Grenzen tussen het religieuze en het seculiere zijn niet zo scherp te trekken

Synagoge interieurs in het Israel Museum

inetrieur Tzedek ve-Shalom synagoge

Synagogen vinden we in erfgoed-omgevingen terug als (kunst)historisch object, als architectonisch meesterwerk, als voormalig of nog steeds functionerend religieus gebouw, of als een plaats van herinnering, een plek die er niet meer is.

Hoe interpreteren mensen gemusealiseerde synagogen, en in hoeverre beïnvloedt het label ‘erfgoed’ hun ervaring van de synagoge? Met deze vragen in het achterhoofd bezocht ik afgelopen juni drie Israëlische musea waarin de synagoge een belangrijke plaats inneemt. Naast het Museum voor Italiaans-Joodse Kunst in Jeruzalem, waarover ik eerder schreef voor De Vrijdagavond, bestudeerde ik Synagogues Past and Present in het in 2020 heropende ANU Museum in Tel Aviv, en de Synagogue Route in het Israël Museum in Jeruzalem. Het ANU Museum houdt u van mij tegoed, ik ga dit keer in op de benadering van het Israël Museum.

De Synagogue Route maakt onderdeel uit van de afdeling Jewish Art and Life, samen met de thematische opstellingen The Rythm of Life, Illuminating the Script, The Cycle of the Jewish Year en Costume & Jewelry. Bij nadere beschouwing blijkt dat de grenzen tussen het religieuze en het seculiere in deze afdeling niet zo scherp te trekken zijn.

Veelvormige eenheid

In afwijking van eerdere opstellingen koos het museum ervoor om de kunstmatige scheiding tussen ceremoniële voorwerpen en etnografische voorwerpen op te heffen. In de opstelling over de jaarcyclus vinden we bijvoorbeeld niet alleen objecten die zijn verbonden met religieuze feestdagen, maar ook multimedia-installaties gewijd aan seculiere ‘heilige dagen’: Jom Hasjoa, Jom Hazikaron en Jom Ha’atsmaoet. De synagoge-route omvat historische interieurs uit Italië (Vittorio Veneto), Duitsland (Horb), India (Cochin) en Suriname (Paramaribo). Deze worden geflankeerd door synagogale objecten van Joodse gemeenschappen wereldwijd. De ensembles tonen hoe Joods religieus leven op verschillende continenten werd en wordt gematerialiseerd, in wisselwerking met lokale culturen. Een veelvormige eenheid. 

Vittorio Veneto

De eerste stop op de route is de intieme, barokke synagoge uit Vittorio Veneto (1700), die sterk doet denken aan de synagoge uit Conegliano in het Museum voor Italiaans-Joodse Kunst. Behalve hun beider uiterlijke gelijkenis en oorsprong in de regio rondom Venetië is er ook de gedeelde geschiedenis van wat wel de ‘aliyah van kunst en schoonheid’ wordt genoemd: in de jaren vijftig en zestig zijn naast de genoemde synagoge-interieurs tientallen arken en andere objecten uit leegstaande Italiaanse synagogen naar Israël overgebracht. De drijvende kracht achter deze beweging was dr. Umberto Nahon, bijgenaamd de ‘synagogeverzamelaar’. Enkele van de eeuwenoude arken en synagogale voorwerpen kregen een museale bestemming. De meeste zijn echter, in overeenstemming met Nahon’s intentie, nog steeds in religieus gebruik. Zo werd de ark (1635) uit de Scuola Grande in Mantua herplaatst in Ponevezh Yeshiva in Bnei Brak, en de ark (1728) uit de Sefardische synagoge in Padua in de synagoge Beth Ramhal in Jeruzalem.

Aron Ha’Kodesj (Heilige Ark) uit Vittorio Veneto

De synagoge van Vittorio Veneto arriveerde in 1964 in Israël, kort voor de opening van het Israël Museum. De overdracht aan het museum geschiedde op voorwaarde dat de synagoge behalve als museumobject ook als plaats van gebed zou dienen. Omdat het museum nog in opbouw was, bleek het mogelijk om een ruimte te creëren die qua maatvoering precies overeenkwam met het oorspronkelijke gebouw. Desondanks liepen ideaal en werkelijkheid uiteen: de ark is niet georiënteerd op Hakotel hama’aravi. Van formele gebedssamenkomsten is het dan ook niet gekomen, maar ik begreep tijdens mijn bezoek dat individuele bezoekers soms zo overweldigd raken door de sfeer van de ruimte dat zij spontaan tot gebed overgaan. 

Horb

Anders dan het nagenoeg complete interieur uit Vittorio Veneto resteert van de synagoge uit het Zuid-Duitse Horb (1735), de tweede op de route, slechts een deel van het dak en de wanden. Het verhaal achter het fraaie, door Eliazer Sussman beschilderde, interieur is niet minder bijzonder. De fragmenten bleven bewaard omdat het houten gebouw ten tijde van de Kristallnacht zijn oorspronkelijke functie allang had verloren: na 1864 raakte de synagoge buiten gebruik, om vervolgens te dienen als hooiopslag. Bij toeval werden de fragmenten begin twintigste eeuw vanwege hun bijzondere decoratie herkend als erfgoed, en in 1913 opgenomen in de collectie van het Kunstmuseum in Bamberg. Het stadsbestuur van Bamberg droeg de objecten in 1968 over aan het Israël Museum. 

