‘Mijn grootvader was Joods.’ Ik vraag me af hoeveel mensen die zin tegenwoordig uitspreken.
Misschien vaker dan vroeger, misschien valt het mij alleen meer op. Er duikt ergens een vergeelde foto op, een chanoekia op zolder of een grafsteen met Hebreeuwse letters. En plotseling wil een kleinkind weten wat dat allemaal met hem te maken heeft.
Zou het kunnen dat sommige families na twee of drie generaties opnieuw belangstelling krijgen voor hun Joodse wortels? Dat wat grootvader liever verzweeg, door zijn kleinkind nieuwsgierig wordt onderzocht?
Of zie ik een ontwikkeling die helemaal niet zo groot is als ik denk?
Wat vertellen de cijfers?
Na de Shoah moest Joods Nederland opnieuw beginnen. Van de ongeveer 140.000 Joden die voor de oorlog in Nederland leefden, werden er ruim 100.000 vermoord. De overlevenden moesten verder in een land waarin hele families en gemeenschappen waren verdwenen.
Sommigen hervonden hun Joodse leven. Anderen werden minder religieus, of waren dat al voor de oorlog, trouwden buiten de gemeenschap of spraken nauwelijks meer over hun afkomst. Misschien wilden ze hun kinderen vooral een zorgeloze toekomst geven.
Maar betekent minder Joodse religieuze praktijk automatisch minder Joodse identiteit?
Volgens onderzoek van Joods Maatschappelijk Werk en het Institute for Jewish Policy Research uit 2025 beschouwen ongeveer 35.000 Nederlanders zichzelf als Joods. Daarnaast hebben naar schatting 30.000 mensen een Joodse familieachtergrond zonder tot die eerste groep te behoren.
Bij 37 procent van degenen die zichzelf als Joods beschouwen, is minstens één ouder niet-Joods.
Dat zijn interessante cijfers, maar wat vertellen ze ons werkelijk? Afkomst, zelfidentificatie en halachisch Joods-zijn zijn immers verschillende zaken. Wie een Joodse vader heeft, wordt daardoor volgens de traditionele halacha niet automatisch als Joods erkend.
Zouden we naast de vraag hoeveel Joden er zijn, ook moeten onderzoeken hoeveel mensen hun Joodse achtergrond opnieuw ontdekken?
New York, Londen en Parijs
Aan de andere kant van de oceaan wonen in New York en de omliggende gebieden ongeveer 1,37 miljoen Joden. Amerikaans onderzoek laat zien dat Joodse identiteit ook onder kinderen uit gemengde huwelijken kan voortleven.
Maar wat betekent die identiteit precies? Religie, cultuur, familiegeschiedenis of misschien een combinatie daarvan?
In Londen leven orthodoxe families, seculiere Joden, gemengde gezinnen en Israëliërs naast elkaar. Frankrijk heeft weer een heel andere ontwikkeling doorgemaakt. Daar veranderde de gemeenschap na de oorlog ingrijpend door de komst van Joden uit Noord-Afrika.
Is het eigenlijk wel mogelijk om over de toekomst van het Europese Jodendom te spreken, alsof we allemaal dezelfde kant op bewegen?
Wij Joden hebben tenslotte nooit bijzonder uitgeblonken in het gezamenlijk volgen van één routebeschrijving.
Joodse woningruil
Sinds 7 oktober 2023 vragen Europese Joden zich af of ze hier nog veilig zijn. Sommigen overwegen alya. De zorgen over antisemitisme zijn ernstig en verdienen geen relativering.
Maar tegelijkertijd gebeurt er iets merkwaardigs. Israëliërs vestigen zich in Amsterdam, Londen, Berlijn en andere Europese steden.
Volgens het Nederlandse onderzoek is immigratie, vooral vanuit Israël, zelfs de belangrijkste reden dat de Joodse bevolking hier niet krimpt maar licht groeit.
Zou het kunnen dat Nederlandse Joden naar Israël willen vertrekken, terwijl Israëliërs juist in Nederland een toekomst zoeken?
Als we de verhuiswagens wat beter coördineren, kunnen we misschien gewoon van woning ruilen. Dat bespaart een hoop makelaarskosten.
Maar achter die grap schuilt een serieuze vraag. Betekent emigratie uit Europa noodzakelijk het verdwijnen van Joods leven? Of ontstaat er tegelijkertijd ergens anders iets nieuws?
Hebben we dit niet eerder meegemaakt?
Als ik daarover nadenk, kom ik vanzelf bij mijn eigen Sefardische familiegeschiedenis terecht.
