Met hun film en boek De verdwenen stad documenteerden Willy Lindwer en wijlen Guus Luijters in 2024 de rol van het Amsterdamse gemeentelijk openbaar vervoer.
Door het inzichtelijk maken van de deportatie met gewone trams is door de auteurs duidelijk gemaakt dat de gemeentelijke Amsterdamse overheid meewerkte aan de vervolging van haar eigen, Joodse, bevolking.
Ook in Rotterdam reden die trams. Ook in Rotterdam kon de Joodse bevolking worden gesegregeerd, geconcentreerd in een gemeentelijke loods en uiteindelijk gedeporteerd. Ook uit Rotterdam verdween de Joodse bevolking uit de stad.
Schuldige plekken verdwenen
Wat was de rol van het gemeentebestuur en het gemeentelijk ambtelijk apparaat als het gaat om het gedrag, het handelen en het nalaten in de Tweede Wereldoorlog jegens haar Joodse bevolking?
In Rotterdam zijn de schuldige plekken door het bombardement en door naoorlogse stadsvernieuwing niet meer zichtbaar in het straatbeeld. Ook de ‘Rotterdamse Hollandse Schouwburg’, Loods 24, bestaat niet meer, het is gesloopt. De loods lag op het terrein van de Gemeentelijke Handelsinrichtingen. De verdwijning van de Joden uit het Rotterdamse leven eindigde in een gebouw van de Rotterdamse gemeentelijke overheid.
Loods 24 was een opslag voor spullen, niet voor mensen. Het was er donker en naargeestig. De loods stond aan de voet van het zogenaamde, nog steeds bestaande, Poortgebouw. Neergezet in 1879 door een van Rotterdams grootste industriëlen: Lodewijk Pincoffs, Joods. Dichter konden Joodse bloei en Joodse vernietiging niet bij elkaar worden bedacht.
Geen bronnenonderzoek naar de rol van de gemeente
Op 15 oktober 2025 nam burgemeester Carola Schouten het eerste exemplaar van het boek Joods Rotterdam, vervolging, ontrechting, terugkeer en rechtsherstel in ontvangst. De schrijfster, Marleen van den Berg, bood het boek aan en daar is het bij gebleven. Het bericht over de overhandiging was na acht weken al niet meer terug te vinden op de site van de gemeente.
De centrale vraag die Van den Berg zich stelde luidt: “Hoe verliepen de vervolging, ontrechting en het rechtsherstel van de Joden in Rotterdam, hoe reageerden zij hierop en welke invloed had de lokale situatie op deze processen.” De lokale situatie, niet de lokale overheid. Daar is nog steeds maar weinig over gedocumenteerd.
Slechts 23,6 procent overleefde
Op basis van de Duitse verordening van 10 januari 1941 waren er op 1 oktober 1941 11.657 van ‘gehele of gedeeltelijke Joodse bloede’ geregistreerde Nederlandse inwoners van Rotterdam. Iets meer dan twee procent van de bevolking van Rotterdam was Joods. In Den Haag was in 1941 ruim 3,5 procent van de bevolking joods (naar de maatstaven van de Neurenberger rassenwetten). Onderzoek wees uit dat 23,6 procent van de Rotterdamse Joden de Sjoa overleefde. Marleen van den Berg concludeert al op de tweede bladzijde van haar boek dat Rotterdam een van de laagste percentages overlevende Joden van Nederland had, gebaseerd op het onderzoek van Croes en Tammes.*
*zie Marnix Croes en Peter Tammes: ‘Gif laten wij niet voortbestaan’: een onderzoek naar de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten, 1940-1945 Rijksuniversiteit Groningen.
In 1955 schreef Hartog Valk een artikel in het Rotterdams Jaarboekje getiteld De Rotterdamse Joden tijdens de bezetting. Valk was in de oorlog een afdelingshoofd van de Joodse Raad, Bureau Rotterdam, wat hem een Sperre opleverde.
Voordien was Valk werkzaam bij de gemeente Rotterdam als chef van de gemeentelijke accountantsdienst, totdat hij uit deze functie werd gezet omdat joden moesten worden ontslagen uit overheidsdienst. Na de oorlog keerde Valk bij de gemeente terug.
Over de Joodse kinderen die vanaf de start van het schooljaar 1942 naar aparte scholen moesten, schrijft Valk dat er druk werd gespijbeld:
‘mede omdat het vaak een onbegonnen werk was voor de kinderen om de scholen te bezoeken, terwijl zij van hun fietsen waren beroofd en het gebruik van de tram hun was verboden’.
Gemeentetrams en bussen
De Joden in Rotterdam werden in gemeentelijke trams en autobussen naar Loods 24 vervoerd. Valk verwijst met name naar razzia’s op 3, 8 en 9 oktober 1942:
‘Op 3 en 8/9 oktober vonden razzia’s in de huizen plaats, waarbij ook de Nederlandse politie ingeschakeld werd. Wanneer de Duitsers en de agenten in de woning stonden, dan kreeg het slachtoffer 10 of 20 minuten tijd om zijn boeltje te pakken. In trams en autobussen werden de Joden naar de loods vervoerd.’
Trix van Bennekom over de laatste grote razzia in Rotterdam op vrijdagavond 9 april 1943:
‘Daarbij haalde de Sicherheitsdienst, met hulp van de Rotterdamse politie, achthonderd Joden uit hun huizen. Voor het vervoer naar Loods 24 waren vooraf bij de RET drie tramstellen en zestien autobussen besteld.’ Trix van Bennekom, Loods 24-herdenking, Rotterdam, 30 juli 2025.
Complimenten van bezetter aan Rotterdamse bestuurders
Dr. Raymund Schütz hield een toespraak bij de boekpresentatie van In afwachting van Brigitte Weusten en Liesbeth Molenberg in Nijmegen op 23 november 2025
‘Zelfs in 1947 gaf de Duitse Beauftragte voor ZH dr. Ernst Schwabel vanuit zijn Scheveningse cel complimenten aan de Nederlandse bestuurders. Zij hadden in de eerste twee jaar goed met de bezetter meegewerkt. Juist in die periode vonden de administratieve voorbereidingen van de deportaties plaats.’
Verantwoordelijkheid nemen
Zoals de gemeentelijke trams door Amsterdam reden naar de Hollandse Schouwburg, zo reed het Rotterdamse RET-materieel naar Loods 24. Het is tijd dat de gemeente Rotterdam haar verantwoordelijkheid neemt.
Waarbij ik niet spreek over een verantwoordelijkheid voor rechtsherstel – dat is een heel andere zaak, maar wel voor het gedrag, de bejegening, de uitsluiting, voor het handelen en voor het nalaten door Rotterdamse gemeentebestuurders en ambtelijk personeel. Daar horen excuses voor te worden gemaakt. Zowel verbaal, schriftelijk als tastbaar.
Mokum Reisj, de trotse gemeenschap langs Rotte en Maas
De gemeente Rotterdam is het aan haar Joodse inwoners verplicht excuses te maken, aan hen die het hebben ondergaan en aan hen die vandaag de schamele groep vormen van wat eens Mokum Reisj was, die glorieuze gemeenschap langs Rotte en Maas.
cover: Rotterdamse tram uit 1924
Geef als eerste een reactie