Parasja

Egypte heet soms Amsterdam

De parasja opent met: “וַיְהִי בְּשַׁלַּח פַּרְעֹה אֶת הָעָם”“En het gebeurde toen Farao het volk wegstuurde”(Sjemot / Exodus 13:17) Op het eerste gezicht lijkt het alsof Farao vrijwillig Israël laat gaan. Maar onze wijzen lezen dit heel anders. In Sjemot Rabbah 20:1 staat dat Egypte Israël niet zozeer liet gaan, maar hen uitspuugde, vergelijkbaar met iemand die iets giftigs in zijn lichaam heeft en het moet uitbraken. De midrasj gebruikt expliciet het beeld dat Mitsrajiem … [Lees verder]

Parasja

Van geloof naar vertrouwen 

Het Joodse volk kon geen kant meer op: hoe moesten ze verder? Ze werden achtervolgd door het Egyptische leger en voor hen was de Rietzee. Hoe ging het volk om met dit dilemma?  De Midrasj (Mechilta D’Rabbi Jisjmaël) vertelt dat het Joodse volk in vier groepen was verdeeld. De eerste groep gaf de hoop op en wilde zich overgeven aan de farao om als slaven terug te keren naar Egypte. De tweede groep wilde de … [Lees verder]

Parasja

Beshalag – de worsteling

In de afgelopen twee weken lazen we over de Tien Plagen.  Na honderden jaren slavernij komt er onverwacht een einde aan de Egyptische ballingschap – volgens de Tora na 430 jaar (Sjemot 12:40). Dat is best een chronologisch probleem omdat de bijbelse Levi behoort tot degenen die verhuizen naar Egypte, en zijn achterkleinkind Mosjé is (Levi-Kehat-Amram-Mosjé) die uit Egypte trekt wanneer hij rond de 80 is. Hoe passen vier generaties in 430 jaar? Vandaar dat … [Lees verder]