Religie en filosofie

Soorten zeeën, soorten leven

Genesis / Bereshiet 1:21 Klassieke vertaling: En God schiep de grote zee-gedrochten en al het bezield gedierte, dat kruipt, waarmee het water wemelde, ieder naar zijn soort; en al het gevleugelde gevogelte naar zijn soort. En God zag dat het goed was:  Hertaling Elohiem schiep de grote zee-gedrochten en ieder zich bewegend schepsel dat de wateren naar hun soort overvloedig hadden voortgebracht; en ieder gevleugeld gevogelte naar zijn soort. En Elohiem zag dat goed is:     Wanneer … [Lees verder]

Parasja

Een land van mogelijkheden (en verantwoordelijkheden)

De Parasjot Acharee Mot en Kedoshiem bevinden zich op een kantelpunt van het boek Wajikra. De eerste 17 hoofdstukken van Wajikra waren vooral gewijd aan regels over de offers en de daarmee verband houdende regels rondom rituele reinheid en onreinheid. Het eerste stuk van Acharee Mot beschrijft ook een offerdienst – de bijzondere dienst van Jom Kipoer. Maar vanaf halverwege de parasja gaat het over kedoesja – regels die het Joodse volk moeten verheffen.  Deze … [Lees verder]

Parasja

Kwaadspreken kan leiden tot de huidziekte tsara’ath

De dubbele parasja Tazria – Metsora gaat voor een groot deel over de ziekte Tsara’at. We weten niet precies welke ziekte dit is, er geen moderne aandoening die lijkt op deze ziekte. De rabbijnen in de talmoed zagen het als een G’ddelijke straf. Waarvoor, daar waren de geleerden het uiteraard niet over eens. Rabbi Jonathan noemt in de talmoed bavli (arachin 16a) zeven redenen: kwaadspreken, bloedvergieten, valse geloften, verboden seksuele relaties, arrogantie, diefstal en gierigheid. … [Lees verder]

Parasja

Kasjroet als een canvas om je overtuigingen op te schilderen

Een belangrijk deel van parasjat Sjemini is gewijd aan de regels ten aanzien van welke dieren wel en niet gegeten mogen worden.  Dat gaat aan de hand van categorieën – bijvoorbeeld wél herkauwende landdieren met gespleten hoeven, maar níet die zonder beide kenmerken (Lev. 11, 2-7). Of wél vissen met schubben en vinnen maar níet die zonder (Lev. 11, 9-10).  Of nog specifieker: wél bepaalde kruipers met vleugels die op vier poten lopen en die … [Lees verder]