Mijn terugreis uit Israël, een land in oorlog

logo Ephraim vertelt, met twee diamantjes op de i

Het was me het reisje wel. Eerst naar Eilat. Een prachtige rit met onderweg een stop in Mitspe Ramon midden in de Negev woestijn. 

De onverwachte aanval van Israël en de Verenigde Staten op Iran kwam letterlijk uit de lucht vallen. Voor het regime van de Ayatollahs, maar ook op een persoonlijk niveau voor onze schrijver Ephraïm Goldstoff. Hij was samen met zijn vrouw Tamara twee dagen voor 28 februari in Jeruzalem aangekomen voor een Chatoena en Bat Mitswa. Die feestelijkheden werden terstond afgezegd. Ephraïm en Tamara zaten twee weken vast totdat zij een geitenpaadje vonden om terug te reizen naar Amsterdam. 

Mitspe Ramon is een fantastisch oord met allemaal leuke tentjes waar je koosjer kunt eten op de vele terrassen met jongeren maar ook grootouders met hun kleinkinderen. Mensen lagen relaxed op een bed of sofa. Een groot hippie-gebeuren met heerlijke muziek. Het uitzicht over het betoverende maanachtige woestijnlandschap met kraters is fascinerend.

Na anderhalf uur pauze reden we verder naar Eilat waar we overnachten in het Dan Hotel. Dat ligt aan de Rode Zee, een groot complex met vele zwembaden in de rotsen gebouwd, erg leuk gedaan. Het krioelde van jonge kinderen met hun ouders. Iedereen genoot.

Op naar Taba

De volgende dag vroeg op en naar het onwaarschijnlijk grote, typisch Israëlische, ontbijt. Wij moesten om 10.00 bij Taba zijn. Taba is de grensplaats in Egypte. Ongeveer een half uur rijden vanuit ons hotel. Met drie koffers en wat handbagage lopend de grens over. Geen trollies aanwezig. 

Pascontrole van Israël verliep prima. Toen naar de Egyptische controle, waar we de documenten moesten laten zien die wij online hadden ingevuld en betaald. Dat werd allemaal gecontroleerd. 

Toen verschenen er handen van de beide ambtenaren voor de baksjisj. Ik gaf ze ieder tien dollar. We hebben liever Shekel. Wat een gotspe. Ik zeg: geef het dan maar terug. Nee, nee we houden het wel. 

De ambtenaren verdienen heel weinig, dit is een extra deel van hun salaris. Even later werden we aangesproken door een bagagekruier. Het is nog ver lopen en heel veel hokjes moesten we aandoen voordat we echt in Egypte waren. Ik besloot met de man in zee te gaan. Wat is je prijs? Vroeg ik. Dat maakt niet uit, zei hij. Ik wil weten wat jij kost. Ik vroeg hem: ben je met vijf dollar tevreden? 

Ja, zei hij, okay. Koffers opladen en toen zette de man er vaart in. Hij scheurde langs alle lange rijen wachtenden bij de vele hokjes waar je ieder keer weer je paspoort moet laten zien en weer andere documenten. Hij zwaaide naar iedereen, gaf een kleine fooi en we liepen overal langs, alsof we vips waren. Bij de laatste controle moest je 25 dollar betalen per persoon. Ook dat hadden we online gedaan en ook bevestiging ontvangen van de organisatie die alles voor ons had geregeld.

Vijftig dollar contant

De man van deze reisorganisatie betaalde vijftig dollar contant aan de ambtenaar nadat we betalingsbewijs konden overleggen. Vervolgens stapten we Egypte binnen. Daar stond een privé taxi ons op te wachten. Onze kruier betaalde ik 20 dollar, daarmee was hij erg blij.

De reis naar de luchthaven van Taba begon. Het was maar ongeveer 20-25 km rijden, maar het kostte een uur. We reden eerst langs de diepblauw gekleurde Rode Zee, het was prachtig. Daarna de bergen in stapvoets over een mooie bergweg, ooit door Israël aangelegd, maar nooit onderhouden. 

Onze snelheid was niet hoger dan 20 km per uur. Er waren zoveel gaten in de weg. Geen verkeer, op de hele rit zagen we slechts drie vrachtwagens. De bergen waren immense rotspartijen, waanzinnig mooi. 

Na vele haarspeldbochten kwamen we boven. Toen ging het weer langzaam naar beneden de woestijn in. Helaas ontbraken de kamelen. Beeldschoon, ruige zandvlakken tot in het oneindige, geen groen alleen maar zand en zandheuvels. Heel in de verte zagen we de vormen van een klein huis verschijnen.

Gastenboek

Dat was de luchthaven. De eerste controle aan de deur. We moesten onze tickets en paspoorten tonen. We mochten naar binnen. Vervolgens moesten we aan een tafel plaatsnemen en kregen een soort gastenboek, waarin we onze namen en paspoortnummers moesten schrijven. 

Daarna de koffers door een scan en door naar de enige incheckbalie die het gebouw rijk was. Alles ging handmatig.

Op de achtergrond zat een mannetje met een laptop en een rol papier, waaruit de kofferlabels tevoorschijn werden getoverd. Zo die koffers waren we kwijt. We moesten nog drie uur wachten. 

