Parasja Tsaw is taaie kost.
We lezen deze parasja op aanstaande sjabbat hagadol, de sjabbat voor Pesach. Het gaat verder met offer-instructies uit de openingspasja van Wajikra, Daarnaast komen er aanwijzingen bij voor de priesterkleding.
Wajikra is het kortste van de vijf boeken van Mozes. Dat is maar goed ook, want het is niet het meest boeiende deel van de Tora. Toch mag het derde boek, ook wel genoemd Torat Kohaniem, beslist niet onderschat worden.
Geen erediensten meer
Het heeft weliswaar ingeboet aan praktische betekenis omdat er niet meer wordt geofferd vanwege de verwoesting van de Tempel waarin dat gebeurde, maar er komen enkele zeer belangrijke wetten voor in Wajikra.
Zoals één van de centrale stelregels van het jodendom:
וְאָֽהַבְתָּ֥ לְרֵֽעֲךָ֖ כָּמ֑וֹךָ
Heb je naaste lief als jezelf.
Ook andere wetten passeren in Wajikra de revue, zoals het verbod om bloed te nuttigen, de spijswetten, het werkverbod op sjabbat en de kalender voor de feestdagen. En het verbod op seksuele relaties buiten het huwelijk.
Het voor iedereen toegankelijke ‘kookboek’ voor de priesters om diverse vast omschreven offers naar behoren uit te voeren, kan dus wat betreft de offerinstructies in de kast blijven.
Herbouw van de Tempel
In orthodox-joodse kringen wordt formeel vastgehouden aan de herbouw van de Tempel inclusief offerdiensten. Dat zal echter pas gebeuren na de komst van de Masjieach. Maar er zijn ook zeer gelovige Joden die daar niet op willen wachten en nu al met de oprichting van de ‘Derde Tempel’ willen beginnen.
De seculier-zionistische Joden die de staat Israël beschouwen als de opvolger van de vorige twee Tempels moeten daar niets van hebben. Zij beschouwen de ijveraars voor de herbouw van de volgende Tempel – op de plek waar een islamitisch heiligdom is verrezen – als een stel gevaarlijke religieuze idioten.
Tempelperiode als een fase in het zich verder ontwikkelende jodendom.
In het progressieve jodendom wordt de Tempelperiode gezien als een fase in het zich verder ontwikkelende jodendom. Dierenoffers zijn volstrekt passé. Het gebed heeft de rol van de offers opgevolgd om nader tot de Allerhoogste te komen.
Modern-orthodoxe Joden zeggen min of meer hetzelfde. Wel met een ander accent: gebeden hebben de offers for the time being vervangen. Het gebed als manier om dichterbij bij onze Schepper te komen, hoort bij het jodendom als de Maan bij de Aarde.
Doch is het persoonlijke offer, maar dan in de ruime zin van het woord, daarmee volledig verdwenen?
Offeren: iets afstaan uit je persoonlijke bezit
Allerminst zou ik zeggen. Bij het vroegere offeren werd een dier of meel dat men bezat, afgestaan aan de Tempeldienst en aan de priesters, voor zover het offer niet volledig in vlammen opging als dat was vereist. Je stond, anders gezegd, iets af uit je persoonlijke bezit voor het instandhouden van het Joodse leven.
Is dat niet ook wat je doet als je financieel bijdraagt aan de sjoel waarbij je bent aangesloten? Of als je iemand die behoeftig is ondersteunt met een gift, waarmee je voldoet aan de belangrijke Joodse plicht tot het geven van tsedaka?
Vasthouden aan jodendom in moeilijke tijden
In de tijd dat Joden het wereldwijd steeds moeilijke krijgen vanwege het toegenomen antisemitisme is het vasthouden aan je jodendom ook te zien als een vorm van offeren. Het kan heden ten dage gevaarlijk zijn (niks nieuws onder de zon) om Joods te zijn, zoals gebleken is in Australië toen tijdens een openlucht chanoekafeest ruim tien doden vielen na een schietpartij door twee moslimextremisten.
Saillant punt: een islamitische winkelier die in de buurt was, greep moedig in en voorkwam nog meer doden.
Ook de recente aanslagen met brandbommen, gelukkig zonder persoonlijk leed, op de orthodoxe sjoel in Rotterdam en op het Amsterdamse Cheider doen de vraag rijzen wat je over hebt voor je Joodse leven.
Iedereen zal daarop zelf het antwoord moeten geven, al zullen al die individuele antwoorden het Joodse gemeenschapsleven sterk beïnvloeden.
Onder vuur
Als bewoner van Israël na de aliyah van mijn vrouw en mij in 2016 liggen we sinds 7 oktober 2023 – afgezien van de periodes van wapenstilstand – regelmatig onder vuur.
Eerder door raketten uit Gaza, Libanon en Jemen, nu vanaf Iraanse bodem en opnieuw Libanon. Al die raketten zijn bedoeld om te doden. Ze worden, de Hemel zij geprezen, bijna altijd onderschept en wij hebben de luxe om te kunnen schuilen in onze beveiligde kamer.
Dat is een klein offer vergeleken bij het offer dat militairen brengen op het slagveld en de slachtoffers van raketten of aanslagen op de grond. Zij brengen ongewild het allerhoogste offer. Dat van hun leven.
cover: collage Bloom, 2021
Geef als eerste een reactie