Wat doe je als kind wanneer je vader en je halfzus aan tafel herinneringen ophalen aan ‘tante Etty’?
Zo zou je haar hebben genoemd als zij nog in leven was geweest. Zoals je andere vriendinnen van je vader aansprak met ‘tante’ ook al waren zij geen familie: tante Mien, tante Eefje, tante Dé…
Maar dat was het nu juist: je zou nooit ‘tante Etty’ zeggen omdat zij niet was teruggekeerd. Zo werd dat toen gezegd. Duidelijker: ik zou haar nooit ontmoeten want zij was tijdens de oorlog door de Duitsers vermoord.
Toneelschrijver
Mijn vader was toneelschrijver en hij kon zo vertellen dat je het gevoel had erbij te zijn. Een van die verhalen ging over het afscheid van zijn vriendin Etty Hillesum. Zij was bij hem langsgekomen om hem gedag te zeggen. Zij was op weg naar kamp Westerbork in Drenthe en haar trein uit Amsterdam ging via station Hilversum, de woonplaats van mijn vader.
De Hilversumse villa waar hij woonde samen met zijn dochter Johanna, mijn halfzus, lag tijdens de oorlog in een Sperrgebiet. Onder de vloer was een kruipruimte die je alleen kon bereiken door een paar planken weg te halen. Een ideale plek om onder te duiken – welke bezetter zou op het idee komen dat iemand zo brutaal zou zijn om tegenover een hoofdkwartier van de Wehrmacht onderduikers te verbergen?
En toch hadden Oom Jan en Tante Dé in deze villa een tijdlang een veilige schuilplaats gevonden toen zij op de vlucht waren voor de bezetter en bij hun vriend Klaas hadden aangeklopt.
Zoontje Gerrie Mok
Jan en Dé Molenaar hadden Joodse onderduikers in hun huis verborgen. Die waren verraden en zij waren ternauwernood aan de politie ontsnapt. De onderduikers hadden geen geluk: zij werden gedeporteerd en overleefden het vernietigingskamp niet. Hun zoontje Gerrie Mok, die op dat ogenblik elders was ondergebracht, bleef als wees alleen achter. Hij zou later een belangrijk journalist worden en publiceren onder de naam G. Philip Mok. Hij zou de familie Molenaar en mijn vader nooit vergeten.
Toen voor Etty Hillesum het ogenblik was aangebroken om terug naar station Hilversum te gaan, pakte mijn vader haar vast en zei tegen haar: ‘Jij blijft hier!’
En hij vloekte er stevig bij – hij was tenslotte zeeman geweest. Maar Etty maakte zich van hem los en ging op een afstandje staan. Zij zei toen met haar zachte stem: ‘Jij begrijpt mij niet’.
Mijn vader antwoordde: ‘Zeker begrijp ik jou niet. De moffen maken je kapot!’ Maar toen zijn vriendin vertelde dat zij het lot van haar volk wilde delen, begreep mijn vader dat de zaak verloren was. Zij zou niet bij hem onderduiken, maar naar kamp Westerbork teruggaan naar de andere Joden die daar werden vastgehouden ‘bis auf Weiteres’. Hij zou haar nooit weer zien…
Stapeltje dagboeken
Kort na de oorlog kwam Maria Tuinzing langs, een vriendin van Etty Hillesum, die in hetzelfde huis woonde als zij. Maria had een stapeltje dagboeken bij zich die zij aan mijn vader overhandigde.
Zij had die van Etty gekregen om ze aan toneelschrijver Klaas Smelik te geven als zij niet meer zou terugkomen. Zo had zij het gezegd. Haar vriend van weleer moest ze laten uitgeven, dat was haar verzoek. Mijn vader zag het als zijn heilige plicht om de laatste wens van zijn vriendin te vervullen en ging aan de slag. Hij gaf de dagboeken aan zijn dochter Johanna, die – in tegenstelling tot hem – Etty’s onduidelijke handschrift wel kon lezen.
Hij vertelde haar dat zij passages eruit moest overtikken zodat hij de getypte vellen aan een uitgever kon toesturen ter beoordeling. Johanna ging aan het werk en leverde een honderdtal blaadjes af. Nu kon mijn vader met een uitgever contact opnemen.
Bekende uitgeverij
Als kind heb ik het allemaal gevolgd: het versturen van de getypte vellen in een grote bruine envelop met begeleidend schrijven, gericht aan een bekende uitgeverij. Het openen van de enveloppen, verstuurd door diezelfde uitgever met daarin de velletjes en een antwoordbrief. Een weigering, want wat Etty Hillesum in haar dagboeken had opgetekend was ‘te filosofisch’. Hier zou absoluut geen vraag naar zijn.
En zo ging het maar door, de ene enveloppe na de andere, totdat het manuscript aan alle belangrijke uitgevers was aangeboden en zij allen hadden geweigerd de dagboeken te publiceren.
Mijn vader was ten einde raad. Hij wist niet meer wat hij nog kon doen behalve deze uitgevers te vervloeken, die het belang van de dagboeken niet hadden willen inzien. Ik deelde als kind zijn frustratie: zouden de dagboeken van Etty Hillesum voor altijd in het bureau van mijn vader blijven liggen zonder dat haar laatste wens werd vervuld?
Dat was toch onaanvaardbaar…
wordt vervolgd
cover: Etty Hillseum, bron: Alfa & Omega
Geef als eerste een reactie