In de enige hal die de luchthaven bezat kon je niet eten. Een kopje oploskoffie, thee of frisdrank was er te koop en wat chips en chocolade. We zouden om 15:10 boarden. Het werd half vier, vier uur. Er waren geen informatieborden waarheen en hoe laat we zouden vertrekken. Ik zocht een medewerker, die niet te vinden was. 

Koppen tellen

Ik probeerde met een securityman in contact te komen. Hij sprak geen woord Engels of Ivriet, alleen Arabisch. Een uur later ging de deur open en mochten we naar buiten, de bus in.

De stewardess kwam langs om koppen te tellen. Er liep een rabbijn langs de mensen, wat zij niet door had. Dus de telling klopte niet. Nogmaals tellen. Nu kwam de rabbijn terug en klopte het weer niet. Nogmaals tellen en weer was de telling anders. Toen werden er lijsten tevoorschijn gehaald en moest iedereen zijn boardingpass laten zien, dat werd op de lijst afgevinkt.

Nu was het goed. Eindelijk. Weer een uur vertraging. 

Oorspronkelijk hadden we drie uur voor de overstap op Athene op de Transaviavlucht naar Amsterdam. De koffers konden niet doorgelabeld worden. Die moesten we van de band halen en opnieuw inchecken. Die vlucht halen we niet meer, zei ik tegen Tamara. 

Het hekje floept open

Na een vlucht van ongeveer drie uur landden we op Athene. Met een beetje mazzel is er een afgescheiden pascontrole voor passagiers uit de Europese Gemeenschap en hoeven we niet in de rij te staan, want aan boord zie ik alleen maar Israëliërs en Amerikanen. Wij waren de enige Europeanen. 

Er was een speciale uitgang voor ons. In een minuut waren we bij een scanmachine waarop je je paspoort legt en het hekje floept open. We zijn in Athene. Band 1 waarop onze bagage aankomt stond pal achter het poortje. Onze bagage kwam er meteen aan. Geen tijd te verspillen. Ik racete met twee koffers op wielen naar een uitgang. Na een paar honderd meter een deur voor transitpassagiers. We zijn eigenlijk niet in transit, maar toch ook wel. Ik nam de gok. Sprak een medewerker aan, eind van de gang is een lift, naar de eerste verdieping, daar is de counter van Transavia. 

Kom Tamara, onder de linten door naar voren. 

Snel met de lift naar boven en rennen naar Transavia. Buiten adem liet ik de instapkaarten zien en we hadden extra betaald voor overgewicht. 

Binnen twee minuten renden we naar de gate. Eerst nog security. Daar stond me toch een rij. Die moeten we vermijden. Kom Tamara, onder de linten door naar voren. We stonden vooraan, toen ging het snel. Door naar de gate.

Op de allerlaatste seconde waren we aan boord. De gate sloot achter ons. We waren kapot. We landden op Schiphol en lopen door de hal naar de bagagehal. De Alarm gaat af. We zijn toch niet in Israël? Wilt u zo spoedig mogelijk het pand verlaten geen lift gebruiken. Niemand stoorde zich aan deze informatie.

Groene zone

We komen bij band 16. Yes, Athene, nog 22 minuten wachten. We hebben onze koffers. We lopen naar de groene zone. Er staat een rij, vreemd, midden in de nacht. Ik vraag beleefd of de mensen opzij willen gaan. Ik stuit op een douaneman. Waar gaat u naar toe? Naar huis, ik wil hier weg. 

U moet aansluiten achteraan de rij. Ik kijk de man aan. Wat is hier aan de hand? Controle. Alle koffers moeten door de machine. Het ging snel. Ik had met mijn taxichauffeur afgesproken deur B in hal 3. Afgesloten, dan naar C ook dicht, dan naar D ook dicht. Ik werd gek. Midden in de nacht al die nonsens.

Het had allemaal met dat alarm te maken, waarschijnlijk een terroristische waarschuwing ontvangen. 

Eindelijk buiten

Dan maar naar de eerste verdieping met de lift naar de hoofdingang van de vertrekhal. Die was open en daar stond onze taxi te wachten. Eindelijk buiten, weer thuis. De weg naar Amsterdam is afgesloten. Dan maar via Amstelveen. Eindelijk thuis. Het was me het reisje wel.


cover: Françoise Nick

Over Ephraïm Goldstoff 101 Artikelen
Ephraïm Goldstoff (1949) groeide op in de oude Joodse Plantagebuurt tegenover Artis. Na het Maimonides volgde hij verschillende opleidingen in de diamantwereld. Goldstoff vervult vele bestuurlijke functies onder meer voor Bnei Akiwa, Oost-Joods Verbond, OSE (Organisation Secours aux Enfants), Young Leadership CIA, The Feuerstein Institute (Jerusalem). Hij is bestuurslid van Maccabi tennis en van de RAS (Rav Aron Schuster Synagoge) en de Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg. Goldstoff is voorzitter Stichting Naleving Washington Principles, raadslid NIHS, lid ledenraad Joods Maatschappelijk Werk, voorzitter Stichting Dutch Friends of The Feuerstein Institute. Ephraïm Goldstoff is zelfstandig ondernemer in oude en antieke juwelen en edelstenen. Nog steeds werkzaam en kantoorhoudend in de Diamantbeurs.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*