Voor een open boycot van Israël 

debat

Israël is de verstoteling onder de volkeren. Er zijn schurkenstaten en roversnesten waar geen mens ooit aanstoot aan neemt. Maar die landen zijn niet onontkoombaar interessant. Israël wel. En dat zal het weten ook.

De redactie van De Vrijdagavond vroeg twee hoogleraren die zich in het publieke domein uitspreken over het beleid van Israël hoe zij staan tegenover een academische / culturele boycot van Israël.
Hier het pleidooi van emeritus-hoogleraar sociale wetenschappen Abram de Swaan, lid van het comité Joden zeggen nee (tegen Israëls optreden in de Gazastrook en op de Westoever). Jessica V. Roitman, hoogleraar Joodse Studies aan de Vrije Universiteit, zal reageren. 

De bezetting van de Westoever en de isolatie van de Gazastrook roepen al bijna zestig jaar verzet op van de Palestijnse bewoners daar. In islamitische landen en westerse democratieën wekte de Israëlische politiek brede weerstand op. Na de massale moordpartij en massale ontvoeringen door Hamas op 7 oktober 2023 volgde uiteraard een gewelddadige reactie van Israël. 

Maar geleidelijk ging het Israëlisch optreden alle proporties te buiten. De nu geldende wapenstilstand voorspelt ook al weinig goeds voor de inwoners van Gaza en het optreden van Israëlische strijdkrachten en settlers op de Westbank is al even onheilspellend. 

Culturele uitsluiting van Israël 

De weerstand die het Israëlisch optreden wekt buiten Israël wordt door de Palestijnse organisatie BDS (Boycot, Divestment and Sanctions) in gerichte actie omgezet. BDS wil naast de economische boycot ook een culturele uitsluiting van Israël afdwingen. De steun daarvoor is in de afgelopen twee jaar buiten Israël enorm toegenomen. Dat lijkt mij terecht. 

Je kunt niet net doen alsof er niets aan de hand is als een land – met zeer brede instemming van de eigen bevolking – mensen in bezet gebied bij de tienduizenden neerschiet en verwondt. Hen van hot naar her en weer terug opjaagt, een heel groot deel van de woningvoorraad aan gruzelementen bombardeert, de toevoer van voedsel en medicijnen mondjesmaat toelaat en de watertoevoer afknijpt. Op de Westoever gaat het er nauwelijks zachtzinniger aan toe.

Wie zaken blijft doen met Israël, of sociale en culturele contacten aanhoudt met dat land maakt zich – al is het nog zo indirect – medeplichtig aan het moorddadige optreden van Israël. Een economische en ook culturele boycot van dat land is althans een poging om daar iets tegen te doen. 

De overgrote meerderheid van de Israëli’s heeft keer op keer geprotesteerd tegen het beleid van de regering Netanyahu. Maar dan ging het om het lot van de gijzelaars in Palestijnse handen. Er moest nog meer gedaan worden om ze te bevrijden. Protest tegen het vernietigingsbeleid van Israël in Gaza was er nauwelijks. Toch was en is dat er wel, hoe klein ook en ondanks alles. 

De Swaan: “Wie het niet weten willen, weten heel goed dat er iets vreselijks gebeurt dat ze maar beter niet kunnen weten.” 

Democratie en rechtsstaat staan in Israël onder zware druk. Vrijwel alle media verhullen wat Israël in Gaza (en op de Westoever) aanricht, maar er is nog altijd persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Een krant als Haaretz rapporteert alle feiten en levert vlammende kritiek op het beleid van de regering Netanyahu. Israëli’s die willen weten wat hun regering aanricht kunnen het weten. Wie het niet weten willen, weten heel goed dat er iets vreselijks gebeurt dat ze maar beter niet kunnen weten. En zo zorgen ze dat ze het niet weten.

Kernen van oppositie

Dat heeft implicaties voor de culturele boycot. Die is er niet om de boycotters een goed gevoel te geven. Die is er om de publieke opinie in Israël, al is het ook nog zo weinig, te beïnvloeden. 

Israël is geen totalitaire staat zoals Stalins Sovjet-Unie. Israël is een gebrekkige en gehavende democratie, maar een democratie. Er zijn kernen van oppositie tegen het regeringsbeleid en tegen de meegaande meerderheid. Die kleine bent van moedige opponenten wordt amper getolereerd, maar kan nog demonstreren, publiceren en organiseren. 

Er is nog iets van een politieke en morele openbare discussie gaande.

Kortom, er is in Israël, hoe moeizaam ook, hoe gedempt ook, hoe asymmetrisch ook, nog iets van een politieke en morele openbare discussie gaande. Dat heeft beslissende gevolgen voor de manier waarop een culturele boycot gevoerd moet worden. (Kortheidshalve breng ik de sportieve en academische boycot ook onder bij de mantelterm ‘culturele boycot’). 

De boycot is gericht tegen het Israëlisch bezettingsbeleid in Gaza en op de Westoever èn tegen de grote meerderheid van meelopers met dat regeringsbeleid. 

Maar in een land waar nog enige tegenspraak en tegenstand mogelijk is, moet een culturele boycot vooral ook die kleine voorhoede van tegenstrevers steunen. Zij zijn in aantal aan het groeien.

Gesprek open houden

Een culturele boycot van Israël moet juist het gesprek open houden met die oppositie en met de toenemende aantallen twijfelaars. De tegenstanders van het huidige bewind in Israël moeten alle gelegenheid krijgen om hier, in dit land, in deze EU, hun standpunt te verkondigen, banden aan te knopen, en organisatorische en financiële steun te verwerven. 

Dit strookt met het standpunt van vele honderden Nederlandse en Belgische culturele organisaties die sinds vorig jaar oktober een boycot tegen Israël hebben ingesteld. Ook zij maken een uitzondering voor organisaties die zich “ondubbelzinnig uitspreken tegen de genocide, de juridisch illegaal verklaarde bezetting en de apartheid.” Hun boycot is uitdrukkelijk niet gericht tegen Joden of Israëli’s als zodanig.

Oppositie steunen

Een culturele boycot moet ook inhouden dat, zolang de Israëlische regering dat niet verhindert, mensen van hier naar Israël gaan om de oppositie daar te steunen. Om de zienswijzen die buiten Israël alom worden gedeeld ook daar uit te dragen en wie weet, om twijfelaars te overtuigen. 

Maar wie zijn dan wel die koosjere tegenstanders van het regiem die hier dan mogen komen praten? En wie moeten de mensen zijn die wel naar Israël mogen gaan om de oppositie daar te steunen? 

Dat is van persoon op persoon, van moment tot moment een open vraag waarop op dat moment een antwoord moet worden gevonden. Daar zijn we dus nu niet en ook straks nog niet klaar mee. Maar die discussie is nuttig en nodig en hoort bij wat het eerste doel moet zijn van de culturele boycot: het steunen van de oppositie tegen het moorddadige beleid van Israël jegens de Palestijnen.


cover: Fragment raam Joods Museum, foto Bloom, september 2023

Over Abram De Swaan 1 Artikel
Abram de Swaan is emeritus universiteitshoogleraar sociale wetenschap en leidde de Amsterdamse School voor sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam (1987-2007). De Swaan schreef jarenlang columns voor NRC/Handelsblad. Hij doceerde o.a. aan Cornell University, Columbia University, Science Po en het Collège de France. Zijn essays werden onderscheiden met de PC Hooftprijs (2008). De Swaans recentste boeken, verschenen in een twaalftal talen, zijn Woorden van de wereld (2001), Compartimenten van vernietiging (2016) en Tegen de vrouwen (2019).

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*