Isaac Maarsen, de Haagse Opperrabbijn die zijn kehilla trouw bleef
Het plein met het Mageen David Monument en het Joodse Kindermonument ligt achter de voormalige sjoel van de Wagenstraat. Het draagt de naam van Isaac Maarsen (1892-1943).
Maarsen was van 1925 tot zijn deportatie in 1943 opperrabbijn van Den Haag. Hij weigerde onder te duiken en bleef zich tot het laatst inzetten voor de Haagse Joden. Op 20 april 1943, daags voor zijn deportatie met vrouw en drie dochters, hield hij in de Wagenstraatsjoel een indrukwekkende afscheidsrede. Hij gaf daarin de krachtige boodschap van geloof temidden van onverstelbaar leed.
Al in november 1942 moest het gezin zijn woning op Hofwijckplein 42 opgeven en verhuizen naar een bovenetage. Ik woonde met mijn familie op dat zelfde Hofwijckplein maar heb nooit geweten dat de opperrabbijn daar heeft gewoond.
Internationale bekendheid als Joods geleerde
Maarsen, afgestudeerd aan het Amsterdamse Rabbijnenseminarie, werd al op 33-jarige leeftijd tot opperrabbijn van Den Haag benoemd. Toen Abraham S. Onderwijzer, opperabbijn van Amsterdam in 1934 overleed, werd Maarsen wegens zijn grote geleerdheid en zijn hoge wetenschappelijke niveau getipt als zijn opvolger. Aangenomen wordt dat zijn verlegen karakter een hinderpaal vormde.
In Den Haag ontwikkelde hij zich tot begaafd spreker. Ies van Creveld meldt in zijn boek over Joods Den Haag: “als bekend was dat opperrabbijn Maarsen een droosje zou houden, dan was de sjoel overvol.”
Maarsen heeft een reputatie opgebouwd met zijn studies in de rabbijnse literatuur in Hebreeuwse vakbladen. Hij publiceerde drie delen van Parsjandata, kritische commentaren op Rasji’s verklaringen op de twaalf zogenaamde kleine profeten, op Jesaja en op de Psalmen. Hij heeft dit werk niet kunnen voltooien.
Professor Avraham Grossman, een wereldautoriteit op het gebied van onderzoek naar de manuscripten van Rasji’s commentaren, citeert in een studie uit 2021 de Parsjandata meerdere keren. Grossman vertelde mij dat Maarsens commentaren van hoge kwaliteit zijn. Hij correspondeerde in het Hebreeuws met Joodse geleerden in de VS, UK, Duitsland en Polen. Ook heeft hij commentaren geschreven op de verklaringen van Nachmanides op de Tora.
Joodse Kindermonument
In 2006 werd op het in de vroegere Jodenbuurt gelegen Bezemplein – dat in datzelfde jaar tot ‘het rabbijn Maarsenplein’ werd omgedoopt – het Joodse Kindermonument onthuld. Op dat plein hadden tot de oorlog Joodse kinderen gespeeld, de leerlingen van de Bezemschool. Daar leerden toen vrijwel uitsluitend Joodse kinderen. De Joodse leerlingen hoefden op sjabbat en op Joodse feestdagen niet naar school. Tijdens de oorlog moesten alle Haags-Joods kinderen op deze school leren ten einde ze te isoleren van de niet-Joodse bevolking.
Het Joodse Kindermonument herinnert aan de ruim tweeduizend Joodse kinderen uit Den Haag die in de Sjoa zijn omgekomen. Het is zowel een monument als ook een speelobject van zes klimrekken in de vorm van een lege stoel, symbool voor de verdwenen kinderen.
Op de metalen ring rondom het monument is een tekst in het Nederlands en het Hebreeuws aangebracht met de volgende woorden:
Verdwenen is de Joodse buurt. Verdwenen zijn de kinderen, weggevoerd en vemoord in de Tweede Wereldoorlog. Omdat ze Joods waren…. Velen van van hen speelden hier en gingen hier naar school. Laten we ze niet vergeten en zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt.
Na de oorlog
Na de Tweede Wereldoorlog was het karakter van de Bezemschool totaal veranderd. De overgrote meerderheid van het leelingenbestand was nu niet-Joods, hoewel de school ook tientallen Joodse leerlingen telde die deel uitmaakten van de naoorlogse geboortegolf.
