Naftoli, heb je gedroomd van jouw barmitswefeest? 

Toli of Naftoli, jongeman met peijes en pet op tegen de achtergrond van Londen

28 augustus 2011

‘Nee, ik doe het niet en blijf gewoon op school. Mijn overgrootvader kan dan wel een rebbe zijn geweest. Ik ben dat niet en ga dat ook nooit worden. Ik wil andere dingen doen als ik groot ben!’

Tattie kijkt me behoorlijk hulpeloos aan. Zijn oudste zoon, ik dus, moet hem nu behoorlijk teleurstellen. Maar dat kan me niet schelen. 

Ik kijk op de klok. Over een uurtje gaat mijn barmitswefeest beginnen. Ik zit helemaal klaar in mijn nieuwe bekkesje, de Rebbe’s gartel om mijn middel. Mijn nieuwe schoenen knellen nog een beetje. 

Mammie heeft vanmiddag met de krultang mijn peijes omgevormd tot fraaie pijpenkrullen. De hoed die ik straks met tegenzin op ga zetten ligt voor me op tafel. 

“Tatti, vanavond zal ik me netjes gedragen, mijn peijes langs mijn oren en de nieuwe hoed op. Zo direct, bij mijn barmitswefeest, zit ik naast jou aan tafel. Ik ga mijn droosje houden, met de jongens van mijn klas een rondje dansen, stilletjes naar de toespraken luisteren en aan het einde van de avond zal ik voorbensjen. Ik zal je laten zien dat ik echt wel weet hoe het hoort. Ik zal zelfs mijn bord leegeten. Maar daarna?’ 

‘Naftoli. Wat “daarna?” Wat bedoel je met “daarna?”’ 

‘Daarna is morgen. Vanaf morgen ga ik mijn eigen gang. Ik blijf net als de andere jongens gewoon op school. Niet naar de jesjiewe. Misschien later, maar nu nog niet.’ Tattie laat een diepe zucht horen en grijpt mijn hand. ‘Toli, morgen zien we verder. Zullen we nu eerst naar jouw feest gaan?’ 

Ik voel dat ik voor vandaag een beetje heb gewonnen. Tattie noemde me ineens weer gewoon Toli in plaats van Naftoli.

Mijn plaats is in het midden van de hoofdtafel, met Tattie aan de ene kant. Zeider aan de andere kant. Naast hen van alle sjoels uit de buurt de rabbijnen. Rebbe Tannenbaum, de directeur van mijn school, rebbe Weisz bij wie ik in de klas zit en nog wat rebbes die ik niet bij naam ken. 

De zaal loopt nu helemaal vol met de andere gasten. Achter de mechietse hoor ik het geroezemoes van de dames. Ik hoop stiekem dat mammie zo nu en dan eventjes over de mechietse heen kijkt om mij te zien en mee te genieten. Het is tenslotte ook haar simche. Ik ben haar oudste zoon die vanavond barmitswe wordt. 

Kelners brengen de borden met vis naar binnen, het eerste gerecht van het diner. Tattie roept door de microfoon “sssstttttt”. Het wordt stil. Ik krijg een groot zilveren broodmes in mijn hand geduwd, maak de brooche over de enorme challe die voor me op tafel ligt, snij er de eerste plak vanaf en stop een stuk in mijn mond. Mijn eerste taak voor de avond is volbracht. 

Aan deze hoofdtafel voel ik me op dit hoogtepunt van mijn leven een beetje eenzaam. Mijn vriendjes zitten achter in de zaal aan een grote tafel en lijken heel veel lol te hebben. Voor hen is het een feest. Ik zit hier tussen allemaal grote mensen die blijkbaar heel veel met elkaar te praten hebben maar mij over het hoofd zien. Zo nu en dan komt er iemand langs om zijn hand uit te steken, mij ‘mazzeltof’ toe te wensen, om daarna meteen weer door te lopen. 

De kelners halen de visborden weer op en tattie roept opnieuw ‘sssstttttt’. Mijn volgende taak komt er aan. Een lessenaar wordt aangeschoven met daarop een microfoon. Ik haal de tekst van mijn droosje uit mijn binnenzak tevoorschijn. 

“Over deze Gemore gaat een belangrijk meningsverschil tussen Rasji en Toisefois…”.  Tien minuten later zit het voordragen van deze ingewikkelde Talmoed-voordracht waarop ik met rebbe Weisz maanden heb zitten zwoegen er op. 

