Het water wijkt

Genesis/ Bereshiet 1:9

Genesis/ Bereshiet  1:9
Klassieke vertaling: God zei: ‘Laten de wateren onder de hemel zich verzamelen naar één plaats, zodat het droge zichtbaar wordt’; en het was zo: 

Hertaling
Elohiem zei: ‘de watermassa zal onder het waterstofgas daarginds naar één plaats worden verzameld en het droge zal zichtbaar worden’; en liet het zo zijn:

Wanneer het water zich begint te bewegen

De woorden klinken, en in die woorden schuilt geen gedwongen beweging,
geen goddelijke duw.
Er gebeurt iets subtielers, iets elegants:
De watermassa begint zich vanzelf te verzamelen.

Niet omdat Elohiem het water ergens heen stuurt,
maar omdat de structuur van de schepping
– laag voor laag opgebouwd –
nu zijn eigen werking laat zien.
Alsof de wereld reageert op een ritme
dat al vanaf het begin in haar besloten lag.

Het water volgt dat ritme.
Het trekt samen,
het wijkt terug,
en de diepte roept het naar zich toe.

Een verborgen samenhang

En dan valt iets op.
De tekst noemt niet ‘de watermassa onder de dampkring’,
maar ‘de watermassa onder het waterstofgas daarginds’.

Het is een kleine nuance,
maar in de Hebreeuwse taal verschuift zo’n nuance
het hele begrip.
Het laat zien dat water niet zomaar iets op aarde is,
maar binnen een grotere orde wordt geplaatst:
onder de kosmische waterelementen
ontstaat een samenhang
waarin de dampkring en het water van de aarde
één werkend geheel vormen.

Eén systeem.
Eén kringloop.
Eén levensader.
Nog niet in werking,
maar gereed om te circuleren.

De aarde ontvangt geen water van buiten
en verliest ook niets.
Alles draait in een voortdurende beweging
van verdamping, wolkvorming, regen, stroming –
een cyclus waarvan de mens pas in de moderne tijd
de werking heeft doorgrond.

Maar de oude tekst laat dit mechanisme al meeklinken,
alsof de schrijver iets wist
dat nog niet gezegd kon worden.

Het land verschijnt

Maar hoe kan land zichtbaar worden
als de aarde eerst volledig onder water stond?
De verklaring ligt besloten in wat eerder gebeurde:
de vorming van de dampkring.

Door warmte-energie stegen gassen uit het water omhoog,
en daarmee werd de watermassa kleiner.
Wat overbleef, trok zich terug naar de diepte,
naar de plekken waar de oceaanbodem het laagst was.

Het water zakt,
het land rijst.
Niet omdat Elohiem het optilt,
maar omdat het proces zelf
zijn logische vervolg kent.

De tekst gebruikt dan ook een passieve vorm:
alsof de schepping zichzelf beweegt
zodra de voorwaarden zijn gelegd.

Zo wordt het land uiteindelijk zichtbaar –
niet door een hand die het onthult,
maar doordat het water wijkt
en de aarde haar contouren toont.

Vastgesteld, vaststaand en goed

En dan volgt de zin die deze fase afsluit:
‘En liet het zo zijn.’

Het is geen punt.
Het is een zegel.
Een bevestiging dat deze stap
nu deel uitmaakt van de structuur van de werkelijkheid.

Vastgesteld – het besluit is genomen.
Vaststaand – het wordt niet meer herroepen.
Goed – het past in het geheel,
precies zoals Elohiem het heeft bedoeld.

En met die bevestiging
duwt de schepping zichzelf naar voren,
stap voor stap,
dimensie na dimensie.

Elke stap draagt verantwoordelijkheid
voor alles wat hierna komt.

Grammaticale en tekstuele analyse

jikawoe ha’majiem (יקוו המים) ‘de watermassa zal worden verzameld’

Het werkwoord jikawoe is afgeleid van de stamletters qof–waw–hee, uitgesproken als kawa, met de betekenis ‘zich verzamelen’. Het staat hier in de nifal-vorm, die een passieve betekenis draagt: verzameld worden’. Letterlijk betekent jikawoe: ‘zij zullen worden verzameld’. Het woord majiem (watermassa /wateren) is een meervoudsvorm.

In deze nifal-vorm luidt de oorspronkelijke vorm je’hinkawoe. Daarbij zijn de letters hee en noen weggevallen – zij worden als het ware weggedrukt – zodat jikawoe overblijft. De passieve betekenis van het woord blijft daarbij echter duidelijk herkenbaar.

