We leven in roerige tijden en inmiddels staat Pesach voor de deur.
Een feest waarbij we vrijheid vieren door de tijd in Egypte als slaven te herdenken. Aldus een periode van verlossing, reflectie, introspectie en retrospectie. Maar vooral ook van groei, transitie en openstaan voor een nieuw begin.
Op sjabbat Chol Hamo’ed Pesach lezen we over de uittocht uit Egypte. Het Joodse volk maakt tijdens de exodus in rap tempo een grote verandering door: van slavernij naar vrijheid, van inferioriteit naar het uitverkoren volk. En dat gaat niet zonder slag of stoot. Het Joodse volk blikt herhaaldelijk nostalgisch terug op zijn verblijf in Egypte. Bijvoorbeeld wanneer het manna wordt ontvangen, en zij terugverlangen naar het betere voedsel in Egypte (Num. 11:4-6). Ook na het zien van de reuzen in het land Kanaän, wordt klagerig verzucht dat God hen enkel uit Egypte heeft bevrijd om vervolgens in handen te vallen van de Amorieten (Deut. 1:27). Het klassieke ‘vroeger was alles beter’, ook als dat objectief gezien niet waar is.
Vrijheid schept verplichtingen
In een artikel over Pesach in De Vrijdagavond verwoordde mijn vader Leo Mock (z”l) de interessante gedachte dat vrijheid niet eenvoudig is, onder meer omdat vrijheid verplichtingen schept – een ogenschijnlijke tegenstelling die toch de spijker op zijn kop slaat.
Voor het Joodse volk moet na de exodus sprake zijn geweest van een collectief trauma. Dit kan voelen alsof er een leven is ‘voor’ en een leven ‘na’ een dergelijk ingrijpende gebeurtenis, wellicht vergelijkbaar met hoe onze generatie dikwijls spreekt in termen van ‘voor’ en ‘na’ corona.
De Joodse traditie gebiedt ons expliciet om het verhaal in alle opvolgende generaties niet alleen te vertellen, maar ook te blijven herbeleven: “בְּכָל דּוֹר וָדוֹר חַיָּב אָדָם לִרְאוֹת אֶת עַצְמוֹ כְאִלּוּ הוּא יָצָא מִמִּצְרַיִם” – in elke generatie moet een mens zichzelf zien alsof hij zelf uit Egypte is vertrokken (Mishna Pesachim 10:5). Gelukkig lijkt het hier te gaan om een laagdrempelige herbeleving van de exodus, met nadruk op de verlossing en het verhaal daaromtrent. De vermeende gruwelijkheden die zich in Egypte zouden hebben voorgedaan, staan minder centraal in de Hagada, zoals mijn vader ook opmerkte in een Crescas-column uit 2010.
De Exodus is een verhaallijn volledig verweven is met de levensloop van het Joodse volk.
Overigens wordt het exodusverhaal in de Tora niet alleen in het kader van Pesach aangehaald, maar ook wanneer God regels oplegt in Diens relatie met het Joodse volk. Zo wordt de exodus aangehaald in de openingszinnen van de Tien Geboden (Ex. 20:2; Deut. 5:6), bij de spijswetten (Lev. 11:45), en in het kader van offerwetten (Lev. 22:33). De uittocht uit Egypte maakt bovendien deel uit van de slotzin van het belangrijke Sjema-gebed (Num. 15:41). Tegelijkertijd staat de exodus ook centraal bij Joodse wetten op sociaal-ethisch gebied. Zo wordt de exodus genoemd bij regels over het aanhouden van eerlijke maten bij handeldrijven (Lev. 19:36), het hanteren van een eerlijk rentestelsel (Lev. 25:38) en het jubeljaar (Lev. 25:42 en 25:55).
Zo worden uiteenlopende elementen van het joodse leven in de Tora verbonden met de exodus. Het is als het ware een verhaallijn die volledig verweven is met de levensloop van het Joodse volk. In essentie is het een collectief trauma dat een prominente rol blijft spelen in de rest van de verhalen in de Tora, bijvoorbeeld bij de viering van Soekot (Lev. 23:43). Zelfs het gebod om sjabbat te houden wordt in Deuteronomium aan de uittocht gekoppeld (Deut. 5:15).
Ruimte voor individuele groei en weldaad.
Bewonderenswaardig is hoe de Tora vanuit die negatieve, gemeenschappelijke ervaring ruimte creëert voor individuele groei en weldaad. Dit uit zich op verschillende manieren, een aantal hiervoor reeds benoemd. Daarnaast is het meest voor de hand liggende voorbeeld het gebod om goed voor de vreemdeling te zorgen, “want vreemdelingen (soms geïnterpreteerd als ‘vluchteling’ of ‘bekeerling’) waren jullie in het land Egypte” (Ex. 22:20, 23:9; Lev. 19:34, Deut. 10:19). In essentie is dit een oproep tot barmhartigheid en inclusie, juist aan ervaringsdeskundigen.
Laat ook de spirituele ‘reiniging’ centraal staan.
Moge deze Pesach dan ook meer dan de grote jaarlijkse schoonmaak belichamen. Laat ook de spirituele ‘reiniging’ centraal staan, zoals mijn vader beschrijft in een Crescas-column uit 2022.
Via de Joodse traditie kunnen wij ons evenzeer symbolisch distantiëren van onderdrukking, zoals Jechezkel Frank vorig jaar in zijn Pesach-column in De Vrijdagavond belichtte. Pesach kan aldus juist in roerige tijden een bron zijn van inspiratie voor groei.
En welke mooiere symboliek voor groei hebben wij voorhanden dan de matsa zelf? Onaf, imperfect, met letterlijk: ruimte voor groei.
Allen een goed en kosher Pesach gewenst!
cover: Art by Rivka Korf Studio, courtesy Chabad dot org
Geef als eerste een reactie