Je bent Europa ontvlucht, maar Amerika heb je nooit omarmd

tekening van een man met achter zich een orthodox stel

Het verhaal van Professor Zelmanovitch

Ik zet het lege glas op tafel. Met mijn zakdoek veeg ik mijn lippen af. Nu ben ik toch echt aan de beurt om die collega tegenover me te vertellen waarom ik heb gekozen voor dit soort oncologie. Waarom juist in de hals en in het hoofd?

‘Joseph, vanochtend vroeg ik natuurlijk naar de bekende weg. Met jouw keppeltje op je hoofd. Natuurlijk weet ik dat jij een Jood bent. Ook zag ik je gisteren samen met die andere Joodse gasten in de hoek van de vestiaire naast de trap het middaggebed verrichten. Maar ik, ook zonder keppeltje, ben eveneens Joods.’ Joseph lacht. ‘Jij hebt dat keppeltje niet nodig om er toch Joods uit te zien’.

Professor Zelmanovitch is een roman van
Lody B. van de Kamp
Verschijnt in feuilletonvorm in De Vrijdagavond
Aflevering
5

Ik begin met mijn verhaal. ‘Jij bent dus van ná de oorlog. Ik ben zoals ik je vertelde twintig jaar ouder dan jij.’ Joseph buigt zich naar voren en lijkt ongeduldig om te horen wat er nu komen gaat. ‘Ik weet niet waar jouw ouders de oorlog hebben doorgebracht. Maar ik kom net als jij uit Europa, ook uit België. Niet alleen mijn vader en moeder maar ook mijn grootouders hebben die rottijd daar niet overleefd. Ben je wel eens in de Kazerne Dossin in Mechelen geweest? Dat was ook voor hen hun laatste woonplek in België. En ikzelf? Heb je weleens gehoord van Buchenwald?’ Joseph knikt. ‘En ook wel eens van de galgen daar? In de kelders, waar ze ons massaal ophingen?’ Joseph wacht. ‘Als jonge knul kwam ik helemaal alleen, na een zwerftocht langs de kampen, uiteindelijk naar Buchenwald. Daar kreeg ik mijn eerste practicum in hoofd- en halsspecialisme. Een van de redenen dat ik mocht overleven was omdat ik zorgde dat die Nazi’s mij altijd nodig hadden. Voor de meest ellendige klusjes die zij maar konden verzinnen. Naast een heleboel andere baantjes, lieten ze mij de lijken uit de stroppen halen.’ Ik stop. Ik slik. Zal ik het hele verhaal vertellen? Misschien is het beter om mijn glas maar te laten staan. Te veel Balcones Texas maakt mijn tong te los. En dan vertel ik straks dingen die deze Joseph tegenover mij helemaal niet aangaan. Joseph staart me peinzend aan. Ik laat mijn glas nog een keer vullen.

(Foto: Very Well Health)

Eerst wat haperend, toch nog weer een teug, vervolg ik mijn verhaal. ‘In die kelders heb ik geleerd hoe een dode er uit ziet na het ophangen aan de galg. Kregen de arme sloebers het touw om hun nek om daarna door een het luik onder hen naar beneden te donderen dan braken ze meteen hun nek. Werden ze met de strop om op een krukje neergezet dat onder hun voeten werd weggetrapt, waardoor hun lijf meteen weer de grond raakte, bleef hun nek wel heel maar stikten ze door dat touw. En dan ging alles kapot in hun binnenste wat er maar kapot kon gaan. Zo heb ik er geen honderden gezien. Het waren er wel duizenden.’

Ik wrijf in mijn ogen en schudt mijn hoofd. Met een grimmig gezicht ga ik verder. ‘Hm, daar heb ik dus mijn eerste kennis van zaken opgedaan’. Joseph kijkt me nu vol ongeloof aan. ‘Dat is jouw geschiedenis? En daarna ben je medicijnen gaan studeren?’ ‘Nee, tussen het kampleven en de universiteit zit nog een ander verhaal. Wat zeg ik, één ander verhaal? Heel veel andere verhalen. Maar dat is niet voor nu. Later, toen ik moest kiezen voor een specialisatie kwam ik via mijn hoogleraar terecht op oncologie. En daar kreeg ik te maken met tumoren in de nek en in de keel. De symptomen deden mij denken aan die verstikkingen bij het ophangen. In de aanpak daarvan ben ik mij verder gaan verdiepen.’ ‘Je bent je er niet alleen in gaan verdiepen. Ik begrijp dat jij een expert bent in de behandeling van primaire tumoren en metastasen in die omgeving. Je bent wereldberoemd’. ‘Ach, waar Hitler al niet goed voor is geweest’. We zwijgen. Het lege glas staart mij aan. In de verte, tegen het licht van de ondergaande zon, klinkt de scheepstoeter van een groot cruiseschip dat in de richting van de haven opstoomt. Honderden passagiers staan aan dek. Ik sta op, loop naar de rand van het terras en draai me om.

