Mijn vorige bezoek aan Israël eindigde op 6 oktober 2023. Ja. Eén dag ervoor.
Als het niet voor de bat mitswa van mijn nichtje was geweest, was ik niet teruggegaan. Het was behoorlijk beangstigend, vooral onder de dreiging van Trump om het Midden-Oosten in brand te steken…
Maar ja, een bat mitswa, jullie weten hoe dat gaat.
Ik trof een ander Israël aan dan ik me herinnerde en wat ik vreesde. Een voorbeeld: heel weinig getoeter van nerveuze bestuurders. Veel zachtheid van vreemden en jongeren die voor mij opstonden in de bus (waar ik me niet door gevleid voelde natuurlijk, maar toch aangenaam was).
Gijzelaarsplein
In de bus: langs het plein rijden dat het gerechtsgebouw met het Tel Aviv Museum en de stadsbibliotheek verbindt, en beseffen dat dit de plek is waarover ik bijna tweeënhalf jaar lang eindeloos heb gelezen: het Gijzelaarsplein.
Ogenschijnlijk zijn ze allemaal terug (de ironie en de woede!), maar het plein lijkt klaar voor activiteit: stapels gele stoelen, stapels vlaggen, borden, posters met mooie gezichten van mensen die er niet meer zijn. Hoe kun je dan niet huilen in de passerende bus.
Dezelfde pijn op het Dizengoffplein: de ring om de fontein is volledig bedekt met ingelijste foto’s van de slachtoffers van het Nova-festival en van de oorlog die daarop volgde. In de bijna tweeënhalf jaar dat de foto’s zich daar opstapelen beginnen ze te vervagen, en dat bezorgt je een brok in de keel.
En de stickers, laag op laag, zo talrijk, op bijna elke elektriciteitspaal, op bijna elk oppervlak. Ze rouwen om een slachtoffer of verheerlijken een soldaat.
Doodseters
Ik kon niet ontsnappen aan de woorden die steeds weer in mijn hoofd terugkeerden: doodseters.
In mijn ogen is een cultuur van verheerlijking van de heroïsche dood, van oorlogszuchtige heldhaftigheid, van slachtofferschap met volle kracht losgebarsten: ik noem het een cultuur van doodseters.
Een cultuur waaraan ik eigenlijk altijd was blootgesteld in het Israël van mijn kindertijd, jeugd en volwassenheid: met de oorlogsliederen en de verering van het leger.
In de ogen van de Israëli’s die ik ontmoette las ik een aanvaarding van het lot. Een ‘er is geen keuze’ dat niet meer is gericht op vijanden van buiten zoals vroeger, maar een existentialistisch ‘er is geen keuze’.
Attent, gul, zorgzaam
Vrienden die we ontmoetten vertelden ons over de afgelopen tweeënhalf jaar. Grappige verhalen. Hoe kun je geestelijk overleven zonder te lachen? We zagen de verwoesting die een enkele raket aanrichtte op het Mograbiplein. Bijna tweeënhalf jaar later staan de huizen er nog steeds verwoest bij. De regering is bezig met het eten van dood, niet met het herstellen van het leven.
We ontmoetten goede mensen. Iedereen die we ontmoetten – bekenden, vreemden, mensen die ons op straat passeerden – was attent, gul, zorgzaam.
Ze verdienen het niet wat de doodseters hen hebben aangedaan. Van alle kanten van de grens.
cover: Dizengoffplein, Tel Aviv, foto Michael Ballak
Ik ben hier wel even stil van geworden…. wat heb je deze situatie mooi verwoord Erga. Shabbat shalom
Ik kende het woord nog niet: ‘doodseters’. Ik vind het een passend woord. Ik ben dankbaar voor dit woord. Dit woord helpt me om mijn gevoel te benoemen en daarmee een plek te geven. Het is geen mooie plek, maar het is een plek. En het is goed om te benoemen dat er ‘goede mensen’ zijn. Om dat te zien. Soms vergeet ik dat. Nee, ik vergeet het niet, maar soms raakt het zicht een beetje kwijt. Dank je wel.