Erbij horen zonder stigmatisering, alert op uitsluiting – hoe doe je dat met een beladen verleden?

Contact en connectie zijn wezenlijk voor iedereen: verbinding met mensen, maar ook met het verleden, maakt ons tot wie we zijn. Het verleden biedt context.

Over Truus Cahen, ‘Nou, dag kind, en Israël is een sof’

De memoir van Truus Cahen (1944) is een diepgravend, openhartig zelfonderzoek en een verslag van haar levenslange zoektocht om erbij te horen. 

Hoe bereik je dat als de ervaringen van je ouders ver van je worden gehouden en je steeds te horen krijgt dat je daar part noch deel aan hebt? 

Vader Max Cahen, zakenman in ’s-Hertogenbosch, overleefde Auschwitz als lid van het Philips Kommando, moeder Jet baarde haar dochter tijdens de onderduik in een katholiek tehuis voor ongehuwde moeders. 

Als kind ervaarde Truus Cahen hoe totaal verschillend haar ouders omgingen met hun ervaringen en daardoor uit elkaar groeiden: vader zocht het jodendom op en wijdde zijn hele leven aan het documenteren van het joodse leven in en om ’s-Hertogenbosch; moeder moest juist niets weten van alles wat joods was – maar bleef het natuurlijk wel. Het verleden vormde een gapend ravijn tussen ouders en dochter.

Dan groeide Truus ook nog eens op als joods meisje in het dominant katholieke Vught van de jaren vijftig en als vrouw in het door mannen gedomineerde jodendom. 

Het zionisme, haar met de paplepel ingegoten, leek het enige houvast te zijn. Maar toen Truus in het jonge Israël van de jaren zestig belandde, werd ze gezien als een West-Europese ‘sabon’: een slappeling. 

Creatief therapeut

In 1969, toen ze met haar man Lex Wertheim (1942-2026) terugkeerde in Nederland, ging ze werken als creatief therapeut en kreeg ze te maken met een maskuliene en verhuld-antisemitische werkomgeving. 

Truus Cahen was in al die contexten voortdurend op haar hoede omdat ze merkte dat ze er niet echt bij hoorde of regelrecht werd uitgesloten. Niet voor niks stortte ze zich als tiener halsoverkop in Haboniem, want daar hoorde ze er naar haar gevoel onvoorwaardelijk bij. Maar tegelijk was er steeds dat stemmetje: hoe zorg ik ervoor dat ik me niet in een hokje laat stoppen? Of gereduceerd wordt tot één aspect van wie ik ben, mijn Jood-zijn, mijn zionisme of mijn vrouw-zijn? Erbij horen zonder stigmatisering, alert op de uitsluiting die steeds op de loer ligt, ook nu nog.

Wat moet je met een beladen verleden? 

Verleden uitpluizen

Judith Zilversmit komt in haar podcast Het verraad van de familie Zilversmit na veel aarzeling tot de slotsom dat er niks anders opzit dan dat verleden toch maar uit te pluizen. Dan vallen dingen op hun plek, wordt de grotere context duidelijker en worden gekke, nare, onverklaarbare voorvallen ineens onderdeel van een groter verhaal. 

Het boek van Truus Cahen is de weerslag van zo’n persoonlijke zoektocht, indrukwekkend en heftig. Ze paste de door haarzelf ontwikkelde en gepraktiseerde expressieve therapie op zichzelf toe, eerst in beelden, al snel in woorden. 

Haar soms onbarmhartige introspectie, overgoten met een flinke scheut ironie, resulteert in iets uitzonderlijks dat toch herkenbaar is voor iedereen die weleens met het verleden of zichzelf heeft geworsteld.

In ‘Nou, dag kind, en Israël is een sof’ weet Truus Cahen ‘een kast vol rommel met hier en daar verborgen laden en schappen’ op te ruimen en te ordenen tot een geschiedenis, gevat in een tastbaar boek. 

Veerkracht

Hierdoor werd voor haar en wordt voor ons het grotere perspectief zichtbaar, waaraan soms zelfs betekenis is te geven. De Shoah mag op geen enkele manier een te begrijpen ramp zijn, maar we kunnen wel zin en betekenis ontlenen aan de manieren waarop mensen die vreselijke episode beleefden en daarna met meer of minder succes de veerkracht vonden om zich opnieuw met mensen te verbinden, keer op keer, met vallen en opstaan. 

Loskomen van het verleden zonder het weg te duwen of er ‘beton over te storten’, zoals haar man deed die met zijn ouders Theresienstadt overleefde. 

We kunnen inmiddels een boekenkast vullen met getuigenissen van de tweede generatie en met de ‘child survivors’. Dit boek biedt iets dat ik niet eerder las: een eerlijk zelfonderzoek.

Worsteling met Israël

Een tweede rode draad is die van de band en de worsteling met Israël, tot uitdrukking gebracht in de titel van het boek, de zin waarmee haar moeder in de laatste jaren van haar leven afscheid nam van haar dochter. 

Haar reflectie mondt uit in een openhartige veroordeling van de huidige politiek van de staat Israël. 

Vlak voor de presentatie van dit boek vroeg Arnon Grunberg aan Omer Bartov (Trouw, 23 mei 2026) hoe de herinnering aan de Holocaust voor de meeste Israëliërs is ontspoord. 

Bartov antwoordde: “Het gaat niet om het vergeten. Het gaat erom je zo te herinneren dat je ook kunt vergeten, anders wordt de herinnering op individueel niveau een obsessie, op maatschappelijk niveau een vorm van fanatisme.” Herinneren als middel om verder te kunnen leven en je alsnog te verbinden met huidige en toekomstige generaties: Truus Cahen houdt ons een wijze les voor.


Dit is de bewerkte en ingekorte versie van de inleiding van emeritus-professor Bijsterveld bij de presentatie van het boek van Truus Cahen.

Truus Cahen, ‘Nou, dag kind, en Israël is een sof’
’s-Hertogenbosch: Aldus Uitgevers, 2026
404 p. ill. ISBN 978-90-70545-51-2; € 25,00


cover: fragment uit schilderij van Bas Kosters, foto Bloom, 2025

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*