Genesis/ Bereshiet 1:18
Klassieke vertaling: om de dag te beheersen en de nacht en een scheiding te maken tussen het licht en de duisternis; en God zag dat het goed was:
Hertaling
om richting te geven tijdens de dag en tijdens de nacht, en om onderscheid te maken tussen zowel het licht als de duisternis. En Elohiem zag dat goed is:
Wanneer licht koers en ritme geeft
Deze zin ademt zowel afronding
als een terugblik op alles wat eraan voorafging.
Het is alsof de schepping even stilstaat
en de lijn zichtbaar wordt
die door alle eerdere stappen heen liep.
De warmte-energie kreeg een naam: jom.
Het ontbreken daarvan werd laila genoemd – duisternis niet als vijand, maar het stille gebied waarin licht afwezig is.
Daarna vond de scheiding plaats tussen de dag en de nacht –
niet meer enkel begrippen, maar twee zichtbare werkelijkheden
die elkaar in evenwicht houden.
En toen werd de straling die de aarde zou beschijnen
vastgesteld, bevestigd, geborgd.
Vanaf dat moment werd de taakverdeling helder:
De grote stralingsdrager zou de dag verlichten, drager van warmte en richting;
De kleine stralingsdrager zou bij het ontbreken van het daglicht
het donker doorbreken.
De Hebreeuwse tekst benadrukt dat deze lichtdragers
beheersen.
Niet zoals in heerschappij, maar in richting geven.
Ze bepalen het ritme waarin de mens leeft:
tijd, seizoenen, oriëntatie, de cadans van licht en schaduw.
Dag en nacht worden zo tot een kompas –
een ordening waarin de mens zijn plaats ervaart tussen hemel en aarde.
En dan klinkt opnieuw de bevestiging die elke fase verzegelt:
Elohiem zag: goed – waarlijk, voor altijd.
Een vaststelling die zich niet laat begrenzen, die door alle fasen heen blijft gelden. Als de onderliggende resonantie van de schepping zelf.
Betekenis en context
Afronding en terugblik
Deze zin fungeert tegelijk als afronding én als terugblik op het hele proces dat eerder is ingezet. Wat hier wordt uitgesproken, verwijst naar wat in de voorafgaande tekst stap voor stap is opgebouwd.
Eerst kregen warmte-energie en het ontbreken daarvan een naam: dag en nacht. Vervolgens werd tussen deze twee een onderscheid aangebracht. Daarna werd vastgelegd dat straling de aarde zou bereiken, en tenslotte kregen de stralingsdragers hun specifieke taak ten opzichte van dag en nacht.
Hier wordt voor het eerst gesproken over licht als zodanig, niet langer alleen over warmte-energie.
Richting in plaats van heerschappij
De stralingsdragers worden hier niet opnieuw actief gemaakt en ook niet opnieuw onderscheiden. Hun werking krijgt een ander accent: zij geven richting. Door hun aanwezigheid ontstaat ritme, oriëntatie en ordening. Dag en nacht worden niet alleen zichtbaar, maar krijgen een samenhangend verloop dat het leven structureert.
Het gaat daarbij niet om heersen in de zin van macht of dominantie, maar om het bieden van een kader waarin tijd, ritme en afwisseling ervaren kunnen worden.
Bevestiging
De zin eindigt met dezelfde bevestiging die eerder al klonk. Daarmee wordt niet alleen deze stap goedgekeurd, maar het hele voorafgaande proces bevestigd. Het is een vaststelling die het geheel draagt en afrondt.
Grammaticale en tekstuele analyse
Limsjol (למשל) ‘om richting te geven’
Hier staat de gewone pa‘al-vorm van het werkwoord masjal. In tegenstelling tot de versterkende vorm die eerder in 1:16 werd gebruikt, ligt hier de nadruk niet op krachtig beheersen maar op richting geven.
Dit verschil is betekenisvol:
- de versterkte vorm duidt op vastgestelde taak en gezag,
- deze eenvoudige vorm duidt op begeleiding en ordening.
De stralingsdragers geven licht, en daardoor kan de mens zich oriënteren: dag en nacht krijgen ritme en samenhang.
oelehavdiel (ולהבדיל) ‘en om onderscheid te maken’
Het werkwoord badal (scheiden) duidt op het aanbrengen van onderscheid. Het gaat niet om fysieke scheiding, maar om het onderscheiden van twee werkelijkheden die tot dan toe ongescheiden waren. Javdeil is een werkwoordsvorm in de hif‘il (veroorzakende) stam en betekent: ‘doen onderscheiden’ of ‘onderscheid maken’.
been ha’or oebeen ha’chosjech(בין האור ובין החשך)
‘tussen zowel het licht als de duisternis’
Hier staat or opnieuw als zelfstandig naamwoord.
Omdat deze energie nu werkzaam is geworden en waarneembaar wordt, kan or hier worden gelezen als ‘licht’.
De tegenstelling met chosjech (duisternis) maakt dit zichtbaar: licht en duisternis bestaan naast elkaar en krijgen betekenis in relatie tot elkaar.
Het woord chosjech is verwant aan de wortel chasach (חשך), die ‘inhouden’ of ‘terughouden’ betekent. Duisternis duidt hier daarom niet op een absolute afwezigheid van licht, maar op het niet werkzaam zijn van deze energie – een toestand van tijdelijke terugtrekking.
wa’jar Elohiem ki-tov (וירא אלהים כי-טוב)
‘En Elohiem zag dat goed is.’
Deze formulering sluit aan bij eerdere vaststellingen in het scheppingsverhaal.
Omdat het Hebreeuws geen koppelwerkwoord ‘is’ gebruikt, wordt ‘is’ in vertalingen vaak toegevoegd. Het woord tov staat zonder lidwoord en is daardoor niet begrensd: het duidt geen object aan, maar een kwaliteit van zijn.
Kie kan verschillende betekenissen dragen, waaronder ‘dat’, ‘want’, ‘waarlijk’. In deze context krijgt het de betekenis ‘waarlijk’, met de strekking van blijvende geldigheid – voor altijd.
Het gaat hier niet om een tijdelijk oordeel, maar om een bevestiging die blijvend geldt. Wat is ingericht, is passend, dragend en in harmonie met het geheel.
Gelaagde lezing
Wanneer de grammaticale, tekstuele en ordenende lagen samen worden genomen, kan de zin als volgt worden gelezen:
om richting te geven tijdens de dag en tijdens de nacht en om onderscheid te maken tussen zowel het licht als de duisternis – het ontbreken van licht. En Elohiem zag: goed – waarlijk, voor altijd.
wordt vervolgd
Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet:
De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15
De zon wordt actief Genesis / Bereshiet 1:16
Door de dampkring heen Genesis/ Bereshiet 1:17
cover: fragment uit schilderij van Marc Chagall; foto Bloom, 2024
Geef als eerste een reactie