In 1492 werden de joden in Spanje en in 1497 in Portugal gedwongen zich tot het christendom te bekeren. Hun nakomelingen leefden generaties als Nieuwe Christenen. Sommigen hielden Joodse gebruiken in het geheim in stand, anderen verloren veel van hun religieuze kennis.
Rond 1600 kwamen nakomelingen van deze families naar Amsterdam. Daar konden zij opnieuw openlijk Joods leven. Maar hoe doe je dat wanneer je ouders en grootouders je nauwelijks nog iets hebben kunnen leren?
Moesten sommigen niet opnieuw ontdekken hoe je sjabbat viert, welke gebeden je uitspreekt en wat de voorschriften betekenen?
Dat moet een merkwaardige ervaring zijn geweest. Je ontdekt dat je Joods bent en krijgt meteen een complete gebruiksaanwijzing mee. In een taal die je misschien nauwelijks beheerst.
Zeventiende eeuw
Mijn familie De Casseres maakt deel uit van die Portugees-Joodse geschiedenis. In Amsterdam ontstonden verschillende gemeenten, die zich in 1639 verenigden. In 1675 werd uiteindelijk de grote Esnoga ingewijd.
Natuurlijk kun je de gedwongen bekeringen en de Inquisitie niet vergelijken met de gevolgen van de Shoah, assimilatie of gemengde huwelijken. Het zijn totaal verschillende geschiedenissen.
Maar zou er toch één overeenkomst kunnen bestaan? Dat een religieuze praktijk gedurende generaties naar de achtergrond verdwijnt, terwijl een herinnering aan de afkomst blijft bestaan?
Misschien moet ik ook mijn eigen waarnemingen wantrouwen.
Wanneer ik drie berichten over antisemitisme aanklik, krijg ik er de volgende dag dertig. Lees ik over één familie die naar Israël vertrekt, dan lijkt het alsof heel Buitenveldert inmiddels op Schiphol staat.
Mijn Facebook-tijdlijn is gelukkig geen volkstelling. Maar andersom geldt hetzelfde. Als ik enkele verhalen tegenkom van mensen die hun Joodse wortels herontdekken, bewijst dat nog geen grote maatschappelijke beweging.
Misschien zie ik vooral wat mij persoonlijk interesseert.
Wie is straks Joods?
En toch blijft die vraag me bezighouden.
Zal de Joodse toekomst uitsluitend worden bepaald door de mensen die vandaag als Joods worden erkend? Of spelen ook hun kinderen, kleinkinderen en mensen met een gedeeltelijk Joodse achtergrond daarin een rol?
Wat betekent het wanneer iemand met één Joodse grootouder zich opnieuw in de familiegeschiedenis verdiept? Wanneer een vaderjood besluit gioer te doen? Of wanneer een seculiere Israëliër in Amsterdam nooit naar sjoel gaat, maar op vrijdagavond trouw zijn moeder belt?
Niet al die mensen hebben dezelfde religieuze status. Maar zouden ze niet allemaal iets kunnen vertellen over de toekomst van Joodse identiteit?
Als ik tegenwoordig de Esnoga binnenloop, denk ik soms aan de Portugese voorouders die hun Joodse leven opnieuw moesten opbouwen. Meer dan vier eeuwen later komen er nog altijd mensen binnen. Sommigen kennen ieder gebed, anderen zoeken nog naar de juiste bladzijde.
Misschien is de interessantste vraag dus niet of het Joodse volk verdwijnt, maar hoe het zich blijft ontwikkelen.
Ik weet het antwoord niet. Daarom ben ik benieuwd hoe anderen dit zien.
Eén ding geeft me voorlopig enige moed. Het verdwijnen van het Joodse volk wordt al minstens tweeduizend jaar voorspeld.
Tot dusver zonder het gewenste resultaat.
Bronnen en verantwoording
JMW / Institute for Jewish Policy Research (2025) circa 35.000 Joden in Nederland, een bredere groep van circa 65.000 mensen met Joodse wortels, 37% met minstens één niet-Joodse ouder en de invloed van Israëlische immigratie.
UJA-Federation of New York (2023) circa 1,37 miljoen Joden in New York en de onderzochte omliggende gebieden.
Pew Research Center (2021) Joodse identiteit en de gevolgen van gemengde huwelijken in de Verenigde Staten.
Joods Cultureel Kwartier geschiedenis van de Portugese Joden in Amsterdam en de inwijding van de Esnoga in 1675.
Historische literatuur over Portugees-Joodse geschiedenis gedwongen bekeringen in Portugal in 1497 en de terugkeer naar het openlijk Joodse leven rond 1600.
cover: beeld auteur (mbv AI)
Geef als eerste een reactie