en gemeente vers om vers te reciteeren. Aan de Psalmen sluit zich het volgende gebed aan, dat in zijn grondvorm ontleend is aan het Gebedenboek van Rabbi Chajim Jozef David Assulvij [Azulai, red.].
Het doel was om bij de Almachtige te smeken om medelijden te hebben met de Joden in Rusland, maar tegelijkertijd ook om bewustzijn te creëren in West-Europa over de erbarmelijke omstandigheden van hun broeders in Rusland en te proberen hen te mobiliseren om via het Westen druk uit te oefenen op het communistische regime.*
Zo is dit pamflet ook naar de Haagse opperrabbijn Maarsen gestuurd om in de plaatselijke sjoels uit te spreken.
*Zie: David Eliezrie Undaunted, hoofdstuk 5
Op zichzelf is dat niet bijzonder opvallend. Wat het pamflet wél bijzonder maakt, is dat een deel van het gebed met correctievloeistof is bedekt. Dat valt op. Wat staat hieronder? Beviel iets niet aan de tekst, of is hier iets gecensureerd?
Wat dit nog opmerkelijker maakt, is dat de moderne correctievloeistof pas halverwege de jaren vijftig is uitgevonden. Dit moet dus vele jaren na 1928 zijn gewist.
Dus heb ik AI geraadpleegd om het originele pamflet te zoeken. Deze kon ik vinden via het veilinghuis Moreshet Auctions.
Nu kunnen wij de teksten naast elkaar leggen. Wat blijkt: het zijn vooral verwijzingen naar de slechte omstandigheden van de Russische Joden en het (Sovjet)regime in het gebed die worden bedekt.
Wie zou belang hebben om juist het belangrijkste onderdeel van het pamflet te verbergen?
Dit valt te verklaren als we kijken naar de geschiedenis van dit archief.
Meegenomen naar Moskou
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is een deel van de archieven van de NIG en andere Haags-Joodse instellingen door de nazi’s buitgemaakt. Deze zijn op hun beurt weer door het Sovjetleger naar Moskou meegenomen.
Pas rond de val van de Sovjet-Unie werd ontdekt dat er nog Haagse archieven in Moskou lagen.
Na veel diplomatiek gesteggel zijn deze begin jaren 2000 teruggekeerd naar Den Haag. (Het volledige verhaal kunt u lezen op de website van Joods Erfgoed Den Haag).
Dit pamflet uit de Maarsen-collectie maakt ook onderdeel uit van het teruggekeerde archief.
Beledigend voor ‘Moeder Rusland’
Waarschijnlijk heeft ergens in de tweede helft van de twintigste eeuw een Sovjetbureaucraat deze documenten doorgenomen en besloten dat deze passages uit het gebed beledigend waren voor ‘Moeder Rusland’. Hij heeft er letterlijk een streep doorheen gezet.
Zo kan één pamflet ons zoveel vertellen over de geschiedenis.
Wij mogen dankbaar zijn dat het Joodse leven heden ten dage niet meer op deze manier wordt onderdrukt. Toch kan deze oproep ons wellicht eraan herinneren te denken aan het lot van onze medejoden elders ter wereld, waar het minder voorspoedig aan toe gaat. En hen in gedachten te hebben tijdens de gebeden op Rosj Hasjana en Jom Kipoer, opdat ook zij een goed en gezond nieuw jaar tegemoet mogen gaan.
Sjana Tova!
cover: logo Haags Gemeentearchief
Geef als eerste een reactie