“Er werden liederen gezongen dat was bijna belangrijker dan brood. Omdat het een soort kracht was”, aldus Shura Lipovsky over het Jiddische lied in het vooroorlogse Amsterdam.
Lipovsky: Muziek opent een venster in bepaalde delen van de ziel. De melodieën hebben me altijd ergens mee naartoe gevoerd, naar wat ik belangrijk vind. Soms tederheid, soms verdriet, diepere gevoelens die kunnen stromen wanneer je deze muziek hoort.
In de Jiddische cultuur werd alles in het leven in muziek omgezet. Chassidische liederen, de matchmaker voor de liefde, pogroms, idealisten over de Bund zo van ‘we gaan er in deze maatschappij iets moois van maken’, of het verlangen naar de Massiach. En spotliederen over deze onderwerpen…
Na de Shoah zijn deze liederen verzameld zodat we nu een muzikaal historisch archief hebben. Aan dat archief hebben we de revival in Amsterdam te danken van de Jiddische taal en cultuur.
Vlammetje
Lipovsky: Ik ben opgegroeid met het feit dat Jiddisch geen gesproken taal meer was, een soort Latijn. Maar in Parijs was dat anders, daar lachte men om grappen in het Jiddisch. In Amsterdam ontmoette ik de dramaturge en schrijfster Mira Rafalowicz die nog Jiddisch sprak. Zij organiseerde eind jaren tachtig een concert voor de tweede generatie waar ik aan deelnam.
Voor Shura (‘beschermer van de mensheid’ in het Russisch) werd een vlammetje dat bij haar moeder al aanwezig was, aangestoken. Zij ging op onderzoek en werd en is tot op de dag van vandaag de bekendste vertolkster van het Jiddische lied. En pedagoge, in Parijs en Amsterdam, in het doorgeven van kennis over deze cultuur. Zie de afsluiting vorig jaar van het eerste deel van De Joodse Stad in de Mozes & Aäronkerk.
Plancius
Oost-Europese joden kwamen eind 19de eeuw in groten getale naar Amsterdam op de vlucht voor pogroms in Polen en Rusland. In De Plantagebuurt richtten zij de Jiddische vereniging Anski op, waar het koor een belangrijk onderdeel van was. Anski en het Jiddische zangkoor huisden tot eind jaren zeventig van de 20ste eeuw in gebouw Plancius in de Plantage Middenlaan, het statige gebouw tegenover Artis waar nu het Verzetsmuseum is. Directeur Liesbeth van der Horst vertelt erover in deze podcast.
Shura Liposky zingt over de Gouden Pauw in Podium Klassiek, maart 2023
Plantage en Rapenburg
Deze buurt, de Plantage en het aanpalende Rapenburg – het arme deel van de buurt – is het onderwerp van deze tweede reeks podcasts van De Joodse Stad, een samenwerkingsproject van de Universiteit van Amsterdam, waar samensteller Julia van der Krieke voor werkt, het Joods Cultureel Kwartier en de gemeente Amsterdam.
De podcast begint met een boeiend verhaal van Eleonore Pameijer over de herontdekking van Nederlands-Joodse componisten van voor de oorlog. Bijna geen van hen overleefde de oorlog.
Herontdekker Leo Smit
Pameijer is zelf de herontdekker van componist Leo Smit, die met zijn aan Franse componisten als Debussy en Ravel verwante muziek van internationale allure is. In Amsterdam voltooide Leo Smit in februari 1943 zijn laatste werk, een sonate voor fluit en piano. Op 27 april 1943 werd hij op transport gesteld naar Sobibor waar hij op 30 april werd omgebracht.
“Hij was in die eerste oorlogsjaren ontzettend bang”, vertelt Pameijer, “zo bang dat hij zijn handtekening scheurde van al zijn bladen met composities. Daarom heeft de Leo Smitstichting zijn handtekening als logo”, vervolgt Pameijer, een van de oprichters van deze bijzondere stichting die vergeten joodse componisten herontdekt en weer een podium geeft.
Het muzikale archief van de Leo Smitstichting omvat het werk van vele tientallen joodse componisten zoals Martha Belinfante-Dekker, Lex van Delden, Sem Dresden, Marius Flothuis, Géza Frid, Jan van Gilse, Sim Gokkes, Bob Hanf, Julius Hijman, Mischa Hillesum, Hans Krieg, Hans Lachman, Bertus van Lier, Ignace Lilien, Paul Seelig, Martin Spanjaard en de zeer productieve componiste Rosy Wertheim die de oorlog overleefde in de onderduik.
Eleonore Pameijer ontvangt van burgemeester Halsema de Frans Banning Cockpenning, 30 november 2024
Verboden muziek
Jaarlijks verzorgt de Leo Smit Stichting het concert Forbidden Music Regained waar, samen met conservatoriumstudenten, deze muziek herleeft.
Pameijer werd dit jaar geëerd door de gemeente Amsterdam met de hoogste onderscheiding, de Frans Banning Cockpenning, voor haar grote verdiensten voor de stad en haar muziekcultuur.
Behalve over joodse muziek weet Pameijer alles over Rapenburg, de straat en buurt waar zij al decennialang woont.
Genieten van deze podcast over wat ooit een echt Amsterdams-joodse buurt was en joodse muziek toen en nu.
Dit verhaal draag ik op aan mijn buurvrouw Hesseline (Lien) de Jong, Den Haag, 7 september 1933, Amsterdam 30 juli 2025. Lien was een voorbeeld voor velen, een echt mensch en gewaardeerd gesprekspartner in ons gebouw. Lien: ‘Ik ben toch een voorbeeld hoe je met deze achtergrond een goed leven kunt hebben.’ Zie het boek over haar leven: Ver-geet-mij-niet – Over het verborgen leven van een Joods meisje.
cover: uit de video met Shura Lipovsky bij Podium Klassiek, screenshot Bloom
Geef als eerste een reactie