Dak en wand uit synagoge Horb

Cochin

De derde stop op de route betreft de synagoge uit Cochin (1539-44, met zeventiende en achttiende eeuwse houten versieringen), oorspronkelijk één van de acht synagogen die deze Zuid-Indiase stad rijk was. Een groot deel van haar Joodse gemeenschap emigreerde in de jaren 1950 naar Israël. In haar kielzog volgde ook de ark uit de Kadavumbagam-synagoge, die een tweede leven kreeg in Moshav Nehalim. In 1991 werden delen van het achtergebleven interieur – op dat moment in gebruik als touwslagerij – aangekocht door het Israël Museum. Na een grondige restauratie is het met bloemmotieven gedecoreerde houtwerk herenigd met de ark en ingevoegd in de tentoonstelling. Ook dit interieur vertelt een lokaal verhaal: de versieringen lijken sterk op die in nabijgelegen Hindoe tempels en moskeeën. Van de zeven resterende synagogen in Cochin vervullen er twee nog een religieuze functie, andere zijn herbestemd tot museum of in verval geraakt. 

Synagoge uit Cochin

Paramaribo

De vierde en laatste synagoge op de route is de Tzedek ve-Shalom synagoge (1736), afkomstig uit Paramaribo. Deze synagoge bleef tot eind jaren negentig in gebruik en in 2010, bij de herinrichting van de afdeling Joodse Kunst & Cultuur, in een verkleinde, gereconstrueerde vorm opgenomen in het museum. Het interieur vertoont opvallende overeenkomsten met de Snoge. Naast het typisch Sefardische grondplan waarbij de hechal (ark) en de teba (bima) tegenover elkaar zijn geplaatst, zien we de Snoge weerspiegeld in de vormgeving van de koperen collectebussen, in de Omer-borden aan de wanden, en in het zand op de vloer.

Niet toevallig passeren museumbezoekers voor zij over de drempel stappen eerst een vitrine met daarin één van Emanuel de Witte’s interieurstukken van de Portugese Synagoge (1680) (het andere stuk is te zien in het Joods Museum in Amsterdam, een derde schilderij uit de reeks is tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan). In de gereconstrueerde synagoge staat een vitrine met fraaie zilveren siertorens. In één set is de Westertoren te herkennen, compleet met het van Andreaskruizen voorziene wapenschild van Amsterdam – over wisselwerking gesproken.

Ceremonies

Hoewel alle vier de synagogen door hun inbedding in het museum een betekenisverandering ondergingen, zijn er nog steeds gemeenschappen en individuen die zich vanuit hun achtergrond met deze plekken verbonden weten en deze gebruiken voor (religieuze) ceremonies, bijeenkomsten, of ontvangsten van hoogwaardigheidsbekleders. Voor de Surinaamse Tzedek ve-Shalom synagoge geldt die gevoelde verbinding het sterkst: sommige bezoekers kunnen zich de synagoge in z’n oorspronkelijke setting en gebruik nog levendig herinneren.

De eerste drie synagogen hadden, voordat ze naar het museum werden overgebracht, al decennia of langer hun religieuze functie verloren. Het Israël Museum heeft geprobeerd recht te doen aan de oorsprong van de interieurs als liturgische ruimte en als centrum van Joods leven. Als bezoeker ervaar je dat doordat je middenin de ruimtelijke opstelling kunt staan, en door de soundscapes, samengesteld uit melodieën die ooit in deze synagogen hebben geklonken. Ik heb naar de gezangen geluisterd als naar een echo van heiligheid. Het proces van musealisering heeft de historische interieurs feitelijk weer dichter bij hun oorspronkelijke betekenis als plek van samenkomst gebracht. Het gegeven dat mensen zich de ruimtes toe-eigenen in het museum maakt ze ook tot een symbool van continuïteit. Wat mij betreft mag het Israël Museum de verhalen van deze mensen aan de soundscapes toevoegen. 

Gemusealiseerde synagogen komen we ook verspreid over Europa tegen, van Barcelona tot Boekarest. Iedere plek heeft z’n eigen verhaal, is getuigenis van verlies, maar ook van veerkracht. Over Europese verschijningsvormen van het fenomeen ‘gemusealiseerde synagoge’ een volgende keer meer.


Verantwoording

Voor het schrijven van deze bijdrage is gebruik gemaakt van de websites van genoemde musea en van notities gemaakt tijdens het bezoek van de auteur op 9 juni 2022, alsmede van de publicaties Italian Synagogues from 1492 to the Present en The Italian Jewish Cultural Centre in the Heart of Jerusalem.

Meer informatie over het Israël Museum

cover: de Tzedek ve-Shalom synagoge in het Israël Museum

Over Paul Ariese 2 Artikelen
Paul Ariese is senior docent aan de Reinwardt Academie (Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten) en promovendus aan de Amsterdam School for Heritage, Memory and Material Culture (UvA). Hij doet promotieonderzoek naar de verwevenheid van erfgoed en religie in de synagogen van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam. In zijn bijdragen aan De Vrijdagavond deelt hij persoonlijke observaties met betrekking tot Joods religieus erfgoed.

1 Comment

  1. Dank voor het uitstekende artikel en dankzij de verwijzing ook dank voor het eerder verschenen artikel eind juli (was mij ontgaan). Heel zinvol overzicht met prachtige foto’s. Veel succes met het promotieonderzoek!
    Met vriendelijke groet,
    Victor Brilleman, historicus, gids Joods Museum en docent Joodse (cultuur)geschiedenis bij LEV/JMW.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*