Sedje Hémon – een leven voor de kunst

Sedje, zoals ik mijn oudtante vroeger mocht noemen, was in mijn ogen zo’n beetje alles tegelijk: een zelfstandige en originele vrouw, verzetsstrijdster, overlevende van de Shoah, maar bovenal kunstenaar, met een opmerkelijke ondernemerslust.

Sedje Frank werd in 1923 geboren in Rotterdam. Als kind tekende en schilderde ze al veel. Geïnspireerd door de violist Nathan Milstein begon ze bovendien viool te spelen. De beeldende kunst en de muziek zouden uiteindelijk de twee pijlers van haar leven worden.

Tijdens de oorlog raakte ze betrokken bij het verzet. Ze werd verraden en gedeporteerd naar Auschwitz, waar ze viool speelde in het kamporkest. De bevrijding kwam voor haar maar net op tijd. Ze was zo ernstig verzwakt dat ze daarna jarenlang in ziekenhuizen en sanatoria moest verblijven. Viool spelen lukte niet meer. Componeren nog wel. En toen ze opnieuw begon te schilderen, gebeurde er iets bijzonders: ze begon muziek te schilderen. De integratie van de verschillende kunstdisciplines zou haar levenswerk worden.

Muziek in haar schilderijen

In 1967 bezocht ik samen met mijn ouders in Haarlem een concert waar het Noordhollands Philharmonisch Orkest een van Sedje’s eerste composities uitvoerde: Mouvement d’un Adagio. Ik was trots op mijn oudtante, maar begreep toen nog nauwelijks hoe bijzonder haar werk was.

Drie jaar later, in 1970, ging in het Concertgebouw in Amsterdam haar symfonische werk Nooit meer een Auschwitz in première. Inmiddels had Sedje haar naam veranderd in Hémon, een samenvoeging van de voornamen van haar ouders, die in Auschwitz waren vermoord.

Haar muziek vond ik prachtig. Beiden waren geïnspireerd op haar beeldend werk. Maar hoe dan en hoe zag haar werk eruit? 

Twee werken van Sedje Hémon, met dank aan de Stichting Sedje Hémon

Naoorlogse abstractie

In de jaren vijftig exposeerde ze in Parijs en nam ze onder meer deel aan de Salon des Réalités Nouvelles in het Musée d’Art Moderne de Paris. Haar werk sloot aan bij de naoorlogse abstractie: geen voorstelling, maar een autonome beeldtaal van lijn, ritme, verhouding en kleur. 

Via een tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam kwam ze in contact met professor Hans Jaffé, destijds adjunct-directeur van het museum. Hij was een van degenen die in haar abstracte werk een muzikale structuur meenden te herkennen.

Hémon zelf stond daar aanvankelijk sceptisch tegenover. Zoals ze later vertelde, luisterde ze tussen 1954 en 1958 slechts halfslachtig naar mensen die beweren dat er muziek in haar schilderijen besloten lag. Zolang niemand die muziek daadwerkelijk uit haar werk wist te halen, zag ze weinig reden om zich er verder mee bezig te houden.

Het ging haar om een transpositie van de ene kunstvorm naar de andere.

Gaandeweg veranderde dat. In samenwerking met Jaffé onderzocht ze hoe de formele structuur van haar schilderijen: lijnen, verhoudingen en vormen, systematisch kon worden omgezet in muzikale gegevens. Met behulp van een transparant muziekraster over het doek konden deze visuele elementen worden vertaald naar tonen, harmonieën en ritmes. Instrumentatie, dynamiek en tempo voegde Hémon vervolgens toe.

Zo ontstond haar integratiemethode. Het ging haar niet om een muzikale interpretatie van een schilderij, maar om een systematische transpositie van de ene kunstvorm naar de andere: het beeld werd partituur, de visuele structuur werd hoorbare structuur.

Haar schilderijen waren er, voor zover ik weet, altijd eerst. Misschien hoorde ze de muziek al in haar hoofd terwijl ze schilderde. Haar composities noteerde ze bovendien op één vel papier, als een visuele vertaling van het schilderij.

Een leven voor de kunst

Terug in Nederland zocht Hémon samenwerking met de stichting Gaudeamus, die zich inzette voor eigentijdse klassieke muziek. Ook daar vond ze aansluiting bij haar belangstelling voor vorm en structuur.

Voor Hémon waren abstracte beeldende kunst en muziek geen gescheiden werelden, maar twee talen met een vergelijkbare grammatica. Al deze inzet resulteerde in haar ‘symbiotische ‘ werk. 

Ze bleef bovendien nieuwe wegen zoeken. Na een reis naar Roemenië raakte ze gefascineerd door de panfluit. Ze ontwikkelde een eigen lesmethode en zelfs een zelfbouwkit voor panfluiten.

Hoewel haar muziek en beeldende werk lange tijd weinig aandacht kregen, is er de laatste jaren sprake van een hernieuwde belangstelling. In 2017 was haar werk te zien en te horen tijdens Documenta 14. Ook Ensemble Modelo62 bracht composities van haar opnieuw op het podium.

Zelf kwam ik pas in 2019 opnieuw in aanraking met haar beeldende werk, tijdens Stedelijk Base in het Stedelijk Museum Amsterdam. Het was bijzonder om het werk van mijn oudtante daar niet alleen als familie, maar als kunst te zien.

Sedje Hémon, schilderij Yves du Bois

Seeing Sounds in Venlo

Nu is haar werk te zien in Seeing Sounds in Museum van Bommel van Dam in Venlo. De tentoonstelling brengt vier kunstenaars samen voor wie muziek op verschillende manieren onderdeel is van hun beeldende praktijk. Bij Hémon gaat dat het verst: haar schilderijen kunnen daadwerkelijk als muziek worden uitgevoerd.

In de tentoonstelling zijn verschillende werken van haar te zien en kunnen bezoekers bij luisterstations haar muziek beluisteren. 

Je ziet muziek. Je hoort een schilderij

Naast Hémon zijn werken te zien van onder anderen Sam Middleton, die in zijn collages en schilderijen de ritmiek en spontaniteit van de jazz verwerkte. Bij alle kunstenaars speelt muziek een rol, maar bij Hémon is de relatie misschien wel het meest letterlijk.

En misschien is dat uiteindelijk de mooiste manier om Sedje Hémon te herinneren: niet als de vrouw die Auschwitz overleefde, maar als een eigenzinnige kunstenaar die haar hele leven bleef zoeken naar nieuwe verbindingen tussen beeld, geluid en leven.


Expositie Seeing Sounds in Museum van Bommel van Dam
Meer info:
Sedje Hémon Stichting
Luisteren: Sedje Hémon in Nooit van gehoord?! NPO-podcast van Andrea van Pol en Ray Milford


cover: screenshot, met dank aan Museum van Bommel van Dam

Over Anita Frank 38 Artikelen
Anita Frank initieerde en participeerde, na haar studie theaterwetenschap en kunstgeschiedenis, in talloze projecten in het theater, de openbare ruimte en op het terrein van cultureel erfgoed onder andere voor de Gemeente Amsterdam. Daarnaast adviseert zij kunstenaars en culturele initiatieven. Voor het Joods Museum maakte zij onder meer de foto installatie Joods Leven. Levensmotto: van cultuur krijg je nooit genoeg!

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*