Vannacht was het weer zover. Ik sliep diep in mijn eerste slaap toen ik uit mijn bed werd geramd door het alarm van het Home Front Command.
De telefoon gaat automatisch op vol volume en het alarm neemt alles over. Je zit meteen rechtop in bed.
Het is kwart voor één ’s nachts en we lopen naar onze schuilkamer. Op straat hoor je mensen die hun schuilkelders opzoeken. Iedereen volgt de instructies, want het is wel duidelijk dat je relatief veilig bent als je die opvolgt.
Als twee zombies zitten we in de kamer te wachten tot het weer veilig is. Ik heb het geluk dat ik daarna meestal snel weer in slaap val. Bij ons valt het nog mee. In de Tel Aviv-regio moest men dinsdagnacht vier keer het bed uit.
Ik geloof best dat Amerika en Israël veel raketten onderscheppen of vernietigen, zowel in Iran als in Libanon. Maar als je naar het aantal alarmen kijkt, merken wij daar eerlijk gezegd nog niet zoveel van.
Het leven speelt zich inmiddels grotendeels rond de schuilkamer af. Er zijn zelfs mensen die daar slapen.
Hobbels
Het was eigenlijk het plan dat ik deze week naar Amsterdam zou gaan voor een aantal zakelijke afspraken. Dat lukte dus niet. Ik heb alles maar via Teams gedaan.
Normaal gesproken gaat dat vlekkeloos. Maar ook in oorlogstijd heeft dat zijn hobbels. Bij twee vergaderingen met meerdere deelnemers moest ik onderbreken en zeggen dat het alarm afging en dat ik over twee minuten vanuit de schuilkamer weer terug zou zijn.
Meestal krijg ik nog wel verbinding via mijn telefoon, maar ik kan de presentatie niet goed lezen en de verbinding hapert ook.
Mijn vergadergenoten waren behoorlijk onder de indruk van mijn flexibiliteit. Dat ben ik meestal niet zo snel — maar alles went.
“Ik heb nu pas door hoe jullie leven,” zei een collega.
Mijn antwoord was heel menselijk, maar ook typisch: “Het valt hier nog mee. In Tel Aviv is het veel erger. Daar moeten ze soms acht tot negen keer per dag naar de schuilkelders.”
Een beetje bagatelliseren misschien. Wellicht is dat ook een manier om jezelf moed in te praten.
Pesach lijkt zo ver weg, plannen is onmogelijk
Je kunt ook eigenlijk niets plannen. Pesach lijkt zo ver weg, plannen is onmogelijk, terwijl het al over twee weken is. Sterker nog: je kunt soms niet eens voor morgen plannen.
In zware tijden is dat moeilijk. Je kunt je niet echt verheugen op leuke dingen als je niets kunt vastleggen.
Maar mij hoor je niet klagen. Vandaag sprak ik een buurman die is opgeroepen voor het leger. Zijn vrouw zit nu thuis met vier kleine kinderen. Of de oma in de straat die vijf kleinkinderen in het leger heeft.
Doorpakken
Heel Israël is er inmiddels van overtuigd dat we nu moeten doorpakken — zowel in Iran als in Libanon — en dat er eens en voor altijd een einde moet komen aan dit gevaar.
Dan maar een tijdje langer leven rondom de schuilkamer.
Geef als eerste een reactie