Genesis / Beresjiet 2:9
Klassieke vertaling: JHWH Elohiem deed groeien uit de aardbodem allerlei geboomte dat begeerlijk was om te zien en goed om te eten en de boom van het leven in het midden van de tuin en de boom van de kennis van goed en kwaad.
Hertaling
JHWH Elohiem deed groeien uit de vruchtbare aarde elke boom, aangenaam om te zien en goed voor spijs; èn een boom van het leven in het midden van de beschermde ruimte èn een boom van de kennis van ‘goed en het onheil’.
JHWH Elohiem doet groeien
uit de vruchtbare aarde – niet zomaar grond,
maar de levende, dragende laag
waaruit alles kan ontstaan –
elke boom:
aangenaam om te zien,
en goed voor spijs om van te eten.
En te midden van die beschermde ruimte,
in het hart van dit landschap vol potentie,
staan twee bomen
met een betekenis die als een onderstroom
door het hele verhaal zindert:
een boom van het leven,
en
een boom van de kennis van goed en het onheil.
Vruchtbare aarde – een keuze vol betekenis
Vruchtbare aarde
Adamah wordt hier niet weergegeven als ‘aardbodem’,
maar als vruchtbare aarde:
het land dat leven draagt,
in tegenstelling tot ha’arets – het algemene land.
Alles wat hier groeit, groeit niet toevallig.
Het komt voort uit een grond
die al vanaf het begin
drager van potentie is.
We kennen het zinnetje:
“De boom van de kennis van goed en kwaad.”
Maar wie dieper kijkt,
ziet dat het Hebreeuws iets anders vertelt.
In een volmaakte schepping is alles wat bestaat goed.
Slecht bestaat niet als zelfstandige kracht.
Wat wij ‘slecht’ noemen,
is vaak het gevolg van keuzes,
van een breuk in samenhang,
van het verliezen van richting.
Wanneer de mens uit verbinding raakt,
treedt onheil op de voorgrond.
Niet als tegenhanger van het goede,
maar als gevolg –
een verschuiving die correctie vraagt.
Wie in het ‘nu’ leeft,
kent de juiste richting.
Wie daarvan afwijkt,
merkt dat direct:
in lichaam, in geest, in ervaring.
Oordeel
Maar wat noemen wij dan ‘slecht’?
Veel van wat wij zo benoemen
is geen zelfstandige kracht,
maar een oordeel –
een interpretatie van pijn, verlies, of botsing
tussen wat wij verwachtten
en wat zich werkelijk ontvouwde.
Bestaat ‘het slechte’ dan wel
als alles wat is, goed is?
Of zien we slechts de schaduw
van onze eigen breuklijnen
wanneer we de verbinding verliezen
met onszelf,
met elkaar,
met de Bron?
Tov en wa’ra – de grammatica onthult een geheim
Wat zegt de Hebreeuwse tekst?
Het woord tov – goed –
heeft geen lidwoord.
En dat is betekenisvol.
Tov is onbeperkt,
niet af te bakenen,
niet vast te zetten als object.
Het is een kwaliteit van zijn:
goed is er altijd.
Maar bij wa’ra – vaak vertaald als ‘het kwaad’ –
staat wél een lidwoord.
Waarom?
Omdat wa’ra geen zelfstandige tegenmacht is,
maar iets wat kan optreden –
iets concreets, iets dat je kunt aanwijzen
wanneer samenhang wordt verbroken.
Geen kosmisch kwaad
Ra is onheil,
gebrokenheid,
onderbreking.
Een verstoring van de heelheid
waaruit alles is voortgekomen.
En herstel is altijd mogelijk.
Waarom ‘het onheil’ – en niet ‘onheil’?
Omdat ‘het onheil’ verwijst
naar iets dat zich kan voordoen,
maar niet altijd aanwezig is.
‘Onheil’ zonder lidwoord
zou suggereren
dat het een permanente kracht is
naast het goede –
en dat is in strijd met het uitgangspunt
dat alles wat bestaat,
in essentie goed is.
De strijd is nooit tussen goed en kwaad.
De strijd is in de mens zelf:
kan hij verbonden blijven
met zichzelf,
met anderen,
met de altijd aanwezige kracht?
De best passende vertaling
Daarom wordt de uitdrukking
het trouwst weergegeven als:
‘Een boom van de kennis van goed en het onheil.’
Een boom die inzicht geeft
in de werkelijkheid van verbinding
en van verbroken zijn.
Uitnodiging tot bewustzijn
In de tuin van Eden –
een beeld van de volmaakte wereld –
staan twee bomen
die het hart van het menselijk bestaan raken.
Waar de verbinding wordt verbroken,
ligt het onheil op de loer.
Niet als tegenkracht,
maar als gevolg van verwijdering.
Wie niet verbonden is met zichzelf
kan ook niet verbonden zijn
met anderen,
of met de kracht die eeuwig aanwezig is.
Daarom staat, midden in de tuin,
niet de tegenstelling tussen goed en kwaad,
maar het inzicht in goed en het onheil –
een uitnodiging
tot bewustzijn,
tot verbinding,
tot verantwoordelijkheid.
zie ook deel1: De Torah opent als een filmshot na de Oerknal
cover: fragment uit schilderij van Marc Chagall, foto Bloom, 2024
Erg leerzaam en verhelderend. Toda.