Croissanterie Balance, ik herkende het meteen toen Saïd naar binnen liep. Jarenlang las ik daar ‘s ochtends mijn krantje met een stevige kop koffie erbij.
’s Winters nam ik vaak een kommetje bissara. Hoe ik dat woord ‘bissara’ (een kruidige erwtensoep) uitsprak, met een uh in het begin en een stevige s, vonden de eigenaren zo leuk dat de bissara’s over de toonbank vlogen zodra ik binnenkwam.
Die koffietent kwam langs bij Saïd en Lody een korte doc van Human die zondagavond 30 november te zien was op NPO 2.
We zien hoe jongerencoach Saïd Bensellam bij Balance komt voor zijn croissantje. Als contrast zien we Lody (rabbijn Lody van de Kamp) een rugelach bestellen bij Davids Corner in de Kastelenstraat. Een filmische manier om twee verschillende werelden weer te geven: de Marokkaanse en de Joodse. Terwijl ze allebei hetzelfde doen: een bladerdeegbroodje bestellen, op nog geen vijf kilometer van elkaar.
Amsterdam-West
Lang woonde ik bij Balance om de hoek. Een gewoon stukje Amsterdam-West tussen het Westerpark en de Jordaan in. Het was geen vrolijke buurt. Veel somber grijs, geen gezelligheid op straat, kleine woningen met vooral mensen zonder kinderen. Er woonden dus vrijwel geen eerste, tweede of derde generatie immigranten in die buurt want die hebben vaak wel kinderen.
Later kwamen er dure koophuizen in de buurt. Op het pleintje bij Balance kwam een ‘vegan falafelkar’ en in plaats van de viswinkel kwam er een havermelk-cappuccinozaak waar blondines met een laptop een plekje vonden.
De culturen leefden naast elkaar, mengden niet. De verschillen waren waarschijnlijk te groot. De Marokkanen bij Balance waren taxichauffeurs of kwamen verder uit West, zoals Bos en Lommer, de buurt van voormalig bokskampioen Bensellam. Tijdens lunchtijd kwamen werkers uit de bouw of de stadsreiniging. Dat zag ik aan hun werkkleding. Ze aten stilzwijgend een omelet met harissa en wat chili uit zo’n plastic spuitfles. In de ochtend brachten de krantenbezorgers de restanten en zo kon ik gratis m’n krantje lezen. Als zowat de enige bleekneus bij Balance.
Mobiele sportschool
Toen ik ging fitnessen in de boksschool in de Van Hallstraat zag ik de bakfiets staan van Tai Taibi. Het bleek een mobiele sportschool: alle spullen gaan die kar in zodat eigenaar Mohammed Taibi buiten les kan geven.
Bingo dacht ik, dat is iets voor mij. En dat werd mijn vaste prik op maandagochtend: fitness met Mo in het Westerpark. Met Mo had ik ontzettend veel lol. Langzaam maar zeker leerde ik hem beter kennen en en passant de mores uit de Amsterdams-Marokkaanse cultuur. Soms hoorde ik nieuwtjes die me behoorlijk streetwise maakten. Deze slimme jonge ondernemer, die al snel vier bakfietsen met fitness-spullen had rondrijden, en de Croissanterie zijn eigenlijk het enige wat ik mis uit m’n oude buurt.
Onzichtbaar
Ik herkende me dan ook niet in de uitspraak van Lody dat er animositeit is tussen joden en Marokkanen in Amsterdam. Maar wellicht heb ik makkelijk praten, want mijn joodse identiteit is niet zichtbaar. Ik babbel met iedereen zonder een merkteken te hebben.
Soms snappen ze niet als ik zeg “ik kom uit Amsterdam” als er wordt gevraagd: “waar kom je écht vandaan”. Zoals laatst een jongeman met Turkse achtergrond die duidelijk niet gewend was dat een gewone Nederlander zo gemakkelijk praat met mensen met een moslimachtergrond. Want dat hebben ze gemeen: de mensen uit zowel mijn oude als nieuwe buurt komen uit ‘het Oosten’ dan wel Noord-Afrika. Ik neem aan dat ze islamitisch zijn, maar weet dat Noord-Irakezen (zoals mijn kapper uit Mosul) en Turken net zo goed Koerden of Yezidi kunnen zijn. Doet er niet toe tijdens al die dagelijkse straatcontacten.
