Er circuleert een anekdote over de Chafetz Chaim, een van de belangrijkste rabbijnen uit het begin van de twintigste eeuw.
Hij leefde van 1838 tot 1933 en woonde het grootste deel van zijn leven in Radin, tegenwoordig Belarus, vlakbij de grens met Litouwen. Hij is vooral bekend onder de naam van zijn boek over lasjon hara (kwaadspreken), maar zijn andere belangrijke werk is de Misjna Beroera, een van de gezaghebbendste verklaringen op de Sjoelchan Aroech, het standaardwerk over de belangrijkste Joodse wetten.
De zon is een schepping en geen schepper.
Rabbi Shmuel Pliskin, destijds leerling van de plaatselijke jesjiwe, vertelt over een zonsverduistering die hij meemaakte. De avond ervoor sprak de Chafetz Chaim de aanwezigen toe. God, zei hij, heeft het fenomeen van de zonsverduistering in zijn schepping opgenomen om dwalende zielen van repliek te dienen. Er komt een moment waarop de zon wordt verduisterd zodat iedereen kan zien en in zich opnemen: de zon is een schepping en geen schepper. En hetzelfde geldt voor ons mensen. Volgens de Chafetz Chaim was het zelfs een mitswa om een zonsverduistering te bekijken.
Uitzonderlijke gebeurtenis
Vorige week woensdag was de zonsverduistering groot nieuws in Nederland. Velen trokken naar een plek met uitzicht om dit bijzondere verschijnsel te zien. En begrijpelijk: iedereen die dit fenomeen ooit heeft meegemaakt, zal beamen dat het een uitzonderlijke gebeurtenis is.
Zelf ben ik in 1999 speciaal naar Frankrijk getrokken om de totale eclips met mijn eigen ogen te aanschouwen. Magistraal. Vooral het moment waarop de schaduw van de maan binnen een paar seconden over het hele land valt, is onvergetelijk.
Wat zegt het Jodendom eigenlijk over de zon en de maan?
We kennen allemaal het scheppingsverhaal, waarin op de vierde dag de zon en de maan worden geschapen. De natuur en de natuurwetten worden daarmee niet tegenover God geplaatst, maar juist gezien als een uiting van de schepping. Dat betekent nadrukkelijk niet dat de zon en de maan zelf voorwerpen van aanbidding zijn. De Tora waarschuwt daar juist tegen: de hemellichamen zijn geen goden, maar onderdeel van de natuur.
Een teken aan de hemel
Een zonsverduistering kan ook als teken worden gezien. Amos, de eerste profeet die uitgebreid de sociale misstanden in het noordelijke tienstammenrijk Israël aan de kaak stelt, waarschuwt dat de zon midden op de dag zal ondergaan als straf voor sociale ongelijkheid. Ongeveer 150 jaar later schrijft de profeet Jeremia juist dat men zich niet moet laten afschrikken door tekenen aan de hemel. Al in de tijd van de profeten bestond er dus verschil van inzicht over de manier waarop we naar dergelijke gebeurtenissen moesten kijken.
Ongeveer een millennium later zien we dat in de Talmoed een zons- of maansverduistering nog gezien wordt als slecht teken voor de wereld. De gedachte wordt vergeleken met een koning die zijn onderdanen een maaltijd aanbiedt en voor verlichting zorgt, maar vervolgens boos wordt en de lamp weghaalt, zodat iedereen in het donker zit.
Dit is vreemd. Ten tijde van het samenstellen van de Talmoed was in het Midden-Oosten al eeuwenlang bekend dat zons- en maansverduisteringen het gevolg zijn van de banen van de hemellichamen en in principe voorspelbaar zijn. Hoe kan een voorspelbare gebeurtenis dan een omen zijn?
De Lubavitcher Rebbe maakte in een brief uit 1957 een vergelijking met de regenboog. Ook een regenboog is een natuurlijk verschijnsel dat we volgens de natuurwetten kunnen verklaren. Toch kunnen we haar tegelijkertijd als een teken van God zien. Misschien, zo suggereerde hij, is een zonsverduistering alleen een slecht teken wanneer zij goed te zien is, bijvoorbeeld omdat er geen bewolking is.
Wetenschappelijke blik
Vanaf de middeleeuwen zien we een duidelijker wetenschappelijke blik ontstaan. Bij de Rambam vinden we geen sprake meer van een zonsverduistering als omen. Hij beschrijft uitvoerig hoe de posities van zon en maan berekend kunnen worden. Ook al zegt hij het niet expliciet, het kan moeilijk anders dan dat voor hem duidelijk was dat precies te voorspellen valt wanneer een zons- of maansverduistering plaatsvindt. En als iets voorspelbaar is, is het geen omen maar een natuurverschijnsel.
Toch zit juist in die wetenschappelijke blik iets bijzonders verscholen. Bij een totale zonsverduistering wordt de zon volledig door de maan verborgen. We zien alleen nog de corona, de atmosfeer rond de zon. Dat is mogelijk omdat de zon en de maan vanaf de aarde gezien vrijwel even groot lijken.
Dat is allerminst vanzelfsprekend. De zon is ongeveer vierhonderd keer zo groot als de maan. De maan zou alleen precies even groot lijken als zij ook vierhonderd keer dichter bij de aarde stond. En laat dat bij een totale zonsverduistering nu precies het geval zijn.
En dit is niet vanzelfsprekend. De maan schuift steeds een beetje verder van de aarde weg. Over een aantal miljoen jaar is een totale zonsverduistering daardoor niet meer mogelijk. En de andere kleinere planeten, zoals Venus en Mars, hebben helemaal geen maan die qua verhouding zo groot is als de onze. De natuurlijke omstandigheden zijn dus opmerkelijk precies op elkaar afgestemd om dit verschijnsel mogelijk te maken. Is dat geen wonder?
Over rampen spreekt men geen zegen uit.
Het is een mooi Joods gebruik om bij bijzondere natuurverschijnselen een beracha, een zegen, uit te spreken. Voor een zons- of maansverduistering bestaat echter geen specifieke zegen. De reden ligt voor de hand: in de klassieke bronnen werd een verduistering niet als een natuurverschijnsel beschouwd, maar als een goddelijke waarschuwing. Over rampen spreekt men geen zegen uit.
Grootste bewijs
De Sefardische opperrabbijn van Tel Aviv, Hayim David HaLevi, kreeg ooit precies deze vraag voorgelegd. Zijn antwoord was, dat nu we weten wat een uitzonderlijk natuurverschijnsel een zonsverduistering is, het eigenlijk heel passend zou zijn om een zegen uit te spreken. Het is echter niet de bedoeling dat we zelf nieuwe zegeningen toevoegen. Wie toch iets wil zegenen, kan een bestaande bijbeltekst gebruiken waarin God en de schepping wordt geprezen.
En hierin zit een mooie boodschap. Mensen vragen mij weleens hoe ik (opgeleid als natuurkundige) religie en wetenschap kan combineren. Zijn het geen tegengestelde wereldbeelden?
Juist hoe bijzonder de natuurwetten in elkaar zitten en daardoor het leven en alle mooie natuurverschijnselen mogelijk maken, is misschien wel het grootste bewijs van het bestaan van God.
Zie een uitgebreidere, Talmoedische versie van dit artikel op de website van Michael Hochheimer.
cover: zonsverduistering van woensdag 12 augustus 2026, foto auteur
Geef als eerste een reactie