Ook dit verplichte nummer van de avond is afgehandeld. Ik krijg allemaal lovende  woorden over me heen die meteen al  verloren gaan in de muziek die nu hard begint te spelen. Mijn twee vriendjes Berele en Sjimmi halen me op van mijn plaats en slepen mij de kring binnen met alle dansende jongens. Voor mij begint nu ook het echte feest. 

De trompet blaast nog één keer een hoge toon. De drummer geeft een laatste roffel. Iedereen gaat weer zitten. Nu moet ik ook netjes op mijn stoel blijven zitten. Tattie houdt zijn toespraak en daarna zal er nog wel een speech zijn van een van de andere geleerden die bij ons aan tafel zitten. 

Berele kijkt mij vanaf zijn plaats aan. Terwijl ik heel serieus probeer te kijken, tattie is nu aan het woord, steekt Berele zijn tong uit en trekt hij gekke gezichten. 

Mijn vriendjes lachen. Ik buig mijn hoofd naar beneden. Nu moet ik echt niet in lachen uitbarsten. Dat zou wel heel erg zijn. Tattie vertelt een verhaal over de Rebbe Naftoli waar ik dus van afstam. Ik probeer te luisteren. Maar mijn gedachten dwalen af. Ik denk aan het gesprek met tattie van vanmiddag. Nu is het vanavond. Maar wat gaat het er morgen gebeuren? Gaan al die regeltjes waar tattie het de laatste weken over heeft gehad dan echt gelden? En moet ik morgen echt al naar de jesjiewe? 

Tijdens het spreken legt tatti zijn hand op mijn schouder. “Onze Naftoli, jij gaat proberen jouw naam Naftoli eer aan te doen. In deze tijd waar er ook binnen het Jodendom zoveel verwarring bestaat heeft de Eeuwige Rebbese einiglech nodig. Naftoli, jij bent de oudste van ons gezin. Met al die zegeningen die je vanavond toegewenst krijgt, zul jij een prachtig voorbeeld zijn voor ons allemaal.”

Berele steekt zijn tong weer uit en kijkt mij scheel kijken. Op allerlei manieren probeert hij mij aan het lachen te krijgen. Maar dat gaat nu even niet lukken. Met mijn hoed recht op m’n hoofd, mijn peijes keurig langs mijn oren, lukt het me om heel serieus voor me uit te kijken. Tattie heeft het over mij als oudste in het gezin. Ik Naftoli, de nakomeling van Rebbe Naftoli, heb vanmiddag aan tattie beloofd dat ik mij vanavond keurig zal gedragen. Dat doe ik dan ook. En morgen? Dat is ná vanavond. Ik zal wel zien wat er gaat gebeuren.

Mammie staat naast mijn bed. ‘Naftoli, heb je lekker geslapen? En gedroomd van jouw barmitswefeest gisteren? Als je nu opstaat kun je op tijd op school zijn.’  

‘Op school? Ik ga toch naar de Jesjiewe?’ ‘Nee jongen,  je blijft voorlopig nog gewoon op school. Tattie vindt dat goed’.

Ik sla mijn dekens open. Dus nog steeds school. Voorlopig lijk ik van tattie te hebben gewonnen. 


Droosje De Barmitswejongen houdt tijdens de feestelijke maaltijd een inhoudelijke Talmoedische voordracht. 
Rasji en Toisefois Twee Talmoed commentaren.
Rebbese einiglech Nakomelingen van Chassidische Rebbes
Voorbensjen Voor gaan in het dankgebed na de maaltijd. Tijdens het barmitswe feest wordt deze taak vervuld door de barmitswejongen.
Mechitse De afscheiding tussen de ruimten waar de dames en de heren zitten.
Brooche Een lofzegging over het eten.


Over Lody van de Kamp 105 Artikelen
Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist. Naast het schrijven van historische romans (thema vooral ‘de Jood in de Tweede Wereldoorlog’) publiceerde hij ‘Over Muren heen’, over de kennismaking tussen de Moslim en de Jood in Nederland. Hij publiceert regelmatig in landelijke dag- en weekbladen en is actief binnen de stichting Said & Lody. Hij is één van de oprichters van Yalla!, een stichting die de beeldvorming in onze samenleving wil doorbreken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*