Vaak wordt deze zin vertaald als ‘laat de watermassa zich verzamelen’. Wanneer echter aandacht wordt gegeven aan de verschillen die de tekst zelf aanbrengt, ligt een meer onderscheiden lezing van de passieve vorm voor de hand: ‘de watermassa zal worden verzameld’. Daarmee wordt zichtbaar dat het water niet actief ergens naartoe wordt gestuurd, maar als het ware vanzelf naar één plaats samenkomt.

Het verzamelen vindt plaats zonder een nieuwe directe handeling. De tekst beschrijft hiermee een proces dat zich voltrekt als gevolg van eerdere stappen.

mitachat ha’sjamajiem (מתחת השמים)‘onder het waterstofgas daarginds’

De vorm ha’sjamajiem (Asjkenazische uitspraak: ha’sjomajiem) heeft hier dezelfde vocalisatie als in Bereshiet/Genesis 1:1, waar deze aanduiding is vertaald als ‘het waterstofgas daarginds’. Daarmee verwijst het woord ook hier niet naar de dampkring rond de aarde, maar naar de kosmische waterelementen die het heelal als geheel doordringen. 

Grammaticaal wordt vastgelegd dat het verzamelen van de watermassa plaatsvindt onder de kosmische waterelementen, en niet onder de aardse atmosfeer.

Asjkenazisch en Sefardisch 

Binnen het Jodendom bestaan verschillende uitspraak-tradities van het Hebreeuws. De Asjkenazische uitspraak ontwikkelde zich in Midden- en Oost-Europa en was tot ver in de twintigste eeuw gangbaar in Nederland. De Sefardische uitspraak vindt haar oorsprong in Zuid-Europa en het Midden-Oosten en vormt de basis van het moderne Ivriet.

Deze tradities gebruiken dezelfde Hebreeuwse tekst, maar verschillen in uitspraak. Daardoor klinken sommige klinkers en medeklinkers anders: wat in de ene traditie als een o wordt uitgesproken, klinkt in de andere als een a. Het gaat hierbij niet om een andere tekst, maar om een andere wijze van lezen.

Pauze- en zangtekens

Bij het voorlezen van de Torah geven pauze- en zangtekens aan hoe de tekst klinkt en waar rustpunten vallen. Over hun betekenis bestaan verschillende opvattingen.

Volgens een overgeleverde visie is de tekst door Elohiem via Moshé niet alleen in woorden en letters, maar ook in de wijze van doorgeven vastgelegd. In die benadering dragen klank, ritme en rust betekenis, en kunnen verschillen in woordvorm bewust een andere betekenis aanduiden, zoals sjomajiem (‘waterstofgas daarginds’) en sjomojiem (verwijzend naar de dampkring).

De Masoreten, middeleeuwse Joodse geleerden, hebben deze lees- en zangwijze later op schrift gesteld door klinkers en pauze- en zangtekens toe te voegen, om ze voor volgende generaties te bewaren.

Volgens een andere visie dienen deze tekens vooral ter ondersteuning van de voordracht en leidt zo’n klinkerverandering niet tot een verschil in betekenis.

Deze hertaling sluit aan bij de eerste benadering en gaat ervan uit dat de overgeleverde klinkers en rustpunten een hoorbare structuur bewaren die bij de tekst zelf hoort en tot een verschil in betekenis kan leiden.

we’teira’eh ha’jabasjah (ותראה היבשה) ‘en het droge zal zichtbaar worden’ 

Het werkwoord we’teira’eh staat in de toekomende tijd. De waw fungeert hier als gewoon voegwoord en niet als omkeer-waw. Het zichtbaar worden van het land volgt automatisch uit het terugtrekken van het water en introduceert geen nieuwe handeling. 

wa’jehie-chein (ויהי-כן) ‘en liet het zo zijn’

De afsluitende formulering wa’jehie-chein bevestigt dat wat is gebeurd, vastgesteld, vaststaand en goed is. Deze formule markeert het einde van een afgeronde fase en verankert haar binnen het verdere verloop van de schepping (zie ook zin 1:7).


Zie de andere delen van deze serie
Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet

De Torah opent als een filmshot na de Oerknal Genesis / Bereshiet 1:1
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1-10
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Slotakkoord van jom één Genesis / Bereshiet 1:5
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7
Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen Genesis / Bereshiet 1:8


cover: Torah lezer, schilderij van Marc Chagall, foto: Bloom


cover: Torah lezer, schilderij van Marc Chagall, foto: Bloom


cover: Torah lezer, schilderij van Marc Chagall, foto: Bloom

Over Simon Cohen 13 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*