4 mei was belangrijk bij ons thuis. Dan moesten we de doden herdenken.
Ik mocht om vier uur de vlag halfstok hijsen. Op de televisie volgden we de herdenking op de Dam. Om acht uur stonden we op om een minuut stil te zijn. Alle omgebrachte familieleden moesten we dan herdenken.
Er werden geen namen genoemd. Ik kan me niet herinneren of mijn ouders ooit gehuild hebben tijdens zo’n herdenking of verdrietig waren. Als kind wist ik me er geen raad mee. Wie waren al die dode mensen die ik nooit heb gekend en over wie ik zelden iets hoorde? Het was beangstigend.
Nu weet ik een paar namen. Elizabeth Carolina Gersons, kortweg Lize genoemd, was getrouwd met Maurits Joost de Vries. Hun dochter Rosa Henriëtte werd in mei 1939 geboren. Maurits werd op 34-jarige leeftijd in augustus 1942 in Auschwitz vermoord. De 31-jarige Lize en haar driejarige dochtertje Rosa werden een half jaar later vergast.
Struikelstenen Appingedam
In 2020 werden mijn zus Elly en ik samen met mijn vrouw uitgenodigd door de stichting Struikelstenen Appingedam om de plaatsing van struikelstenen ter nagedachtenis van Lize, Maurits en Rosa bij te wonen.
Wat fantastisch dat mensen dat daar deden. We zouden bij die gelegenheid iets moeten vertellen over Lize. Ze was de jongste zus van mijn vader. Behalve enkele mooie foto’s van haar wisten we niets van haar leven in Appingedam. Onze vader sprak nooit over haar en in Appingedam waren we slechts één keer eerder geweest.
Kleine vergeelde foto
Toen ik zeventig werd heb ik, gestimuleerd door mijn vrouw, besloten om portretten te gaan schilderen. Eerst heb ik het grotendeels omgebrachte gezin van mijn moeder min of meer nageschilderd van een kleine vergeelde foto. Ik wou hen voor de geest halen. Het was zo’n foto van een welvarend gezin, gemaakt door een fotograaf in de Leidsestraat. Het onheil dat hen zou overkomen, wou ik stilletjes tonen door de lichte gele achtergrond een klein beetje in zwart te laten overgaan. Het jongste kind Paul, ingeklemd tussen zijn ouders, kijkt heel droevig alsof hij zijn noodlot voorvoelde.
Na ons bezoek aan Appingedam besloot ik Lize en Rosa van een foto te gaan schilderen. Dat Rosa als driejarige vermoord werd, grijpt mij van alle verhalen het meeste aan. Een grootvader van mij werd op zeventigjarige leeftijd omgebracht in Sobibor. Ook vreselijk, maar hoe konden ze een driejarige ombrengen?
Schilderen als intuïtief proces
Ik wilde hen schilderen omdat het mij zo verdrietig maakt. Schilderen ervaar ik als iets wat buiten mij omgaat, een compleet intuïtief proces. De foto is naar ik vermoed uit eind 1940 toen Rosa ruim een jaar was. Het schilderij – en dat is zo mooi van schilderen – grijpt aan. Lize en Rosa kijken ons doordringend aan, misschien ergens van ‘weten jullie wel wat ons is aangedaan’.
Zoals ik Rosa heb geschilderd, zo wit en bleek met een blik die verdergaat dan verbazing, die misschien het beste als unheimisch genoemd kan worden, heb ik hun lot willen verbeelden.
Inmiddels ben ik bezig een kindje van dezelfde leeftijd te schilderen, een kindje van nu, die verbaasd de wereld inkijkt en ook Joodse wortels heeft. Het leven gaat door.
cover: het schilderij Lize en Rosa van de auteur op de ezel in zijn woning. Op de achtergrond een zelfportret van de auteur.
Geef als eerste een reactie