Parasja Misjpatiem (Shemot 21:1-24:18) opent met: “En dit zijn de rechtsvoorschriften (=misjpatiem) die je hen zult voorleggen.” De Eeuwige wil duidelijk dóórgaan.
De Israëlieten staan aan de voet van de berg Sinaï. Nauwelijks bekomen van de openbaring van de Tien Geboden in Parasja Yitro en de Eeuwige die rechtstreeks tot hen sprak, een gebeurtenis die gekenmerkt werd door donder, bliksem, een berg in vuur. Ondanks deze indrukwekkende ervaring deinsden ze terug en zeiden ze tegen Moshé: “Spreek jij maar met ons, Moshé, en we zullen luisteren, maar laat God niet meer met ons spreken, anders gaan we dood” (Yitro, Sjemot 20:16).
Niets van dit drama in Misjpatiem, dat een droge opsomming van geboden is, leest als een wetboek. Na de fraaie verhalen in Bereshiet en de eerdere hoofdstukken van Shemot, presenteert de Torah zich hier als de wet die alle aspecten van ons dagelijkse leven reguleert. De specifieke voorschriften die de Eeuwige ons biedt, onderstrepen het belang van ons alledaagse bestaan. De Eeuwige lijkt hiermee aan te geven wat Hij van Zijn volk verlangt: niet enkel een extatisch geloof of spirituele rituelen, maar vooral een aards leven volgens de regels van Zijn Torah. Dit vormt de weg naar een goed Joods leven en een hechtere band met Hem.
Een effectief rechtssysteem, inclusief rechtbanken en rechters, is noodzakelijk.
Misjpatiem bevat rechtsvoorschriften voor 53 verschillende onderwerpen. De stilzwijgende veronderstelling die deze parasja schraagt, is: “Zonder rechtssysteem, geen rechtsvoorschriften.” Een samenleving kan niet functioneren met enkel verheven voorschriften; een effectief rechtssysteem, inclusief rechtbanken en rechters, is noodzakelijk.
In Misjpatiem worden de vereisten voor rechters beschreven: zij moeten zich verre houden van leugens, onpartijdig zijn en bestendig zijn tegen omkoping. Ook moeten zij het recht toepassen zonder aanzien des persoons en niet meegaan met de meerderheid als die slecht handelt. Deze richtlijnen zijn ook vandaag de dag nog relevant. Het lijkt evident dat de Israëlieten aan de voet van de Sinaï al zo’n rechtssysteem in gedachten hadden; anders zou het geven van rechtsvoorschriften geen nut hebben.
De voorschriften van Misjpatiem behandelen onder andere de omgang met slaven, diefstal, moord, ontvoering en de bescherming van arme mensen, weduwen en wezen. Bekende uitspraken zoals “oog om oog, tand om tand” (Shemot 21:24) en “kook een bokje niet in de melk van zijn moeder” (Shemot 23:19) zijn hier ook te vinden. Over deze en andere rechtsvoorschriften van Misjpatiem zijn talloze boeken en commentaren geschreven.
“Een tovenares mag je niet in leven laten.”
Echter, het mysterieuze gebod in Shemot 22:17: “Een tovenares mag je niet in leven laten,” blijft onderbelicht. In de commentaren wordt verteld over een rabbijn uit de tweede eeuw die tachtig tovenaressen ter dood bracht. Rashi merkt op dat een vonnis krachtens dit gebod door een rechtbank moet worden uitgesproken en dat, hoewel het gebod ook voor mannelijke tovenaars geldt, het bekend is dat vooral vrouwen zich met tovenarij bezighouden. Veel moderne rabbijnen beschouwen het vervolgen van tovenaressen als een zaak uit het verleden, maar deze uitleg en de stilte rond dit gebod zijn onbevredigend. Zeker omdat de heksenvervolgingen in de westerse wereld eeuwenlang leidden tot gruwelijke praktijken, waaronder martelingen en verbrandingen, en de dood van duizenden vrouwen.
Onderliggende vrouwenhaat
Er is weinig erkenning voor deze misdaden tegen vrouwen, terwijl de heksenvervolging en de onderliggende vrouwenhaat nog steeds actueel zijn. Volgens een recent rapport van de hulporganisatie Missio worden in 45 landen mensen (voornamelijk vrouwen) als heks vervolgd en met de dood bedreigd.
Velen leggen een direct verband tussen heksenvervolging en femicide, de door vrouwenhaat gedreven moord op vrouwen door vaak hun man of ex-man. In Nederland zijn de cijfers schokkend: volgens het CBS wordt elke acht dagen een vrouw het slachtoffer van femicide. De Stichting Heksenmonument zet zich in voor bewustwording over heksenvervolging in het verleden en strijdt tegen vrouwenhaat en geweld tegen vrouwen in het heden. Dit jaar wordt in Roermond een Nationaal Heksenmonument onthuld.
We zullen gehoorzamen
Aan het einde van Misjpatiem, als Mosjé het volk vertelt over de geboden van de Eeuwige, antwoorden zij unaniem: “Alle woorden die de Eeuwige gesproken heeft, zullen we nakomen” (Shemot 24:3). Mosjé wil deze instemming bestendigen, schrijft alle woorden van de Eeuwige op en leest deze voor aan het volk. Die zeggen: “Al wat de Eeuwige heeft gesproken, zullen we doen; we zullen gehoorzamen” (Shemot 24:7). Met deze uitspraak op zak gaat Moshé opnieuw de berg Sinaï op, waar hij veertig dagen en veertig nachten bij de Eeuwige zal blijven.
cover: collage Bloom
Geef als eerste een reactie