Hier, pak aan dat ding, ik wil ‘m kwijt

illustratie Mokum op de Gracht

Woensdag 16 november 1942

Al dagen ben ik niet naar buiten geweest. Luuc heeft me opgeborgen op het afgeschermde gedeelte van die enorme zolder boven de kazerne. Aan de bedden die hier staan met de kleerkasten en de po onder het bed is te zien dat hier wel vaker onderduikers een dak boven hun hoofd vinden. De Zeeuw wil niet dat ik al terugga naar mijn plekje op Zeeburg. ‘Blijf nou maar even bij mij in de buurt. Totdat we weten wat er nu precies met jouw moeder is gebeurd bij de razzia.’

Midden in de nacht hoor ik geregeld het brandalarm in de kazerne en de auto die dan uitrijdt. Maar er echt wakker van worden? Sowieso slaap ik slecht. Geregeld kom ik mijn bed uit om op het afdakje te gaan kijken of er thuis licht brandt. Dat betekent immers dat mama er is.

Mokum op de Gracht, een roman van Lody B. van de Kamp,
verschijnt in feuilletonvorm in De Vrijdagavond
Aflevering 48

Maar het blijft pikdonker. Er klinken voetstappen op de trap. Ik duik onder het luik in de vloer achter het schot. Dat hebben we afgesproken. ‘Fred, blijf maar in je bed. Ik ben het’. De vertrouwde stem van Luuc. Hij is niet alleen. Ik hoor ook andere voetstappen. Deze klinken lichter. Ze zijn van een vrouw. ‘Noem mij maar Gré. De rest doet er niet toe.’ Gré pakt een stoel en gaat tegenover me zitten. Ze heeft een paar bruine kaarten in haar hand. ‘Dit zijn de stamkaarten van je moeder, je vader en van je broers. Die heb ik ‘geleend’ van mijn werk, de Joodsche Raad. Morgen staan ze daar weer in de bak. Luuc staat naast Gré en leest over haar schouder mee.

“Herman van Gelder, geboren 4 januari 1901 te Amsterdam.
Woonachtig: Nieuwe Achtergracht 16, Amsterdam.
Beroep: Koopman.
Op transport 2 november 1942”.

De tweede kaart ligt nu bovenop.

“Jacob Barend van Gelder, geboren 12 augustus 1928 te Amsterdam.
Woonachtig: Voorheen Nieuwe Achtergracht 16, Amsterdam.
Thans Joodsch Jongensweeshuis Amstel 21-23 Amsterdam”.

Dan de derde kaart.

“Abraham van Gelder, geboren 24 juli 1933 Amsterdam.
Woonachtig: Voorheen Nieuwe Achtergracht 16, Amsterdam.
Thans Joodsch Jongensweeshuis Amstel 21-23 Amsterdam”.

Tenslotte mama’s kaart.

“Rika Jacoba van Gelder-van de Sluys, geboren 16 maart 1903 te Amsterdam.
Woonachtig: Nieuwe Achtergracht 16, Amsterdam.
Beroep: Naaister”

Gré zwijgt. Ze leest niet verder. Luuc wijst met zijn vinger waarop staat: ’Op transport 15 november 1942’. Gré slikt.

opgepakt op Kattenburg

“Ja, jouw moeder is één van de 376 namen die wij door hebben gekregen van de Gestapo. 376 mensen zijn bij de confectie van Kattenburg opgepakt’. Ik probeer mama’s kaart uit Gré’s hand te grissen. 15 november. Dat was gisteren! Maar ze is me te vlug af. Gré springt op en stopt de kaarten terug in haar tas die ze dicht tegen zich aandrukt. ‘Ik kan het ook niet helpen. Dit is de situatie. Hopelijk zie je jouw familie gauw weer terug. Die bezetting zal toch wel niet zo heel lang meer duren’. Ik lig op bed. Mijn hoofd in m’n kussen gedrukt. Ik kan me niet eens herinneren wanneer Luuc en Gré naar beneden zijn gegaan. Dwaze dromen spoken de hele nacht door mijn hoofd. De eerste de beste mof die ik tegenkom schiet ik kapot. En ik heb genoeg munitie voor een heleboel andere moffen. Mijn lieve mama die bijna de hele familie al heeft zien weghalen hebben ze nu ook op de trein naar dat verdomde Polen gezet! Al voor de derde keer zit ik rechtop in bed. Klaar om eruit te springen, de straat op te lopen om te kijken of ik een moffen soldaat tegenkom om hem overhoop te knallen.

Ik grijp onder mijn bed en haal mijn Walther P38 tevoorschijn. Ik trek mijn broek aan en op kousenvoeten loop ik de zoldertrap af. Ik schuif zachtjes tussen de hokken door waar de brandwachten de nacht doorbrengen. Er wordt flink gesnurkt. Helemaal in de hoek ligt Luuc met zijn handen onder zijn hoofd gevouwen. Hij is ook klaarwakker. ‘Ik dacht wel dat jij niet kon slapen, Fred. Het is ook niet niks. Nu je moeder ook al weg is.’

