Naftoli, deze schmutz wil ik niet in ons huis

mijn eigen weg #14

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen

16 januari 2012

Natuurlijk wist ik dat het een keer mis moest gaan. Vanzelfsprekend zou tatti of mammie de bibliotheekboeken op een dag ontdekken.

’s Avonds voordat ik mijn lampje uitdeed om te gaan slapen verstopte ik ze onder mijn bed. De volgende ochtend bij het opstaan legde ik ze dacht achter de seforim in mijn boekenkast. Eén keer moet mammie een van de boeken hebben gezien. Ik had het per ongeluk onder mijn kussen laten liggen. Diezelfde avond was mijn bed gewoon opgemaakt. En het boek lag nog onder mijn kussen. Mammie heeft er nooit iets over gezegd.

Maar nu zijn ze dus gevonden. Misschien wilde tattie een van mijn seforim uit mijn kast pakken. Ik weet het niet. Hoe dan ook. Met een heel boos gezicht staart hij in de gang naar een grote tas met de bibliotheekboeken naast zich op de grond.

‘Naftoli, pak deze troep. Deze toeme raak ik niet aan. Ga nu mee naar die mensen in die bibliotheek de jou verleid hebben om deze schmutz ons huis binnen te brengen.’ Ik staar tattie aan.

Schmutz? Verleid hebben? Het zijn drie boeken met bijna allemaal plaatjes. Eén gaat over soldaten. Het andere boek over de hoofdstad van Amerika. En het derde boek over een Joods meisje dat zich in de oorlog had verstopt. Hoezo schmutz?

Natuurlijk, ik begrijp best wat tattie bedoelt met schmutz. Alles wat niet Joods is vindt hij schmutz. Maar hoezo? Ik vind dit helemaal geen smerigheid. Alleen maar omdat het niet echt Joods is?

‘Nou Naftoli, komt er nog wat van? Jij draagt deze troep. Ik raak het niet aan. En zorg dat de tas goed dicht is. Op straat mag niemand zien wat wij hier bij ons hebben’.

Met mijn mouw wrijf ik over mijn ogen. Tattie loopt voorop. Ik loop met de tas achter hem aan. Tattie kijkt niet om of ik hem wel volg. We moeten even wachten tot het licht op groen springt. Tattie wijst naar het gebouw aan de overkant. Zonder me aan te kijken zegt hij ‘Als we daar zo binnen zijn wijs je mij diegene aan die jou deze spullen heeft meegegeven. Dan zal ik haar wel het een en ander vertellen!’

Ik voel dat ik een kleur krijg. Wat zal juffrouw Gloria wel niet denken van tattie? “Die boze man is jouw vader?” ‘Maar tattie, die juffrouw…’

‘Wat juffrouw. Als we daar binnen zijn hou jij je mond. En dan zal ik wel het een en ander vertellen. Op zo’n manier dat ze jou nooit meer een boek of wat dan ook mee durft te geven.’

Met een zwaai duwt tattie de deur open. Ik zie meteen dat juffrouw Gloria er niet is. Wel een meneer die ook wel eens achter de tafel zit naast juffrouw Gloria. Hij kijkt vreemd op wanneer tattie ineens voor hem staat. ‘Heeft u mijn zoon deze boeken meegegeven?’ Tattie grist nu de tas uit mijn handen. Nu raakt tattie ze wel aan? ‘Eh, nee meneer. Deze jongen heb ik hier wel eens een enkele keer gezien. Maar ik hem nog nooit gesproken. Mijn collega wel, maar die is er vandaag niet.’ Meteen voel ik iets van opluchting.

Gelukkig, juffrouw Gloria is er niet. ‘Dat is maar goed ook. Dan hoef ik die ook niet te woord te staan.’ Met een plof zet tattie de tas op tafel voor het gezicht van die meneer.‘ Ik verbied u en al uw collega’s mijn kind nog ooit enig boek van hier mee te geven. Heeft u dat goed gehoord?’ Ik zie dat andere mensen in de bibliotheek verstoord naar ons opkijken. ‘Wij Joden, hebben onze eigen Heilige boeken. Die troep van jullie willen we niet in ons huis hebben. Nogmaals, heeft u dat goed gehoord?’

De man staart ons onthutst aan. Hij zegt geen woord. Tattie grijpt mij bij mijn schouder. ‘Kom’. Hij trekt me mee naar buiten. Op de stoep blijven we staan. ‘Naftoli, ik verbied je om nog ooit een stap in dat gebouw te zetten. Hoor je me? Elke dag zal ik jouw kamer controleren of je nog meer schmutz binnen brengt. Hoor je wat ik zeg?’ Ik knik. Zachtjes fluister ik ‘Ja Tattie’. Maar in mijn binnenste voel ik nu al dat ik hier niet naar ga luisteren. Ik kán hier niet naar luisteren.

Het is nu een week geleden dat tattie me mee nam naar de bibliotheek. Door de glazen deur zie ik juffrouw Gloria achter de tafel zitten. De man die daar vorige week zat is er niet. Ik kijk goed om me heen. Er is geen Jid op straat. Met een rode kleur sta ik voor de tafel. Juffrouw Gloria kijkt op. ‘Ah, dag Toli. Hoe gaat het met je? Gerald, mijn collega, vertelde me dat je vorige week hier met je vader was. Wat is er eigenlijk gebeurd? Is vader zo streng in het geloof?’

Als een klein kind sta ik te huilen. Het lukt me niet om iets te zeggen. Juffrouw Gloria staat op van haar plaats. ‘Toli, ga even mee naar mijn kantoortje, hier achter. Dan kun je me op je gemak vertellen wat er allemaal gebeurd is.’ Ze fluistert even iets in het oor van een andere vrouw in de bibliotheek. Deze gaat meteen achter de tafel zitten. Juffrouw Gloria loopt voor mij uit naar het kantoortje. Zij sluit de deur. ‘Hier Toli, neem deze stoel maar. En hier heb je wat water. Neem maar een slok. Dat zal je goed doen’. 


Toeme Geestelijke onreinheid
Schmutz Smerigheid

Over Lody van de Kamp 111 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*