Een jaar geleden vertelde ik in De Vrijdagavond over het boek dat ik schrijf over de 51 Nederlandse vrouwen die eind oktober 1944 terechtkwamen in het kleine werkkamp Liebau. Daar wisten zij met elkaars steun, door sabotage, maar ook door liederen van verzet te schrijven, te overleven.
Voor het eerdere verhaal, zie Dagboeken en kampsouvenirs, de vrouwen van Liebau herleven en de reactie van Ephraim Goldstoff: De Sjoa is nog steeds actueel.
In een groep van ongeveer tweehonderd Nederlandse vrouwen waren ze begin september 1944 vanuit Westerbork in Auschwitz-Birkenau aangekomen. Na twee maanden te zijn gemarteld door ziektes en selecties, werden ruim honderd vrouwen aangewezen om in Duitse fabrieken te gaan werken. Een deel ging naar een munitiefabriek bij Kratzau, een ander deel werd gedwongen in Liebau, 300 kilometer westwaarts, sneeuwkettingen te maken.
Haar naam is haar leven
Het is in mijn opzet, zoals gebruikelijk in de Joodse traditie, belangrijk de namen van deze vrouwen te noemen. En omdat ik in mijn onderzoek ook aan alle vrouwen evenveel aandacht besteedde, viel er nog veel te achterhalen. Want daar waar de overlevenden over de doden spraken, of over elkaar, daar in die overlap bleken de verhalen te zitten.
Naast de kampervaringen van alle vrouwen kon ik dus ook individuele lotgevallen reconstrueren, soms van dag tot dag. Soms kan ik de exacte plek aanwijzen en wie waar stond. De wazige vlek die eerder de eindeloze gruwelen bedekte, wordt in deze ontsleuteling tastbaar. Dan. Daar. Dat.
De ‘kampzussen’ die Liebau overleefden kwamen na de oorlog geregeld bijeen. Van links naar rechts: Lenie de Jong-van Naarden, Bloeme Evers-Emden, Rosie Blom-Rosenberg, en hun twee ‘kampmoeders’ Nettie Slager-de Levie en Lydia Birnbaum-Hausdorff.
Ieder mens
Het woord ´vermoord´ achter hun namen plakken doet mijn inziens de individualiteit van de overledenen geen recht. Ja, Sara werd doodgetrapt. Maar de Zeeuwse Hetty stierf in een tyfus-delirium, de jonge Clara aan een longontsteking nadat ze te lang buiten had gestaan, de vriendinnen Chelly en Jeanette beiden aan buikloop. Flora brak een bot en kon de selectie voor de gaskamer niet meer ontlopen. Ro – donker haar, een smalle neus, nog iets van de zongebruinde huid die ze in Westerbork had opgedaan – stond op een maandagmorgen in de ziekenbarak voor Mengele. Haar vriendinnen hadden haar gezegd haar verzwakte schouders recht te houden, maar Ro hield het niet vol. Ze vroeg haar beste vriendin Rie voor haar ondergedoken kinderen te zorgen, en verdween.
Details zijn belangrijk
Het was een hel die de vrouwen ervoeren, maar het is niet aan mij, als observant, dat uit te spellen. Echter, door op papier elk van hun individuele geschiedenissen met elkaar te verweven, te vertellen hoe zij met elkaar omgingen, wat zij zagen en zelfs wat ze naast elkaar gelegen droomden, geloof ik dat de lezer het wel zal voelen.
Vaak lees ik stukken uit mijn boek voor aan anderen. Mijn toon blijft droog, ik concentreer mij er immers op om de feiten duidelijk te vermelden. Dat is mijn werk. Maar soms kijk ik daarna op en zie de persoon voor me huilen.
Hoe zwaar ook, die details zijn belangrijk, verzekeren ook de nabestaanden mij. Het troost hen te weten dat hun geschiedenis toch nog teruggevonden kon worden.
Het laatste hoofdstuk
Na bijna drie jaar onderzoek en een jaar schrijfwerk nadert mijn boek het slot. Vanuit mijn expertise als visuele vertolker van wetenschap voor uitgeverijen en musea, deed ik ook onderzoek naar de objecten en de plekken die het kampleven van de vrouwen illustreren. Beeld zegt soms meer dan woorden.
Van het blik met batterijenafval uit Westerbork, gesaboteerde kettingen uit de fabriek in Liebau, tot aan het interieur van de vrouwenbarak in Auschwitz. Om laatstgenoemde te kunnen visualiseren, bezocht ik de plek zelf. Ik vulde mijn observaties aan met zeldzame tekeningen die gevangenen in de jaren veertig zelf maakten. Zo achterhaalde ik zelfs de kleur van de gebeitste palen. Een detail, maar toch.
Dit slotstuk is nog niet af. Het heeft uw steun nodig. Daarom is er een GoFundMe gestart, zie deze link. Uw bijdrage maakt dit bijzondere werk mogelijk.
cover: ruïnes van het voormalige kampterrein Liebau. De auteur zag dezelfde zon opkomen die de Hollandse vrouwen er tachtig jaar eerder tijdens appèl op de huid voelden. foto: Kelvin Wilson.
Geef als eerste een reactie