De zon wordt actief

hertaling Bereshiet 

schilderij met hebreeuwse letters op opengeslagen Tora - fragment uit werk van Marc Chagall

Genesis/ Bereshiet  1:16

Klassieke vertaling: En God maakte de twee grote lichten, het grootste licht ter beheersing van de dag en het kleinere licht ter beheersing van de nacht; en de sterren.

Hertaling

Elohiem deed twee van de grote stralingsdragers zijn, de grote stralingsdrager om te beheersen de dag en de kleine stralingsdrager om te beheersen de nacht, en de sterren:

Wanneer twee lichten ontwaken

In deze zin klinkt niet dat Elohiem stralingsdragers maakte.
Er staat ’Elohiem deed zijn’,
een subtiel, maar diepgaand verschil.

Het Hebreeuwse bara ontbreekt;
er wordt hier niets uit het niets geschapen.
De hemellichamen waren er al.
Maar nu, op dit moment, worden zij tot activiteit gebracht.

En terwijl hun aard niet verandert, verandert hun werking ingrijpend:
de straling die tot nu toe sluimerde,
wordt krachtig, doelgericht, zichtbaar.
Het heelal voelt alsof het een schakelaar omzet.

Het mysterie van twee ontbrekende letters

Opnieuw ontbreken twee letters
in de stam van het woord voor stralingsdrager.
Toch blijft de uitspraak gelijk.

Alsof de tekst zelf aangeeft
dat er weer sprake is van twee bewegingen:
het oppikken van straling
én het uitzenden ervan.

En nu wordt voor het eerst de hoeveelheid genoemd: twee.

De sluier valt weg: het gaat om de grote stralingsdrager
die de dag zal dragen – en de kleine
die over de nacht zal waken: zon en maan.

Twee grootheden – in aanblik gelijk, in wezen verschillend.

Beiden worden ‘groot’ genoemd.
Niet omdat de maan werkelijk groot is,
maar omdat zij vanaf de aarde
even indrukwekkend lijkt als de zon.

Maar achter die schijn schuilt een immens verschil.

De tekst volgt het perspectief van de mens:
eerst lijken beide lichtdragers gelijkwaardig,
pas daarna wordt duidelijk wat hun werkelijke verhouding is
in functie én in schaal.

Beiden stralen warmte-energie uit,
maar op totaal verschillende manieren:
de zon vanuit haar eigen processen,
de maan door dat licht door te geven.

Niets verandert en toch verandert alles.

De samenstelling van de zon verandert niet.
De zon wordt geen ander hemellichaam.

Wat verandert, is haar staat: haar straling wordt actief,
richtinggevend, wereldvormend.

Volgens de tekst begint de zon vanaf dit moment
krachtig te stralen richting de aarde.


En de maan – zij ontvangt, zij weerkaatst,
zij draagt door wat zij ontvangt van de zon.

De twee lichtdragers beginnen hun taak gelijktijdig.

Nu kan jom worden verbonden met licht en laila met duisternis.

De tijd krijgt structuur:
dagen, nachten, jaren.

Definitieve samenstelling

De stralingsdragers krijgen hier een vaste plaats.
Hun rol ligt niet open, maar is bepaald en verankerd in de schepping.

En dan, bijna terloops, worden ook de sterren genoemd.
Zij worden in dezelfde lijn geplaatst als zon en maan:
Ook hun ordening staat vast.

Wanneer die ordening is ontstaan, zegt de tekst niet.
Maar zij maakt duidelijk dat het geheel niet willekeurig is,
maar deel uitmaakt van een grotere, samenhangende structuur.

Betekenis en context 

Het actief worden van de stralingsdragers.

De aard van de stralingsdragers verandert niet, maar hun werking wel: de straling die tot dan toe sluimerde, wordt krachtig, doelgericht en zichtbaar.

Hier wordt voor het eerst expliciet het aantal genoemd: twee. Daarmee wordt duidelijk dat het gaat om zon en maan, die in 1:14 nog niet bij naam werden onderscheiden.

Beide worden ‘groot’ genoemd, niet naar hun werkelijke omvang, maar naar hoe zij vanaf de aarde worden waargenomen. Pas daarna wordt hun verschil benoemd, in functie en verhouding.

Sterren en planeten

Aan het einde van de zin worden ook de sterren genoemd. Zij worden in dezelfde categorie geplaatst: ook hun samenstelling ligt vast. Of deze vaststelling hier plaatsvindt of al eerder, zegt de tekst niet. 

Andere hemellichamen, zoals planeten, worden niet genoemd. Zij maken geen eigen licht, maar weerkaatsen slechts, zoals de maan. Het scheppingsverhaal richt zich echter uitsluitend op wat relevant is voor het leefbaar maken van de aarde.

In de tekst van het Oude Testament wordt de zon pas na het ontstaan van de aarde actief, terwijl de wetenschap haar ontstaan ongeveer 400 miljoen jaar eerder plaatst, zonder dat dit elkaar uitsluit.