‘He joh, houden jullie je kop, daar. Ik ben aan het maffen!’ ‘IJsbeer, je bent niet aan het maffen. Je wás aan het maffen!’ Er klinkt gegrinnik. ‘Kom Fred, we gaan beneden een bakkie zetten. Ik heb nog zo’n lekker koekie wat jullie bolus noemen. Kunnen mijn maten verder maffen’. Luuc staart me ineens met zijn grote ogen aan.’ Wat loop jij hier nu met je revolver te zwaaien? Dwars door de kazerne heen? Waarom ligt ie niet netjes opgeborgen? Kom je mij misschien overhoop schieten? Wat ben je van plan?’

Ik schud mijn hoofd. ‘Hier, pak aan dat ding! Ik wil ‘m kwijt!’ Ik tril over mijn hele lichaam. ‘Als ik dit ding nog langer onder mijn bed bewaar, weet ik echt niet wat ik er mee ga doen!  De eerste de beste verrader die ik tegen kom gaat eraan! En misschien nog wel veel meer van dat gajes. Mijn moeder hebben ze nu ook al afgepakt!’ Ik duw de revolver in Luucs hand. ‘Alsjeblieft Luuc, alsjeblief. Pak dat ding van me af. Voor dat ie echt gebruikt gaat worden.’

Hoe nu verder?

De Zeeuw neemt het wapen van me over. ‘Of, voordat ik me zelf iets aan doe!’ snik ik. Beneden zet Luuc koffie. Hij vergeet helemaal de bolussen. Maar ik ook. We zitten zwijgend tegenover elkaar. Hoe nu verder? Wat doe ik hier nog? Vanochtend zou mijn haar opnieuw worden geblondeerd. Zwarte pieken komen hier en daar al tevoorschijn. ‘Luuc, luister. Als ik me nou zelf eens meld bij de Schouwburg. Dan nemen ze me vast mee naar Westerbork. Dan kan ik daar zien wie er van de familie nog zit. Voordat ze naar Polen worden gestuurd.’ De Zeeuw legt zijn hand op mijn arm. ‘Simon, zet dat uit je hoofd. Nooit en te nimmer. Je eigen doodsvonnis tekenen? Je blijft hier. Zonder vader of moeder ben je nu aan mij overgeleverd. Dus heb je naar mij te luisteren. Heb je dat goed begrepen?

Volgende week heb ik een paar dagen vrij. Dan breng ik je terug naar Zeeland, naar Ouwerkerk. Kun je een beetje op adem komen. Daarna heeft jouw maat, de Zeeuw, die recht voor je zit jou weer nodig. Ik kom je ophalen en dan slaan we onze slag. En dan mag je echt dit apparaat gebruiken om jouw lieve familie te wreken. En die wraak zal zoet zijn.’ De woorden van Luuc glijden langs me heen. Wraak? Wat moet ik met wraak? Nemen papa en mama door mijn wraak de trein terug naar Mokum? Wat heb ik aan dit gezemel?

De alarmbel gaat af. Boven hoor ik gestommel van de brandweerlieden die uit hun bed springen. Een voor een glijden ze langs de paal naar beneden, de deur van de garage wordt opengegooid. Luuc springt ook op. ‘Fred, ga nog maar een paar uur terug naar je bed. Die Walther van jou hou ik wel even bij me’. Ik hou me nog even schuil tot de motorspuit de donkere gracht op rijdt. Het geluid van de bel is in de verte nog te horen.

Puls Verhuisbedrijf

Slapen lukt niet meer. Ik sta voor het zolderraam. Het begint al licht te worden. Een vrachtwagen rijdt de gracht op. Nee! ‘Puls Verhuisbedrijf, Kerkstraat Amsterdam’. Die smeerlappen die de huizen van de Jidden leeghalen. Ik loop naar het afdakje. Verstijfd blijf ik staan. De wagen komt midden op de gracht precies voor ons huis tot stilstand. Er komen ook twee politieagenten aanfietsen. Een gaat vóór de wagen staan, de ander erachter. En dan komt er nóg een vent aanfietsen.

Verhuisbedrijf A. Puls (Foto: Geheugen van Oost

Ook hij stapt af en haalt papieren uit zijn fietstas en loopt daarmee naar een van die smerissen. Er wordt naar elkaar geknikt en de chauffeur van de vrachtauto loopt ons portiek binnen. Even later zie ik het licht in onze woonkamer aanfloepen. Dat geteisem is dus nu bij ons bezig. Ons huis wordt leeggehaald. Als mama en papa terugkomen staan ze voor een lege woning. Ik zak op mijn bed. Die verhuiskerels schreeuwen tegen elkaar. Voor lange tijd durf ik niet te kijken. Toch wint mijn nieuwsgierigheid het. Ik loop opnieuw het afdak op. Ons grote dressoir, nog afkomstig uit het huis van de oma van mama, hangt aan het touw te bungelen net voordat het de verhuiswagen wordt ingeschoven.

(Wordt vervolgd)

Over Lody van de Kamp 88 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken. Lody is lid van ‘Amsterdam Inclusief’, negen meedenkers over het beleid van deze gemeente.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*