Verschillende auteurs interpreteren de parasja (Tora-gedeelte) van de week en laten hun licht schijnen over aspecten van de Joodse religie en denkwijzen.
‘Wie met monsters vecht, moet oppassen zelf geen monster te worden’
Ya’akov zegent aan het einde van leven zijn twaalf zonen met een profetische toespraak vol verborgen toespelingen. Daarbij worden veel van zijn zonen vergeleken met dieren. Midden in zijn redevoering, direct na de zegening van Dan, onderbreekt hij zijn vertoog met een uitroep in de eerste persoon: ‘Lisjoeatecha kiviti Hasjeem – Op uw verlossing wacht ik, Hasjeem!’ (Beresjiet 49:18). Wat is de betekenis van deze uitroep, en waarom volgt deze direct op de zegening van … [Lees verder]