Chanoeka in bevrijd gebied 1944 / 5705 

De stad Breda werd op 29 oktober 1944 bevrijd. Het waren Poolse troepen die de Duitse bezetting beëindigden. 

Enkele Joden hadden de oorlog in de onderduik overleefd. Een van hen, Izaak van Bueren, organiseerde op 10 december 1944 (25 Kislev 5705) een Chanoeka-bijeenkomst in wat er was overgebleven van de lokale synagoge. Het was de eerste Chanoeka viering in bevrijd Nederland.

Hij deed dat samen met een Poolse legerrabbijn met de achternaam Klepfisch. Van deze Chanoekaviering zijn enkele foto’s bewaard gebleven in het gemeentearchief van Breda. 

Deze foto’s zijn afgedrukt in mijn boek Removing the Yellow Badge, recent uitgegeven bij Amphora Books. 



Izaak van Bueren staat bij de Chanoekia samen met de Canadese legerrabbijn Samuel Cass. Deze rabbijn reisde rond in bevrijd gebied en was op zoek naar opduikende Joden. Op de tweede foto zien we het publiek, ongeveer twintig Joodse burgers en zowel achter als links van hen een grote hoeveelheid Poolse soldaten. 

In het Poolse leger dienden ongeveer honderdduizend Poolse Joden op diverse onderdelen. De Poolse regering was net als de Nederlandse naar Londen gevlucht. In de Engelse hoofdstad werden Poolse legeronderdelen gevormd die voornamelijk bestonden uit vluchtelingen, onder wie opnieuw heel wat Joden. 

Zeeuws-Vlaanderen

Pas onlangs ontdekte ik dat de Eerste Poolse Pantserdivisie, opgericht door Generaal Stanislaw Maczek, dezelfde was als de Poolse divisie die Zeeuws-Vlaanderen bevrijdde en met name het stadje Axel op 19 september 1944. 

Daar woonde familie van mij met inbegrip van mijn moeder en haar zuster. Wij zijn door de Polen bevrijd, zei mijn tante aan het eind van de jaren vijftig. Ik kon toen net lezen en verslikte me in ‘Szydlowskiplein’. Dat plein is vernoemd naar kolonel Zdzisław Szydłowski. Er is daar hard gevochten en er sneuvelden 25 Poolse militairen. 

De bewoners van Axel konden de Polen niet verstaan en ‘ze aten kaarsen’, zei mijn tante. Er ontstonden wel warme relaties, maar de opmerking over die kaarsen heb ik nooit begrepen. Mijn tante was zestien bij de bevrijding en wist sommige dingen beeldend uit te drukken, zonder dat ik wist wat ze precies bedoelde. Soms kwam dat heel goed uit.

Zo was er in Axel een Joodse familie ondergedoken bij de familie Naeije. Dat waren Salomon Schaap en zijn twee volwassen zonen Mau en Lo. Ook zij zijn op 19 september 1944 bevrijd, waarna – via Militair Gezag – een band ontstond met mijn familie. 

Vlammende haren

Toen een van de heren Schaap na de bevrijding van Noord-Nederland zijn verloofde kwam voorstellen, zag mijn tante dat deze verloofde vlammende haren had. 

“Dat was mijn moeder”, zei Eli Schaap, toen ik hem dit verhaal vele jaren later vertelde om na te gaan of hij familie was van dezelfde familie Schaap. 

Deze moeder, de joodse verzetsstrijdster Bep Bedak, had tijdens haar verzetswerk haar haren blond geverfd.* Na de bevrijding groeide dat er langzaam uit en zo zag mijn Axelse tante vlammen die dansten aan de uiteinden van haar donkere haren.  

Chag Chanoeka sameach!

*(red.) Riwka (Bep) Schaap-Bedak (1915-2011) was een Joodse verzetsstrijdster uit Den Haag die na haar rechtenstudie ruim honderd Joden hielp onderduiken. Zij is tevens bekend als mede-eigenaar van bioscopen in Den Haag, samen met haar man de filmmaker Mau Schaap. Zie ook Joods Erfgoed Den Haag.

Removing the yellow badge, Jewish War Orphans and the Struggle for a Jewish community in the post-war Netherlands 1944-1955.
Auteur Chaya Brasz
€20,00
ISBN 9789064461965
Amphora Books 


cover: Twee Bredase meisjes en een Poolse tank, 1944. Met dank aan Omroep Brabant

Over Chaya Brasz 10 Artikelen
Chaya Brasz, journalist en historicus, groeide op in Den Haag en woont sinds 1985 in Israël. Na de School voor Journalistiek, studeerde zij geschiedenis (RU Utrecht) en Joodse geschiedenis aan de Hebrew University of Jerusalem waar ze directeur werd van het Center for Research on Dutch Jewry (tot 2003). Ze publiceerde boeken en artikelen in academische context, vervulde bestuurstaken en was (tot 2024) hoofdredacteur van Aleh (Irgoen Olei Holland).

1 Comment

  1. “Met Mau Schaap, wajiwerech, nu!”
    Dat was het telefoongesprek dat mijn ouders kregen op die bewuste avond in Den Bosch. Ze zijn meteen uit hun flat via de achtertuin over schuttingen gevlucht en hebben zich die nacht ergens verscholen. Toen ze de volgende dag terugkwamen, was de voordeur van hun flat verzegeld, na de razzia. Mijn vader, die een Sperre had, heeft toen heel brutaal die verzegeling opengebroken. Overdag hielden ze zich daar schuil en ‘s nachts ging mijn vader eropuit om een onderduikplaats te zoeken. Uiteindelijk kwamen ze terecht bij die fantastische en heldhaftige familie Koesen in de Ackersdijckstraat, die ondanks dat ze al 6 kinderen hadden mijn ouders hebben opgenomen. Frans Koesen werkte bij de Incassobank in ‘s Hertogenbosch en deed ook de boekhouding voor mijn oom M. Benjamins.
    Dus, eigenlijk heeft Mau Schaap mijn ouders op het laatste nippertje weten te waarschuwen voor de komende razzia in hun straat. Volgens mijn moeder, omdat Mau mogelijk een telefoonlijn had afgetapt. Volgens zijn zoon Eli Schaap met wie ik zo’n drie jaar geleden hierover heb gecorrespondeerd, kwam de informatie hoogst mogelijk van de Verwalter van de firma waar Mau als handelsreiziger werkte, en die een soort dubbelspion was. Mijn ouders hebben Mau Schaap leren kennen bij de jeugdvereniging Zichron Ja’acov en later weer ontmoet in Den Bosch waar hij vaak kwam voor werk en dan zijn maaltijden at bij families met een koosjere keuken.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*