Grammaticale en tekstuele analyse

wa’ja‘as(ויעש) ‘deed zijn’

Het werkwoord ‘asah (ajin–sjien–hee) betekent ‘doen’ of ‘maken’. Hier wordt het weergegeven als ‘deed zijn’, wat aangeeft dat Elohiem de stralingsdragers tot werking brengt en niet schept. Het werkwoord bara ontbreekt.

et-sjenee ha-me’orot ha-gedoliem  (את-שני המארת הגדלים) ‘twee van de grote stralingsdragers’

Hier wordt voor het eerst het aantal genoemd: twee.

Het Hebreeuwse woord sjenee staat in de constructusvorm* en betekent letterlijk ‘twee van’. Dat is de gebruikelijke manier om een aantal met een zelfstandig naamwoord te verbinden. Tegelijk legt deze vorm de nadruk niet alleen op het aantal, maar ook op de relatie met wat volgt.

*(red.) Een woord staat in de constructusvorm wanneer het in het Hebreeuws verbonden is met een ander woord, meestal een zelfstandig naamwoord om een specifieke betekenis of relatie aan te geven. Dit komt vaak voor in zinnen waar de woorden samen een bepaalde eigenschap of eigendom uitdrukken. (bronnen: Pietate et Theologia en annotatie)

Wat volgt is: de grote lichtdragers. Het lidwoord staat dus bij de lichtdragers, niet bij het getal. Er staat niet ‘de twee’, maar eenvoudig ‘twee van de grote lichtdragers’.

Daardoor worden deze twee niet los genoemd, maar geplaatst binnen een categorie. Zij worden aangeduid als ‘de grote’ binnen die categorie.

Dit maakt het mogelijk om deze twee te begrijpen als twee prominente lichtdragers, zonder dat daarmee gezegd wordt dat zij de enige zijn. De formulering laat ruimte voor een bredere werkelijkheid van lichtbronnen, waarin deze twee een bijzondere plaats innemen.

De aanduiding ‘groot’ bevestigt dit: het gaat om een onderscheid binnen de categorie lichtdragers, niet om een volledige opsomming.

Spelling stralingsdragers

מארת    – meem-alef-reesj-taw- 
in plaats van 
מאורות -meem-alef-waw-reesj-waw-taw-

Ook hier ontbreken opnieuw de waw’s in me’orot (zoals eerder toegelicht in 1:14). Daarmee blijft zichtbaar dat het woord zowel het opvangen als het uitzenden van straling omvat, terwijl nu voor het eerst het aantal expliciet wordt genoemd.
Als ha’me’orot met twee waw’s was geschreven, zou dat betekenen dat zowel zon als maan zelf licht produceren; Nu wordt duidelijk dat de maan niet dezelfde functie en werking heeft als de zon. 

et ha-ma’or ha-gadol / we’et ha-ma’or ha-katan
את-המאור הגדל / ואת-המאור הקטן                                            
‘de grote stralingsdrager / en de kleine stralingsdrager.’

Beide stralingsdragers worden nu afzonderlijk benoemd, met een waw in ma’or. Dat wijst erop dat bij beiden sprake is van actieve, krachtige straling: de zon als bron, de maan als drager.

De twee lichtdragers worden hier als definitief van samenstelling beschreven, wat blijkt uit het gebruik van et in combinatie met het lidwoord ha- : et-ha’ma’or ha-gadol (de zon) en et-ha’ma’or ha-katan (de maan). Daarmee wordt benadrukt dat hun rol in de schepping vastligt.

le-memshèlet(לממשלת)‘om te beheersen’

Dit is de pi‘el-vorm van masjal (‘heersen, beheersen’), een versterkende vorm die het gezag benadrukt: de ene stralingsdrager beheerst de dag, de andere de nacht.

ha’jom … ha’laila     (היום … הלילה) ‘de dag … de nacht’

Hier verschijnen jom en laila met lidwoord: de dag en de nacht. Dat markeert hun overgang van abstracte begrippen naar concrete, waarneembare verschijnselen en kunnen tijden, en dagen en jaren worden geteld op basis van de 24 uurs indeling.

In latere verzen verdwijnt het lidwoord weer wanneer het om een scheppingsfase gaat.

we’et ha-chochaviem  (ואת הכוכבים) ‘en de sterren’

Het gebruik van we’et ha’ plaatst de sterren grammaticaal op hetzelfde niveau als zon en maan. Ook hun samenstelling wordt als vaststaand gepresenteerd. 

Gelaagde lezing

Wanneer de grammaticale, tekstuele en ordenende lagen samen worden genomen, kan de zin als volgt worden gelezen:

Elohiem deed twee van de grote stralingsdragers actief zijn, de grote definitieve stralingsdrager om te beheersen de dag en de kleine definitieve stralingsdrager om te beheersen de nacht, en de samenstelling van sterren is definitief:


Zie de andere delen van deze serie Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet:

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8
Het water wijkt Genesis / Bereshiet 1:9
Het land verschijnt, het water verandert Genesis / Bereshiet 1:10
Uitnodiging aan de aarde zelf Genesis / Bereshiet 1:11
Zaad dat terugkeert naar de aarde Genesis / Bereshiet 1:12
(red.: 1:13 ontbreekt op verzoek auteur)
Letters ontbreken, inzicht ontstaat Genesis / Bereshiet 1:14
Waarneembaar licht dat de aarde bereikt Genesis / Bereshiet 1:15


cover: fragment uit schilderij van Marc Chagall, foto Bloom, 2024

Over Simon Cohen 19 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*