‘Nu is het jouw beurt Joseph, waarom wil je met mij praten? Toch vast niet alleen om mijn levensellende aan te horen?’ Joseph loopt ook naar voren. ‘Heb je mijn kaartje gezien wat ik je vanochtend in jouw handen duwde?’ ‘Ja, daar heb ik even naar gekeken’.  Ik voel in mijn zakken. ‘Ik heb het niet bij me, waarschijnlijk heb ik het in de conferentiemap gelegd. Die ligt op mijn kamer’. ‘Ik ben hier niet als uroloog naartoe gekomen. Naast mijn ziekenhuiswerk, heb ik ook een taak voor de Hoge Gezondheidsraad van België.

Universiteit Leuven (Foto The Brussels Times)

Dit is het adviesorgaan van het Ministerie voor Volksgezondheid. Mijn opdracht is op zoek te gaan naar een oncoloog die gespecialiseerd is in de hoofd- en halsoncologie. Over twee jaar wordt als onderdeel van het Universiteitsziekenhuis in het Belgische Leuven een specialistische kliniek geopend voor patiënten met hoofd- en halskanker. De oncoloog die we zoeken moet helpen met het opzetten van deze afdeling en gedurende de eerste paar jaar gaat hij daar als chef de clinique aan het werk. Toen ik jouw naam zag in de aankondiging van deze conferentie en mij inmiddels had ingelezen over jouw werk van de afgelopen jaren hier in de Verenigde Staten, heb ik ook nog eens in onze beroepswereld collega’s van jou geconsulteerd. Daarna wist ik dat ik jou in ieder geval te spreken moest krijgen. En dan nu mijn vraag. Voel jij er wat voor om voor een paar jaar jouw plek in het ziekenhuis in New York te verruilen voor een uitdagende plaats in een van de best geoutilleerde academische ziekenhuizen in West-Europa?’ Ik staar naar buiten. Het cruiseschip is bij de ingang van de haven nog net zichtbaar. Vanaf het dek klinkt muziek. Ik herken de tonen van de Daybreak Express van Duke Ellington.

De haven van Seattle ( Foto Seattle Business Magazine)

Dat Joseph met zo een vraag bij mij komt verbaast me niet. In de kringen van internationale wetenschappers waarin ik verkeer zijn dit soort uitwisselingen gebruikelijk. Gek. Het eerste waar ik aan denk is niet eens wat Françoise ervan zal vinden. Of de kinderen. Het eerste wat bij me naar boven komt zijn Rodney en Brigitte, twee van mijn studenten die dit jaar moeten promoveren. Die kan ik niet zomaar in de steek laten. Op het eerste gezicht voel ik me gevleid met zo’n opdracht. Ik ben nu eenenzestig. Als ik op deze manier de laatste paar jaar van mijn carrière kan invullen zou dat een fraaie afsluiting zijn. En dan, Leuven is in België.  Daar waar ik vandaan kom. Vrijdag thuis moet ik eens kijken hoe ver het is van Leuven naar Antwerpen. ‘Joseph, dit noem ik een overval. Hier moet ik de komende dagen goed over nadenken.’ Ik grinnik. ‘Dat gore verhaal van opgehangen mensen, gebroken nekken en opgezwollen en opgeblazen organen heeft mij ooit Europa doen ontvluchten. En nu, juist door die ervaringen vraag jij mij terug te komen?’ Ik neem nog een laatste slok. ‘Lechajim. Zoals ik zeg, hier moet ik eens heel goed over nadenken’.

Het nadenken begint diezelfde avond. Is het nu de whisky die mijn brein zo activeert of is het de thuissituatie die zich door het voorstel van Joseph juist nu naar voren dringt? Mocht ik inderdaad besluiten om voor een paar jaar die oversteek te maken naar het oude Europa, dan gaat Françoise zeker niet mee. Misschien ziet ze hier wel een aanleiding in om dat besluit te nemen waar we het alle twee al lang over eens zijn. Ongeveer het enige waar we na bijna dertig jaar samen nog op dezelfde manier over denken. Mijn wereld gaat over ‘het oude Europa’ en haar wereld gaat over ‘het nieuwe Amerika’. Hoe vaak krijg ik niet het verwijt van Françoise ‘Zelig, je bent Europa ontvlucht maar Amerika heb je nooit omarmd. Man, maak toch een keer een keuze.’ Met Joseph’s aanbod hoef ik misschien die keuze niet meer te maken. En Françoise kan dan eindelijk haar leven weer voor zichzelf gaan invullen.

(Wordt vervolgd)


Kazerne Dossin: Het verzamelkamp voor Joden, Sinti en Roma in België, waar nu een tentoonstelling is over Mensenrechten waarover we schreven in De Vrijdagavond.

cover: foto van Boro Park, een joodse wijk in New York

Over Lody van de Kamp 88 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken. Lody is lid van ‘Amsterdam Inclusief’, negen meedenkers over het beleid van deze gemeente.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*