Opheldering over de echte Spiro 

Een wonderlijke speling van het lot zorgt ervoor dat er op het einde van de negentiende eeuw in Amsterdam twee oost-joodse immigranten woonden die dezelfde naam droegen.

Zij beoefenden hetzelfde beroep en waren ongeveer even oud. Waarschijnlijk hebben zij elkaar nooit ontmoet, maar wel werden zij al tijdens hun leven met elkaar verward. Tot op de dag van vandaag brengen zij bibliothecarissen en bibliografen in verwarring. Tijd om opheldering te verschaffen.

Ik heb mij enkele jaren geleden al eens in dit tweetal verdiept doordat ik een van beiden tegenkwam in een annonce waarin zijn begrafenis op de Joodse Begraafplaats Zeeburg werd genoemd:

Deze korte beschrijving van de man wekte mijn nieuwsgierigheid. Ik begon puzzelstukjes van zijn leven te verzamelen in het Stadsarchief van Amsterdam en in het onvolprezen krantenarchief Delpher. Het bleek niet eenvoudig om de stukjes die ik vond aan elkaar te passen, want hij heette eigenlijk Hendricus – of was het Henricus? En was hij geboren in 1815, of in 1825? En waar dan wel: in Oisterwijk of in Nemeskeresztur? Dat hij in 1905 te Amsterdam was overleden leek wel vast te staan, maar hoe dan te verklaren dat zijn dood ook in 1893 reeds door iemand werd betreurd?

Wacht even, het wordt nog gekker! Wat moeten we met dit ‘overlijdensbericht’ dat op 9 augustus 1861 in het Weekblad voor Israëlieten verscheen?

Wie een beetje Hebreeuws kent heeft de grap al door en uit de repliek die H.Spiro in de joodse pers geplaatst krijgt blijkt overduidelijk dat de schrijver springlevend is en bruist van verontwaardiging. 

Terug naar de annonce uit 1893. Uit nader onderzoek bij de burgerlijke stand van Amsterdam blijkt dat aldaar op 12 oktober 1893 is overleden Herszek Ickowiecz Sapiro, oud 87 jaar en geboren te Warekan (bedoeld is Warschau). Ik zal jullie niet vervelen met alle verschillende spellingsvarianten van zijn naam. Het moet voldoende zijn een onderscheid te maken tussen H.Spiro en H.J.Spiro. Deze laatste heeft evenwel nooit in Rotterdam gewoond, dus de schrijver van de annonce was abuis. 

Rabbi Hersch Spiro werd in 1815 of 1825 geboren te Nemeskeresztur in wat nu Hongarije is. Destijds behoorde dat bij Oostenrijk, vandaar de verwarring met Oisterwijk. De beide mannen die zijn overlijden aangaven noemden als zijn ouders Eliazer Spiro en Vrouwtje Horwitz en als zijn echtgenote, van wie hij weduwnaar was, Esther Rutz. Van haar is geen spoor te vinden. Was zij misschien al gestorven voordat Rabbi Hersch Spiro naar Nederland kwam? Vermoedelijk dook hij voor het eerst op in Rotterdam.

Het Amsterdamse Vreemdelingenregister, waar hij zich op 7 januari 1851 laat inschrijven, meldt dat hij een binnenlandse reis- en verblijfpas bezit. Het is afgegeven op 5 oktober 1849 door de Directeur van Politie te Rotterdam. Zijn paspoort heeft hij daar achtergelaten. Naar eigen zeggen kwam hij naar Mokum om “zijn beroep uit te oefenen”: hij was “letterkundige”. Voorlopig nam hij zijn intrek in het logement van P.J. Adrian aan de Kalverstraat. Vanuit andere bronnen valt te reconstrueren dat hij tot 1861 ook nog in Rotterdam moet hebben gewoond. Op 16 juli 1861 lijkt hij zich definitief in Amsterdam te hebben gevestigd, waar hij in 44 jaar tijd op verschillende adressen heeft gewoond, vaak “op kamers”.

