Aanstaande sjabbat begint het sjoelseizoen met letterlijk een nieuw begin.
Het vorige boekjaar wordt mentaal afgesloten. Bij het opbergen van onze ervaringen denk ik terug aan wat mij opviel.
Een van die dingen is het aantal mensen dat worstelt met het geloof en het taboe dat daar soms omheen hangt. Dat ‘taboe’ gaat dan om het geloven in G’d, en in alle gebeurtenissen in de Torah of de geschiedenis van het Joodse volk.
Waarom vind ik dit opvallend? Ik ben niet verbaasd dat veel Joden niet (alles) geloven en ook niet dat geloof zich niet gemakkelijk laat voorschrijven. Wat mij triggert, is het taboe dat hier omheen hangt en ervoor zorgt dat veel mensen afstand voelen tot hun Jodendom en tot een (sjoel)gemeenschap.
Op dat punt verschijnt volgens mij een verantwoordelijkheid voor de ‘praktiserenden’, om die mijns inziens onnodige afstand te verkleinen en het ongemak weg te nemen.
Krap zesduizend jaar
Laat nu net onze eerste afdeling van de Torah meteen met mogelijk de grootste uitdaging komen voor een potentiële gelovige. Zou de Torah expres op deze manier beginnen? De schepping van de wereld in zeven dagen en daaraan gekoppeld de berekening dat de wereld dan krap zesduizend jaar oud zou zijn, ga er maar aanstaan als deelnemer aan een moderne, individualistische, zichzelf rationeel vindende samenleving.
Wat moet je doen als je het gevoel hebt dat je moet kiezen tussen je rationele verstand en je wetenschappelijke kennis aan de ene kant en je verbondenheid met het jodendom aan de andere kant?
Het jodendom is een religie, maar wij zijn ook een volk.
Bereesjiet geeft ons niet alleen het beste voorbeeld van de tegenstrijdige gedachten die deze parasja kan opwekken, maar biedt daarmee ook de beste gelegenheid om te kijken hoe we met zulke situaties om kunnen gaan. Een belangrijke eerste stap is volgens mij om tijd en ruimte te nemen voor verdieping. Niet iedere vraag zal daarmee meteen verdwijnen, maar vaak blijkt er meer te onderzoeken en te begrijpen dan we aanvankelijk denken.
Want wat mij betreft moeten we wel eerst twee zaken uit elkaar halen. Ja, het jodendom is een religie, maar wij zijn ook een volk.
Aantoonbaar leeft het Joodse volk al duizenden jaren aan de hand van de Torah. Een volk is als een familie, je hoort er gewoon bij. Al ben je een oom of tante aan de andere kant van de wereld en laat je een halve eeuw niets van je horen, je blijft familie. Je hoeft je niet te kwalificeren en je hebt al het recht om je thuis te voelen op de plek waar je volk samenkomt, ongeacht of je het met alles eens bent of alles gelooft dat er ooit is opgeschreven. Ongeacht wat je weet, doet of kan, kan je naar een bijeenkomst komen en je thuis voelen en het is volgens mij aan joodse organisaties om dit ook uit te dragen.
Het geloofsproces verdient prominente tijd en ruimte. Geloven is iets persoonlijks en wat je wel of niet gelooft ontwikkelt zich door de tijd. Op basis van wat je leest, leert, hoort, het is een ontwikkeling en een worsteling. Die worsteling moet geen taboe zijn, maar een noodzakelijk groeiproces. Het is de naam van ons volk: Jisra’èl – ‘die worstelt met G’d’. De tijd nemen om hierover na te denken, dingen uit te zoeken en daarin je eigen pad te vinden, hoort erbij. Wie dat doet, moet kunnen rekenen op begrip en ondersteuning. Als het goed is, blijven we immers allemaal ons hele leven lang leren.
Waarheidsvinding
Maar hoe worstel je dan met een parasja als Beresjiet? Allereerst is het belangrijk om te weten dat waarheid een van de allerbelangrijkste waarden is van het Jodendom. Veel meer dan wat ik in onze seculiere samenleving zie.
Waarheidsvinding is belangrijk in elk aspect van de Torah, als het gaat om hoe we met en over elkaar praten, over getuigenissen bij rechtszaken, de waarheid moet altijd leidend zijn, zonder dat iemands status of andere belangen mee mogen spelen (zie met name parasja Misjpatiem en Sjoftiem).
Vanuit de gedachte dat Torah en de werkelijkheid uiteindelijk niet met elkaar in tegenspraak kunnen zijn, is de eerste stap om beide beter te onderzoeken. Wat zegt de wetenschap precies en hoe zeker is die conclusie? En wat zegt de Torahtekst werkelijk? En welke interpretaties bestaan daarvan?
De Joodse uitlegtraditie kent immers verschillende lagen: naast de directe tekstbetekenis, de pesjat, zijn er ook zinspelingen, verklarende uitleg en mystieke duiding, samen bekend als PaRDeS. Dat is geen vrijbrief om iedere moeilijkheid weg te verklaren, maar wel een reden om niet bij de eerste schijnbare tegenstrijdigheid te stoppen.
In een begin
Over sidra Bereesjiet, dat letterlijk ‘in een begin’ betekent en niet ‘in hét begin’ hebben rabbijnen zeer veel geschreven en ze zijn het niet allemaal met elkaar eens. Er zijn veel orthodoxe rabbijnen die – met de Torahtekst in de hand – aangeven dat de eerste zes dagen van de schepping geen menselijke, 24-uursdagen hoeven te zijn, maar dat het periodes kunnen zijn van vele miljoenen jaren.*
Anderen stellen dat Adam en Eva slechts het beginpunt zijn vanaf wanneer de menselijke geschiedenis relevant wordt, vanaf wanneer sprake is van een G’ddelijke nesjama. Academicus Gerald Schroeder, ooit verbonden aan de Amerikaanse universiteit MIT, legt in zijn boek The Science of God ** uit hoe enkele decennia terug de wetenschap het scheppingsverhaal van de Torah onbedoeld heeft bevestigd.
De kern is dat er veel meer kennis, diepgang en interpretaties zijn dan men vaak denkt. Dat er meer dan genoeg ruimte is voor alle kritische vragen en twijfels en dat er heel vaak een antwoord is te vinden. En in ons volk hoort er geen angst te zijn om oprechte vragen te stellen en hoeven we ook niet bang te zijn om vragen te krijgen.
Kortom, onze eerste parasja van het jaar geeft een geweldig startschot om een nieuw jaar in te gaan van mooie, geïnspireerde worstelingen. Een jaar van verder duiken in de eindeloze diepgang van de Torah, op weg naar meer kennis en waarheid. G’d weet dat deze wereld dat goed kan gebruiken!
*Bereishit | The Concepts of Creation, the Beginning of Time, and the Big Bang – the Relationship between Faith and Science | Torat Har Etzion
** The Science of God – Professor Gerald Schroeder
cover: fragment schilderij van Marc Chagall van rabbijn met Torarol, foto Bloom
Geef als eerste een reactie