BOUW! 

Wajakheel en Pekoedee

beeldmerk Parasja

“Je gaat toch niet beginnen met het citeren van een antisemiet?” zei een vriend tegen mij toen ik vertelde dat ik wilde schrijven over de virale uitspraken van Tucker Carlson.

“Is het je ooit opgevallen,” antwoordde ik, “dat bijna elke sjoeldienst begint met een citaat van een notoire antisemiet?” 

De woorden ma tovu – “Hoe goed zijn uw tenten, Jakob, uw woningen, Israël” – werden immers uitgesproken door de heidense profeet Bilam. Hij was ingehuurd om het Joodse volk te vervloeken. Maar telkens wanneer hij zijn mond opendeed, kwamen er zegeningen uit. 

Zoals de Tora vertelt, kon Bilam alleen de woorden spreken die G’d in zijn mond legde. Vandaar dat de mooiste teksten uit onze liturgie afkomstig zijn van iemand die het Joodse volk helemaal niet goed gezind was.

De intenties van Tucker Carlson liggen wellicht dichter bij die van Bilam dan ons lief zou zijn. En toch kan het zijn dat ook zijn woorden – uitgesproken met heel andere bedoelingen – onbedoeld iets belangrijks zeggen over het jodendom.

Op zijn recente podcast beweerde Carlson dat de oorlog in het Midden-Oosten uiteindelijk zou leiden tot de bouw van een Derde Tempel op de Tempelberg, op de plek waar nu de Al-Aqsamoskee staat. Daarbij suggereerde hij dat Chabad-Lubavitch een geheimzinnige rol zou spelen in het bevorderen van zo’n agenda.

Laten wij het erover hebben: Gaan Joden echt een Derde Tempel bouwen? Is dit een centrale overtuiging binnen het jodendom, of slechts een idee van kleine, radicale groepen?

Dat deze discussie opkomt in de week waarin we Parasjat Wajakheel en Pekoedee lezen – waarin de bouw van het Misjkan, het Tabernakel in de woestijn centraal staat, kan geen toeval zijn.

Naties voeren oorlogen om het ‘thuisland’ te verdedigen. Wat is een thuis? Waarom is het vanzelfsprekend dat individuen, families en zelfs naties zoveel middelen en moeite investeren om een ‘thuis’ te creëren en behouden?

Thuis is de plek waar je helemaal jezelf kunt zijn.

Een ‘thuis’ is meer dan een dak over je hoofd, een keuken waar je eten klaarmaakt en een bed waar je kan slapen. Kantoorgebouwen, hotels en restaurants kunnen die functies net zo goed vervullen – soms zelfs beter. Maar alleen thuis is een mens echt thuis.

Thuis kun je gekke gezichten trekken in de spiegel. Thuis kun je de hele dag in je pyjama rondlopen. Thuis kun je muisjes op je worst gooien – als je daar zin in hebt.

Thuis is de plek waar je helemaal jezelf kunt zijn. Alle andere bezittingen en verworvenheden zijn secundair. 

Volgens chassidoet geldt dat in zekere zin ook voor G’d. Op de fundamentele vraag: waarom schiep G’d een fysieke wereld? Wat kan deze grove, eindige en vaak conflictvolle werkelijkheid Hem geven dat de zuiver spirituele dimensies van de schepping niet kunnen bieden? 

Antwoorden de chassidische meesters: G’d wilde een thuis. Niet slechts een plek waar abstracte eigenschappen – wijsheid, liefde of schoonheid – Hem weerkaatsen, maar een plek waar Zijn wil daadwerkelijk wordt gerealiseerd in een tastbare werkelijkheid.

Het eerste ‘thuis’ van G’d was opmerkelijk bescheiden: een gebouw van ongeveer veertien bij vijf meter met twee ruimtes. Gebouwd van goud, zilver en koper, van blauw, paars en rood geverfde wol, van linnen, geitenhaar, dierenhuiden en hout. 

Het stond midden in het kamp van het volk Israël in de woestijn en kon telkens weer worden afgebroken en opnieuw opgebouwd toen zij veertig jaar lang door de woestijn trokken. 

Dat is de Misjkan die in onze Parasja wordt beschreven. Later werd op de Tempelberg in Jeruzalem een grotere en permanente versie gebouwd: de Eerste en Tweede Tempel. Het joodse volk heeft nooit het geloof en anticipatie losgelaten dat onderdeel van de ultieme verlossing – een Derde (en eeuwigdurende) Tempel zal zijn.    

