Waarom een culturele boycot van Israël een verkeerd instrument is

debat

De oproep tot een culturele en academische boycot van Israël wint ook in Nederland terrein. Dat is geen toeval. Wie het conflict al langer volgt, ziet een situatie die moreel ontwricht en politiek vastgelopen is. 

Beelden uit Gaza en berichten over geweld en rechteloosheid op de Westelijke Jordaanoever voeden het gevoel dat gewone kritiek tekortschiet. Cultuur, zo luidt het argument, kan niet neutraal blijven wanneer de politiek ontspoort.

Die redenering verdient het serieus genomen te worden. Maar juist daarom is het nodig te vragen of een culturele en academische boycot een verstandig en rechtvaardig instrument is. Mijn stelling is dat dit niet het geval is. Ook wie het huidige Israëlische beleid afwijst, doet er goed aan de logica en de gevolgen van zo’n boycot kritisch te wegen. Niet alles wat moreel begrijpelijk voelt, is politiek verstandig.

De redactie van De Vrijdagavond vroeg twee hoogleraren die zich in het publieke domein uitspreken over het beleid van Israël hoe zij staan tegenover een academische / culturele boycot van Israël.
Hier het pleidooi van emeritus-hoogleraar sociale wetenschappen Abram de Swaan: Voor een open boycot van Israël. Jessica V. Roitman, hoogleraar Joodse Studies aan de Vrije Universiteit, pleit in deze reactie voor het openhouden van academische en culturele banden. 

Onderscheid moeilijk vol te houden

Voorstanders benadrukken vaak dat het niet om personen gaat, maar om instellingen. In de praktijk blijkt dit onderscheid moeilijk vol te houden. Zodra uitzonderingen worden gemaakt voor Israëli’s die zich ‘ondubbelzinnig’ uitspreken tegen bezetting of erger, wordt deelname afhankelijk van politieke verklaringen. De impliciete boodschap is duidelijk: wie niet publiekelijk het juiste standpunt inneemt, hoort er niet bij.

Dat is geen detail, maar een principieel probleem. Universiteiten en culturele instellingen ontlenen hun waarde juist aan het feit dat ze ruimte bieden aan uiteenlopende stemmen, twijfel en tegenspraak. Wanneer toegang afhankelijk wordt van politieke zuiverheid, veranderen deze instellingen in poortwachters van ideologische correctheid. Dat ondermijnt academische vrijheid en verschraalt het debat.

Extra beladen

Voor Joden is deze ontwikkeling extra beladen. De eis om zich publiekelijk te distantiëren voordat men mag deelnemen, heeft een lange en ongemakkelijke geschiedenis. Het is legitiem om staten en regeringen scherp te bekritiseren; het is iets anders om individuen tot morele rituelen te dwingen als voorwaarde voor toegang.

Vaak wordt tegengeworpen dat de ernst van de situatie zulke maatregelen rechtvaardigt. Er spreekt woede en machteloosheid uit, gevoelens die na 7 oktober verder zijn toegenomen. Angst en trauma hebben het publieke debat in Israël verhard en de kans op nuance verminderd. Dat helpt verklaren waarom ook buiten Israël de roep om harde symbolische maatregelen sterker wordt.

Verzet tegen het dominante narratief

Maar verklaren is niet hetzelfde als goedkeuren. Israël is geen gesloten dictatuur. Het is een democratie in verval, onder zware druk, maar nog steeds een samenleving waarin kritiek mogelijk is. Er zijn media die blijven berichten over misstanden, en er zijn academici, kunstenaars en activisten – Joodse en Arabische burgers – die zich verzetten tegen het dominante narratief. 

Juist deze kwetsbare tegenkrachten hebben internationale contacten nodig om te kunnen blijven bestaan. Internationale samenwerking biedt niet alleen middelen en zichtbaarheid, maar ook een vorm van bescherming. Isolatie daarentegen versterkt gemakkelijk het nationalistische narratief dat ‘de wereld tegen ons is’, een narratief dat hardliners voedt en critici verdacht maakt. In die zin werkt een culturele boycot niet als hefboom voor verandering, maar als katalysator voor verdere verharding.

