Kunst en Cultuur

Schilder feestelijke schouwburg- en circustaferelen Martin Monnickendam bezweek aan een longontsteking

De uiterst getalenteerde Martin Monnickendam (1874-1943), zoon van een joodse vader en een niet-joodse moeder, werd als zestienjarige toegelaten tot de Rijksakademie.  Tot zijn onuitsprekelijke frustratie won hij de prestigieuze Prix de Rome pas bij zijn derde deelname, in 1913. Dat stond zijn doorbraak in Amsterdam in 1907 en Parijs in 1908 niet in de weg. Hij groeide uit tot een ‘machtig colorist’, gedreven door het verlangen om ‘stemmingskunst’ te maken. Een ‘geniaal aangelegde’ kunstenaar, … [Lees verder]

donkere achtergrond met letters chwitz die worden gestanst
Nieuws

32 + 32 en een warm bad in de Frans Halsstraat

Het begon met een klein berichtje in de krant. Zo’n bericht waar je normaal gesproken overheen leest. In de Frans Halsstraat in Amsterdam zou een Stolperstein worden gelegd voor ene Benjamin Wagenhuis. Wagenhuis… Ik zocht hem op. Benjamin bleek een broer van mijn opa. Mijn lieve opa Levie, de man naar wie ik ben genoemd. Voor mij was hij bijna een grote broer. Hij hield van mij en ik van hem. Maar hij sprak nauwelijks. … [Lees verder]

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall
Lernen

Van vruchtbare aarde tot schepsel

Genesis/ Bereshiet 2:7Klassieke vertaling: De Eeuwige God vormde de mens van stof uit de aarde en blies in zijn neusgaten levensadem; en de mens werd een bezield wezen. HertalingJHWH Elohiem vormde de mens van grond uit de vruchtbare aarde en blies in zijn neus levensadem; de mens werd tot een schepsel. JHWH Elohiem vormt de mensuit grond van de vruchtbare aarde.Niet uit los stofdat door de wind wordt meegenomen,maar uit aarde die doordrenkt isen leven … [Lees verder]

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen
Feuilleton

‘Toli, wat ben ik blij dat ik jou naar Erets Jisroeil heb gestuurd’

28 september 2013 Tattie sluit zijn kleine Gemore waar hij onderweg altijd uit leert. ‘Nog een uurtje of zo, dan landen we’.  ‘Ja, dan ben ik weer thuis’.  ‘Nou ja thuis. Naftoli, we zijn pas thuis in Erets Jisroeil wanneer de Moshiach er ook is.’  Tattie had, geloof ik, niet in de gaten dat mijn opmerking een beetje plagend was bedoeld.  ‘Tattie, misschien worden we op het vliegveld Ben Gurion wel opgewacht door de Moshiach.’ … [Lees verder]