Om met de chassidische meesters mee te spreken:

Met wijsheid, kennis en inzicht leert men G’d kennen. Met liefde, rechtvaardigheid en compassie kan men G’ds karakter vinden. In schoonheid, pracht en majesteit drukt G’d Zijn persoonlijkheid uit. Maar nergens is G’d thuis.

Het idee dat de wereld zelf een plek moet worden waar het G’ddelijke zichtbaar wordt.

Daar is G’d thuis!

Juist in de fysieke wereld – het minst goddelijke dat men zich kan voorstellen – een plek waar niet slechts Zijn eigenschappen worden weerspiegeld, maar waar Zijn wil daadwerkelijk wordt vervuld. Daar is G’d thuis!

Wanneer iemand zijn goud – overvloed – gebruikt voor iets goeds, zijn zilver – welvaart – inzet voor betekenis, en zelfs je koper – de paar munten van wie weinig heeft – wijdt aan iets dat groter is dan hemzelf, dan maakt die van deze wereld een plaats waar G’d zich thuis kan voelen. Dat is de Joodse Tempel.

Geen geopolitiek project. Geen agressieve planning. Geen geheimzinnige complotten. Maar het idee dat de wereld zelf een plek moet worden waar het G’ddelijke zichtbaar wordt.

Wanneer mensen hardop beginnen te praten over Joodse verlossing en over een toekomstige Tempel – zelfs wanneer zij dat doen vanuit angst, misverstanden of complottheorieën – dan gebeurt er iets merkwaardigs.

Onbedoeld versterken ze precies het gesprek waar ze denken bang voor te zijn.

We bidden dagelijks voor verlossing. We leren onze kinderen over de komst van een tijd van vrede. We spreken openlijk over een wereld waarin het G’ddelijke aanwezig zal zijn in het hart van de menselijke samenleving.

Dus misschien is dit het ‘Bilam-moment’ van onze tijd!

Wij zien woorden die bedoeld zijn als leugenachtige beschuldiging, veranderen in een herinnering aan een oud Joods ideaal. 

Zonder het te beseffen kan zelfs een antisemitische podcastpresentator helpen om de wereld opnieuw over verlossing te laten praten… dat is ook een manier om de komst van de Mosjiach een beetje dichterbij te brengen.

Sjabbat sjalom


cover collage Bloom, 2021

Over Shmuel Katzman 26 Artikelen
Rabbijn Shmuel Katzman is geboren in Brooklyn, New York en groeide op in Crown Heights, waar hij ook zijn rabbinale opleiding volgde. In 1994 werd hij als sjaliach van de Lubavitcher Rebbe uitgezonden naar Nederland. Hij is rabbijn van de NIG Den Haag en coördinator van JLI, het Joods Lern Instituut, de Nederlandse tak van Chabad-organisatie The Rohr Jewish Learning Institute.

3 Comments

  1. It is too easy just to label persons who criticize any members of our tribe or policies of Ben-Gvir, Netanyahu and Smotrich as Anti-Semites. This does not mean I am a supporter of Tucker Carlson, nor am I an advocate for an eternal victim status for our people.
    Already in 1980 in Jerusalem when I was invited to attend a church service in the Baptist church, a congregant stood up and prayed that the Al-Aksa Mosque would be destroyed by the earth opening up, consequently be swallowed up and disappear. There are Christian Zionists who pray for this and radical Jews who demand to be admitted to the Temple Mount. Though Rabbi Katzman refers to them as a small minority, they can be quite dangerous as the Settler Youth in the West Bank who destroy Palestinian homes, property and even uproot olive trees. It is our responsibility to speak up against these practices and misrepresentations of our faith.

    • Shalom Sid,
      Thanks for submitting a reaction. i would love to discuss this with you. Can you confirm that you actually read what i wrote first, It doesnt seem like you did.
      BTW, was the Babtist Church that you visited run by Chabad?
      Shabbat Shalom!

  2. Dear Rabbi Katz,
    Yes, of course I read your entire commentary on Parshat Ha’ Shvua. Neither is the Baptist Church run by Chabad, which you may wish to joke about but neither was this implicated in my reaction. Making a place for Ha’ `Shem in our daily lives is of course important. Just as important is respecting other people’s faith and property. I think you understand quite well what I wrote as well as I understood your commentary. I wish you also Shabbat Shalom – Sid Bachrach

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*