Samenwerkingen als bewuste academische praktijk

Een culturele boycot treft daarom niet alleen abstracte instellingen, maar ook de plekken waar samenwerking en tegenspraak nog plaatsvinden. In november bezocht ik een chemisch laboratorium aan de Bar-Ilan Universiteit waar een Druze, een Palestijnse moslim, een Palestijns-christelijke vrouw en een Joodse man – allen Israëlische staatsburgers – samen aan hun promotieonderzoek werkten. Ook aan de Hebreeuwse Universiteit bestaan speciale programma’s voor Palestijnse studenten. Zulke samenwerkingen zijn geen uitzonderingen, maar onderdeel van een bewuste academische praktijk.

Soms wordt verwezen naar Zuid-Afrika als bewijs dat culturele en academische boycots kunnen werken. Ook daar is de rol van zulke boycots overigens onderwerp van debat: economische druk, interne massamobilisatie en geopolitieke verschuivingen speelden aantoonbaar een grotere rol dan culturele isolatie alleen. Maar belangrijker nog is dat het Zuid-Afrikaanse model niet zonder meer overdraagbaar is op een samenleving waarin nog reële, zij het bedreigde, ruimte voor oppositie en gemengde instituties bestaat.

Gecanceld: Eyal Winter en Eva Illouz

De recente praktijk van de boycot laat zien hoe snel het misgaat zodra politieke verklaringen toegang gaan bepalen. Eyal Winter, econoom en uitgesproken criticus van het beleid van Netanyahu, werd bij de Universiteit van Antwerpen geweerd. Eva Illouz, internationaal gerenommeerd socioloog en al jaren een scherpe stem tegen deze regering, werd uitgenodigd door de Erasmus Universiteit en weer afgezegd. In beide gevallen ging het niet om hun werk, maar om hun nationaliteit en om het impliciete oordeel dat hun publieke positie niet voldeed.

Zodra politieke loyaliteit een toegangsbewijs wordt, verandert academische en culturele uitwisseling in een stelsel van morele toetsen.

Dit roept een principiële vraag op die verder reikt dan Israël. Zouden wij van een Amerikaanse wetenschapper (zoals ik!) eisen dat zij eerst publiekelijk afstand neemt van Trump voordat ik mag spreken? Van een Turk die zich ondubbelzinnig uitspreekt tegen Erdoğan? Van een Hongaar tegen Orbán? Een Nederlander tegen Wilders? Zodra politieke loyaliteit een toegangsbewijs wordt, verandert academische en culturele uitwisseling in een stelsel van morele toetsen.

Dit alles pleit niet voor business as usual. Internationale betrokkenheid is nodig, maar zij hoeft niet te beginnen met uitsluiting. Steun aan Palestijnse maatschappelijke en educatieve instellingen is noodzakelijk. Maar het sluiten van culturele en academische kanalen in Israël verzwakt precies die ruimtes waar verandering kan beginnen.

Beschermen in plaats van sluiten

Wie werkelijk verandering wil, zou deze ruimtes moeten beschermen in plaats van sluiten. Culturele en academische uitwisseling zijn geen beloning voor goed gedrag, maar instrumenten om maatschappijen te bevragen, ook – en juist – wanneer ze moreel ontsporen. Daarom is een culturele boycot van Israël, hoe begrijpelijk de emotionele drijfveren ook zijn, geen effectieve of rechtvaardige weg vooruit.


cover: fragment raam Joods Museum Amsterdam; foto Bloom, september 2023

Over Jessica Roitman 5 Artikelen
Jessica Vance Roitman is Professor of Jewish Studies at the Free University of Amsterdam. She is an historian whose work engages with colonialism, religion, and ethnicity. Her focus has been on Jewish communities in colonial spaces, with a particular emphasis on the Dutch Caribbean from the 1700-1900s. She is interested in the boundaries between groups and in processes of minoritization and belonging.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*