Uit de openbare briefwisseling met S.Lowenstein valt op te maken dat Hersch Spiro zijn brood verdiende met het schrijven van preken in het Nederlands voor anderen en gelegenheidsgedichten in het Hebreeuws. Ook hield hij zelf leerredenen, zoals op 9 mei 1857 te Edam, waar hij een volle sjoel meer dan twee uur lang wist te boeien met een betoog dat hij zo uit zijn mouw schudde. Nog in 1880 hield hij een lijkrede op Muiderberg voor Mozes Levie Reens. Van de bloemlezingen waarover hierboven sprake was is slechts een deeltje onvolledig overgeleverd en dat was door de catalografen van de Bibliotheca Rosenthaliana aanvankelijk toegeschreven aan H.J.Spiro. (Inmiddels is dat verbeterd.)

Maar wie was dan die andere Hersch Spiro of Sapiro? Het eerste document waarin we hem tegenkomen is de akte van zijn huwelijk in 1846 te Arnhem. Aan de namen van zijn ouders – Jezek Lizerowiez Sapiro en Hanna Izkowa – is duidelijk te zien dat hij van Joodse komaf was, maar hij trouwde met een niet-Joodse vrouw, Arnolda Hendrica Heijdenis. Met haar kreeg hij acht kinderen die allemaal christelijke namen dragen. Vanaf mei 1860 woonde het gezin in Amsterdam, waar vader Sapiro de kost verdiende als onderwijzer. Aanvankelijk stonden zij ingeschreven als Rooms Katholiek, maar na 1875 schijnt het hele gezin te zijn overgestapt naar de Waalse Kerk.

Van deze man is ook een boekje bewaard gebleven, een bundeltje gedichten in eigen beheer uitgegeven. Daaruit leren we hem kennen als een romanticus, vertrouwd met alle hoogten en diepten van het gevoelsleven. Bovendien vond ik deze prospectus van E.J.Brill te Leiden uit 1876:

Dat werk is echter nooit gepubliceerd. Verloren is het niet: vorige week stuurde Ruben Vis mij de titelpagina van een manuscript dat is aangekocht door de University of Pennsylvania.

De catalograaf aldaar nam aan dat het uit de kring van Rector Dünner en het Nederlandsch Israëlietisch Seminarium kwam en mailde naar het NIS in de hoop meer informatie over deze man zou te krijgen. Daarom ben ik er ook opnieuw in gedoken en vond zowaar nog een heel nieuw puzzelstukje, waarin wordt gesproken over de auteur van de Talmudische Auszüge, “de heer Spiro, is een geboren Israëliet uit Polen, is nu bijna veertig jaar onze landgenoot en was reeds vroeger tot het christendom overgegaan.” (Nieuwsblad voor de Boekhandel, 3-10-1876)

Als ik de naam onderaan die titelpagina vergelijk met de handtekening onder de huwelijksakte van Herszek S(a)piro, dan is dit ontegenzeggelijk zijn handschrift. Wat heeft hem bezield om op zijn 70ste een dergelijk werk te willen uitgeven? Geldnood? De wens om indruk te maken op zijn Waals Hervormde geloofsgenoten? Ik denk iets anders en dan zou ik hem willen vergelijken met een andere gedoopte Jood, Isaac da Costa, die van zichzelf zei: “Ik ben en blijf een Israëliet.” Enkele van de gedichten van H.J.Spiro wekken de indruk dat hij zijn leven lang rusteloos bleef en soms is er zelfs sprake van een soort heimwee:

Heeft de Universiteit van Pennsylvania nu een kat in de zak gekocht? Misschien is het alsnog interessant als vroege vertaling van delen van de Talmoed. Daarvoor kunnen wij overigens heel goed terecht bij iemand die wél aan het Seminarium heeft gestudeerd: Jonas Levie Voorzanger publiceerde al in 1852 zijn Talmudische en Midrasinische Olijfbladen.


Cover: foto Bloom; JM Amsterdam, 2023

Over Channa Kistemaker 59 Artikelen
Is afgestudeerd (1988) als classica en heeft zich later in het Hebreeuws bekwaamd. Zij doet historisch onderzoek naar de religieus-Joodse boekcultuur in Nederland van 1815 tot nu. Ook houdt zij zich bezig met het documenteren van de grafzerken op de Joodse Begraafplaats Zeeburg, en vertaalt zij poëzie uit het Ivriet.

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*