Van enige vorm van antisemitisme was geen sprake. De grote diversiteit van de Jodendomsbeleving van de ouders van de Joodse leerlingen zal ongetwijfeld bij de schoolleiding bevreemding gewekt hebben: de kinderen van orthodoxe huize gingen uiteraard op sjabbat en de Joodse feestdagen niet naar school.
De kinderen van een meer liberale achtergrond gingen op sjabbat wel naar school maar bleven op Jom Kipoer thuis. Anderen bleven ook op de eerste dag van Rosj Hasjana (het Joodse Nieuwjaar) thuis maar op de tweede dag gingen ze wel naar school, en zo nog veel meer varianten op de beleving van het jodendom.
De Joodse kinderen namen geen deel aan de godsdienstlessen en aan de kerstviering, maar wel aan de Sinterklaasviering. Joodse lessen werden gegeven door leraren van het NIG. Ik zelf leerde aanvankelijk bij mijn vader en later bij een uit Warschau afkomstige Talmoedgeleerde.
Gedenkteken Mageen David
De bronzen replica (het origineel bevindt zich in het Museon, het wetenschapsmuseum van Den Haag) van de plaquette toont, onder het jaartal 5703-1942, een afbeelding van een huilende moeder. Met de tekst in het Nederlands en Hebreeuws van de profeet Jeremia, 31:15:
Racheel weent om haar kinderen, zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen omdat er geen meer is.
Het bevindt zich op het rabbijn Maarsenplein. Op dit plein staat nog een monument voor gedeporteerde Haagse Joden.
Dit indrukwekkende monument werd in 1967 onthuld. Oorspronkelijk bevond het zich aan de Gedempte Gracht tot het in 2016 een nieuwe plek kreeg naast het Joodse Kindermonument.
Het monument, gemaakt door de beeldhouwer David Stins, toont een Davidsster met in het kader van de Davidsster een gezin bestaande uit een vrouw, een man en een kind die bescherming zoeken. Aan hun voeten is een afbeelding te zien van een slachoffer van de Sjoa. Daaronder is een tweetalige tekst, in het Nederlands en het Hebreeuws uit de Tora:
זכור את אשר עשה לך עמלק…. לא תשכח
Gedenk wat Amalek U gedaan heeft… Vergeet het niet (Deuteronomium,25: 17-19)
Van de circa 17.000 Joden van voor de oorlog keerden er slechts 2.000 terug.
Bronnen
Dick Houwaart: ‘Kehillo kedousjo Den Haag’, een halve eeuw geschiedenis van joods Den Haag, Omniboek- Den Haag, 1986
Ies B. van Creveld: ‘De Verdwenen Buurt, Drie Eeuwen Centrum van Joods Den Haag’, De Walburg Pers, 1989
Corien Glaudemans, ‘Joodse Erfgoedroute Den Haag’, in ‘Den Haag Centraal’, 2013
Kunstenaar Anat Ratzabi over het maakproces van het Kindermonument Lest They Be Forgotten
cover: Joodse Monument van Den Haag. Het wordt ook het Amalek Monument genoemd; screenshot Bloom uit bovenstaande video Lest They Be Forgotten
Een goed en nodig artikel, Jaap. Alleen de foto met het onderschrift “Kindermonument” toont niet het kindermonument (dat staat elders op het plein), maar het recente grote monument dat als achtergrond dient voor het Amalek monument van David Stins dat vroeger op de Gedempte Gracht hing.
Hallo John,
Dit is inderdaad het indrukwekkende monument dat ook het Amalek monument is genoemd. Bedankt voor je correctie.
Inmiddels gecorrigeerd.
Prachtig en indrukwekkend monument rabbijn maarsen was familie van mijn man eliezer meier maarsen zl die 2 jaar geleden is overleden
Bedankt voor je fijne reactie.
Jouw echtgenoot zl heb ik goed gekend. Enige jaren geleden had ik een boeiend gesprek met hem over OR Maarsen הי”ד, die een grote talmied chacham was en een heldenrol vervulde tijdens de Sjoa door zijn kehilla tot het laatst te blijven steunen.