In Tetsawee, de Parasja van deze week, valt op dat de naam van Mosjé ontbreekt. De tekst behandelt de kleding van de Kohen Gadol, de Hogepriester.
In de Torah krijgen Aharon en zijn zonen deze priesterlijke functies toebedeeld. Mosjé, toch de leider van deze tot volk omgevormde stammen, ziet de hoogste religieuze taak aan zijn neus voorbijgaan.
Hoe zou Mosjé dit persoonlijk ervaren hebben? Als een verlichting: dat niet de hele verantwoordelijkheid voor de ‘avoda’ (dienst aan God) bij hem lag? Bij het begin van zijn roeping om de Hebreeuwse stammen uit de slavernij te bevrijden was hij niet onmiddellijk enthousiast en twijfelde hij aan zijn capaciteiten.
Of was het later lastig dat de religieuze topfunctie bij zijn broer en neven Aharon terechtkomt?
Hierover verschafte de Torah geen informatie. Zoals Avivah Gotlieb Zornberg* in haar commentaar op Exodus heeft opgemerkt: de relatie tussen de broers Moshé en Aharon blijft raadselachtig. Er is spanning (wie is nu eigenlijk de hoogste leider?) en er is ontspanning (de taken tussen de broers zijn duidelijk verdeeld.
*Avivah Gotlieb Zornberg (1944) is een Tora geleerde en auteur. Zij is in Londen geboren en opgegroeid in Glasgow. Zornberg woont sinds 1969 in Israël.
Buitenkant en binnenkant
De precieze en bijzondere aankleding van de Kohen Gadol wordt tot in elk detail beschreven als een Goddelijke opdracht. Elk onderdeel van zijn kleding kon bijdragen aan vergeving voor overtredingen van het Joodse volk.
De efod (het borstschild) droeg de Kohen Gadol om verzoening te krijgen voor ‘avoda zara’, afgoderij.
Het is niet moeilijk om voor te stellen dat de vrijgemaakte slaven tijdens hun woestijntocht in wanhopige heimwee terug vielen in Egyptische rituele aanbidding. Zoals bij voor de grootste blunder: het gouden kalf.
Wat is afgodendienst?
In de twintigste eeuw werd een middeleeuwse commentator herontdekt: Menachem Meïri (Perpignan 1249-1315). Hij verklaarde dat zowel christendom als islam buiten de categorie afgoderij vallen.
In zijn werk als geldhandelaar zal hij goed op de hoogte zijn geweest van de lokale religieuze gebruiken. Speculeren en filosoferen over de essentie van afgoderij is van alle tijden, dus ook nú.
Wat past er nu wél en niet in je leven als je Joods bent?
Gelukkig blijft het een arbitrair gebied. Er is geen Rome en geen paus in het jodendom. Hoezeer vele stromingen binnen het jodendom hun gemeenschappen ook willen sturen, willen beïnvloeden, hen de wet voorschrijven.
Blijvend staven aan de essentiële opdracht
- In de hedendaagse media wordt wel geklaagd over de oppervlakkigheid van de populaire cultuur zoals die via sociale media vrijwel de hele wereld beheerst. Onder de bling bling van de buitenkant zit meestal wel degelijk een diepere boodschap zoals work hard, play hard: als je maar hard genoeg werkt, wordt je succesvol en zul je over grote financiële middelen beschikken. En wat doe je daar dan vervolgens mee? Een eigen vliegtuig aanschaffen (roept blijkbaar nogal wat jaloezie op in calvinistisch Nederland…) en/of help je een minder vermogende medemens vooruit zonder jezelf daarvoor op een podium te zetten?
- Dagelijks wordt in de Tefillot, de Joodse gebeden ‘geoefend’ in het niet-loslaten van de gps, de richtingaanwijzer, primair in de Torah vastgelegd om je niet te verliezen in afgoderij: het vereren van iets of iemand anders dan de oorzaak van alle bestaan de Schepper van het universum en het leven. En met ons verstand en gevoel weten we of de koers kloppend – óf een Hotel California is (you can always check out… but you can never leave). In deze songtekst gaat het over de strijd tussen kunst en commercie.
- Kunst en commercie zijn geen taboes in het jodendom. Het is een opdracht om blijvend te staven aan de essentiële opdracht.
- De Joodse traditie geeft ons de mogelijkheid te ontsnappen aan de materiële ratrace zodat we geen prisoners of our own device worden.
- Leren en blijven leren en je niet af te zonderen van je gemeenschap.
Parasjat Zachor
Tijdens de Sjabbat voorafgaand aan Poerim worden de psoekim, verzen uit Deuteronomium gelezen waarin we eraan herinnerd worden wat Amalek ons heeft aangedaan.
Zonder bedreigd te zijn vielen de Amalekieten de Hebreeuwse stammen ná de uittocht aan op barbaarse wijze: niet frontaal,maar van de achterzijde, de militair zwakste zijde.
We kregen de opdracht Amalek voorgoed uit te roeien. Gelukkig is het niet bekend wie wat waar Amalek en de Amalekieten tegenwoordig zijn. Er is al zoveel oorlog. Maar nee hoor: onlangs vertelde iemand mij zeker te weten wie ze zijn. (…)
Met andere woorden: de Joodse geschiedenis wordt vervolgd.
cover: collage Bloom
Geef als eerste een reactie