Eindelijk durfde ik mijn stoute schoenen aan te trekken en naar mijn vaders studeerkamer te gaan.
Dat deed ik nadat mijn vader bij het middageten weer omstandig had verteld hoe Etty hem had meegenomen naar een college van professor Sinzheimer. *
Nadat ik had gecontroleerd dat er niemand in de buurt was, knielde ik neer bij het linkerkastje onder de schrijftafel. Ik deed het deurtje open en keek naar binnen. Daar lag een stapeltje oude schoolschriften – de dagboekcahiers van tante Etty.
*Hugo Sinzheimer (April 1875 – September 1945) was een Duitse geleerde, jurist en medeschrijver van de grondwet van de Weimar Republiek. Hij was een pionier in het arbeidsrecht.
Hoofdletter S met een punt erachter
Ik vatte moed en pakte het bovenste schrift van de stapel. Snel sloeg ik een bladzijde op voordat iemand zou binnenkomen. Het handschrift bleek voor mij onleesbaar. Wel viel mij de hoofdletter S met een punt erachter op – die combinatie kwam vaak voor.
Zou dat een afkorting van onze achternaam zijn: S. voor Smelik? Zou tante Etty zo vaak over mijn vader in haar dagboek hebben geschreven? Over haar mentor Julius Spier, die zij in haar dagboek steeds met S. aanduidde, had ik op dat ogenblik nog niet gehoord.
Waarom vond ik het die middag zo eng om een schoolschrift in handen te hebben, kun je je achteraf afvragen. Zo eng dat ik het daarna nooit meer heb gedurfd. Het klinkt misschien merkwaardig, maar het voelde voor mij aan alsof ik de dood in handen had…
Als kind had ik al veel over de Sjoa gehoord en gezien. Over tante Etty en haar gekozen lot had mijn vader meermaals verteld. Ik hield een schrift in mijn hand van een jonge vrouw die het risico op een voortijdige en ellendige dood bewust had genomen om het lot van haar volk te delen. Zij werd slachtoffer van een massamoord die het begrip van een tienjarige jongen ver te boven ging. Een massamoord die voor mij – 65 jaar later – nog steeds onvoorstelbaar is.
Hebreeuwse les
Maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Als tante Etty het lot van haar volk wilde delen, ook al zouden de moffen haar kapot maken, dan moest het Joodse volk zo bijzonder en waardevol zijn dat ik er meer van wilde weten. Toen ik hoorde dat in de vijfde klas van het lyceum de mogelijkheid bestond om facultatief Hebreeuwse les te volgen, gaf ik mij daarom meteen daarvoor op. De betovering die van de Hebreeuwse letters op mij uitging, was zo groot dat ik mijn studieplannen volledig omgooide. Op dit spoor wilde ik verder gaan…
Aan de Universiteit van Amsterdam kreeg ik volop de gelegenheid om mij verder in het Hebreeuws en Aramees te bekwamen en belangrijke Joodse geschriften, zoals de Misjna, de Midrasj en de Talmoed in het origineel te lezen. Elke dag nam mijn kennis toe.
De verlokking om een eeuwige student te blijven was daarom groot, maar toen ik in 1977 op een proefschrift over koning Saul in de Hebreeuwse Bijbel was gepromoveerd, werd het hoog tijd om een vaste baan te zoeken.
Op zoek naar een uigever
De organisatie van Nederlandse Openbare Bibliotheken zocht een studiesecretaris – een functie die mij veel vrijheid zou geven om mijn bijzondere belangstellingen te volgen. Een van mijn taken was om een bulletin voor het bibliotheekpersoneel uit te geven en zo kwam ik in geregeld contact met uitgevers. Ik zag een mogelijkheid om de dure plicht van mijn vader jegens zijn vriendin nu in zijn plaats te vervullen: een uitgever vinden voor de dagboeken van Etty Hillesum.
Met dit doel in het achterhoofd begon ik aan een serie interviews met uitgevers bestemd voor het bulletin. Tijdens elk interview leidde ik het gesprek op een zeker ogenblik onopvallend naar het thema de Tweede Wereldoorlog en wachtte ik gespannen de reactie van de uitgever in kwestie op mijn vragen af.
De Haan
Op zekere avond ging ik naar Heemstede waar ik een afspraak had met Jan Geurt Gaarlandt van uitgeverij De Haan. In zijn gezellige woonkamer zaten wij aangenaam te converseren. Wij hadden veel gemeenschappelijke interesses – aan gespreksstof dus geen gebrek. Op een gegeven ogenblik leek mij de tijd aangebroken om de Tweede Wereldoorlog ter sprake te brengen. Was dat een onderwerp waarvoor Gaarlandt als uitgever belangstelling had? Zijn onbevangen antwoord zou mijn leven een andere richting geven, al was ik mij dit op dat ogenblik nog niet bewust…
wordt vervolgd
zie ook de andere delen in deze serie van Klaas Smelik over Etty Hillesum:
Afscheid van tante Etty deel 1: ‘Jij begrijpt mij niet’, zei tante Etty tegen mijn vader
Afscheid van tante Etty deel 2: ik vond dagboekcahiers van tante Etty in vaders schrijftafel
Afscheid van tante Etty deel 3: eindelijk uitgever gevonden
Afscheid van tante Etty deel 4: reacties op Het Verstoorde Leven
cover: Etty Hillesum, bron: Alfa & Omega
Geef als eerste een reactie