De Marokkanen van Balance vasten met de Ramadan. Dan is het een stuk minder gezellig in de zaak. Ik weet dus dat het moslims zijn. Net als de Pakistanen op de Jan-Pieter Hije waar ik m’n was doe. Die zijn gesloten tijdens het vrijdagmiddaggebed. Dat is duidelijk en dus houd ik er rekening mee.
Doorzettingsvermogen
Ik bewonder Lody en Saïds doorzettingsvermogen door niet-aflatend aan scholieren te laten zien wat ‘samenleven’ betekent. Laten zien door het samen te doen zonder taboe op welk onderwerp dan ook. Zeker in deze moeilijke tijd met ruim twee jaar dagelijks gruwelbeelden van de Gaza-oorlog is dat echt moedig.*
Ik durf dat niet. Ben onzichtbaar, durf vrijwel nooit met trots te zeggen ‘Amsterdammer en joods.’ Dat ervaar ik als jammer. Ik wil graag trots zijn op de lange traditie van Joods-Amsterdam en zou ook wel eens een feestdag in de buurt willen vieren.
Gelijktijdig realiseer ik me heel goed dat ik een keuze heb: in de kast of eruit. Petje op of petje af zou m’n vrome neef zeggen die soms wel en soms niet zijn keppel bedekt.
Een jongeman met een donkere huidskleur heeft die keuze niet, evenmin een vrouw in een Esmah Lahlah-outfit.
*De formule van Saïd en Lody is elkaar zien als mens – zonder vooringenomen standpunt – en alle conflicten van ‘daar’ in het Midden-Oosten laten. Het conflict vooral niet te importeren. Als het een keertje misgaat, zoals bij de ‘Maccabi-rellen’ is niet-escaleren het motto zoals Lody met nadruk zegt. Benoem het wat het is: uit de hand gelopen rellen, maar maak geen referenties naar de oorlog. Niet aan ‘onze’ oorlog door het woord ‘pogrom’ te gebruiken, niet de oorlog ‘daar’ misbruiken door statements over ‘genocide’ te eisen van je gesprekspartner.
Niet-bang voor uitsluiting
Het is een privilege om niet-bang te zijn voor uitsluiting. Want word je als je El Mansouri of Benjelloun heet, Mahmoud of Al-Khatib even snel uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek, een huisbezichtiging of stage als je Bouman, Van de Kamp of Kistemaker heet? Ik noem willekeurig wat namen uit ons colofon – een lange lijst met auteurs in een Joodse krant met vooral heel gewone Nederlandse namen.*
Toch, als ik me de kansverschillen in Mokum realiseer, maakt me dat bescheiden. Ik kan me veroorloven met iedereen zonder angst voor vooroordelen een praatje te maken. Ik ben niet bang voor een politiecontrole en zelfs niet als ik een treinconducteur tegenkom als ik per ongeluk grijs of zwart rij. Want ik denk: ‘ik los het wel op’ en meestal lukt dat ook. Niet bang-zijn omdat je past in het plaatje van de ‘gewone Nederlander’ is een groot voorrecht waar ik me in de loop der jaren steeds bewuster van ben geworden.
*Ik weet dat charedi (heel vrome) en chassidische mannen in Buitenveldert en Amstelveen wel herkenbaar zijn. Zij hebben recht van spreken als het gaat om straatagressie. Die soms ernstig is. Hun verlangen naar leven in een joodse omgeving begrijp ik heel goed, zoals mijn oom Daan die na zijn pensioen Amstelveen verruilde voor Jeruzalem.
Elk incident antisemitisch?
Het is ook een privilege om elk onaangenaam incident als ‘antisemitisch’ te bestempelen, aangifte te doen en de pers in te lichten. Incidenten die overal in de stad voorkomen zonder dat er ruchtbaarheid aan wordt gegeven. Want ondanks al die incidenten is Amsterdam nog altijd een veilige stad.
Er gaan geen stenen door de ruiten van een joods gezin dat trots een menora in de vensterbank heeft staan en de Israëlische vlag dag en nacht laat wapperen op de Overtoom. In Amsterdam-West, bij mij om de hoek. Dat is toch mooi in mijn Mokum Alef.
cover: screenshot uit besproken film
Wat een prachtig waar verhaal. Hier kan ik niet op reageren. Hier ben ik voorlopig even stil van.
wow dank – het voelt best wel als een ‘coming out’ om dit te schrijven
Mooi verhaal Wanda!