9 december 2011
Mammie doet Chayele een servet om. ‘Waarom moet dit, ik ben toch geen klein kind!’ ‘Dat weet ik Chayele, maar je hebt je sjabbesjas aan. Die mag toch niet vies worden als je eet?’
Ik schuif Chayele’s stoel wat naar voren. ‘Zo Chayele, luister nu naar mammie. Zal Toli je nog een stukje pannenkoek geven?’ ‘Ja Toli, met meer jam’.
Het was best een avontuur vanochtend. Omdat het Chanoeka is, heb ik vrij van de jesjiewe. Mammie moest Chanoeka-cadeautjes kopen voor de kleintjes en Chayele en ik mochten mee. Tattie is bij de kinderen gebleven. Eerst namen we de bus naar het station om daarna over te stappen op een volgende bus, helemaal naar Golders Green.
In de speelgoedwinkel in het grote winkelcentrum kozen Chayele en ik eerst cadeautjes uit voor de kleintjes. Chayele vond voor zichzelf een springtouw met gekleurde handvatten.
‘Voor jou Naftoli heeft tattie een heel mooi seifer klaar liggen dat geschreven is door de vader van de Rebbe. Vanavond na het aansteken van de menoire leggen we alle cadeautjes op tafel en dan mag jij ze uitdelen.’ Ik geloof dat mammie vandaag echt haar best doet om mij als haar oudste kind te behandelen. Daarom mocht ik vandaag denk ik mee. En om mij een pleziertje te doen heeft ze Chayele ook maar meegenomen. Mammie weet dat wij graag met elkaar optrekken.
Ik veeg met de servet de jam van Chayele’s mond. Ze staart nog steeds met grote ogen naar de halve pannenkoek die nog op bord ligt. ‘Nog een stukje?’ Met volle mond knikt Chayele. ‘Ja, ja.’
Ik kijk om me heen in het restaurant. Alle tafels zijn bezet. Er zitten ook best wat heimische families te eten. ‘Mammie, waarom is het hier zo druk? Wonen al deze mensen in de buurt?’ ‘Nee, ik zie best wat families uit Stamford Hill. Die mevrouw met die meneer daar in de hoek bij de jassen zat vanochtend ook bij ons in de bus’.
‘Maar waarom is tattie eigenlijk niet meegekomen? Dan was het nog gezelliger geweest’. ‘Ja, inderdaad. Maar iemand moet op de kleintjes letten. En trouwens, tattie gaat nooit in een restaurant eten met al die andere mensen. Dat gemengde gezelschap van mannen en vrouwen zo dicht bij elkaar, hoort eigenlijk niet bij onze manier van leven’.
Ik doe net alsof ik het begrijp en haal mijn schouders op. ‘Maar waarom mocht ik vandaag dan wel mee? Ik ben toch een Rebbese einigle? Dan hoor ik hier toch ook niet te zijn?’ Ik zie mammie nadenken. Wat zal ze hier nou op zeggen? ‘Tattie heeft mij speciaal gevraagd om jou vandaag mee te nemen. Het leek hem een leuk uitstapje. En om nu al niet met jou in een restaurant te gaan eten? Je bent tenslotte nog jong. Dat is dan niet zo erg. Trouwens, waarom het hier nu zo druk is’?
‘In dit grote winkelcentrum is dit de enige koosjere gelegenheid waar wij kunnen eten. Daarom komen al deze mensen tussen de middag hier naar toe. Ik zit vol met vragen’. ‘Mammie, als het niet hoort dat mannen en vrouwen samen in een restaurant eten, waarom geldt dat dan alleen maar voor tattie en niet voor jou? En’, ik leg mijn vork en mes neer en schuif mijn bord een beetje van mij af, ‘ik dan? Ik zal dan misschien geen echte Rebbe worden zoals tattie dat graag wil, maar moet ik eigenlijk hier niet weg gaan?’
Mammie buigt zich naar voren en pakt mijn hand. ‘Toli, je maakt me blij. Van tattie en mammie mag jij nog rustig mee gaan om op plekjes zoals hier te eten. De tijd dat dit niet meer kan, die komt nog wel. Tattie en mammie weten dat jij niet alles zo doet zoals wij dat graag zouden zien. Maar nu hoor ik dat jij eigenlijk wel anders zou willen.’ ‘Toli, ik wil geen pannenkoek meer. Ik heb genoeg.’ Chayele springt van haar stoel en legt haar servet op tafel. Ik neem haar op mijn schoot. Het voelt zo goed om mammie’s hand vast te houden. ‘Mammie, natuurlijk eigenlijk wil ik wel anders. Ik wil wel vroom zijn, maar dat lukt niet altijd. Er zijn zoveel mooie dingen in de wereld. Muziek, verre plekken waar we wel nooit zullen komen. Interessante boeken die ik niet eens kan lezen. Er bestaan echt wel aardige niet-Joodse mensen met wie ik best wil praten. Maar dat hoort dan eigenlijk niet. Tenminste, dat vindt tattie. Maar dat zijn allemaal dingen waar ik niets mee te maken mag hebben.’
Nu ben ik voor het eerst in – ik weet niet eens meer hoe lang – even weg uit onze eigen buurt. Dat mag dus eigenlijk ook helemaal niet. Alles buiten Stamford Hill waar wij wonen is voor ons niet-joods genoeg.
Ik verbaas me zelf over die stortvloed van woorden die uit mijn mond komt. ‘Mammie, je hebt gelijk. Ik wil mijn best doen. Maar het gaat me niet allemaal lukken. Dat weet ik nu al.’
Mammie heeft tranen in haar ogen. Is ze nu verdrietig? Of misschien is ze wel blij met mij dat ik eerlijk vertel wat ik vind. ‘Lieverd, ik begrijp het. Misschien zijn tattie en ik soms ook wel een beetje streng voor jou. Als je dat soms vindt mag je dat altijd tegen mij zeggen. Dan gaan we samen proberen een oplossing te vinden. Zullen we dat zo afspreken?’ Ik knik. ‘Maar vindt tattie dat dan ook goed?’ Mammie kijkt om zich heen en zegt zachtjes. ‘Tegen mij kun je altijd zeggen dat je iets moeilijk vindt. Tegen mij wel’.
Mammie wijst naar haar horloge. ‘We gaan nu bensjen. En dan gauw naar huis. De reis met de bus duurt nog even. We moeten wel op tijd zijn om de menoire straks aan te steken’. Met mijn zusje op schoot zeg ik zachtjes het bensjen voor. Chayele zegt mij na. Hoe klein ze ook nog is, het eerste stukje kent ze al heel goed.
Ik stond op het punt om mammie nu ook te vertellen dat ik lid ben geworden van de bibliotheek. Na ons gesprek zou ze dat nu misschien zelfs begrijpen. Maar lopend naar de bus ons praatje voortzetten, dan durf ik niet goed. Mogelijk vindt mammie het verhaal over juffrouw Gloria met de stiekeme kaart van de bibliotheek nou net weer verkeerd. En dan heb ik meteen alles helemaal verprutst.
We stappen de bus in. Eerst Chayele met haar nieuwe springtouw onder haar arm, dan ik. En tenslotte mammie. Ze kijkt me blij aan.
Chanoeka Tiendaags Inwijdingsfeest
Seifer Boekwerk
Heimische Uitdrukking voor ‘vrome’
Bensjen Het dankgebed na de maaltijd
Menoire De menora, de achtarmige kandelaar die elke avond van Chanoeka wordt aangestoken.
Geef als eerste een reactie