De donkere weken voorafgaand aan midwinter vormen in Nederland traditioneel een periode van huiselijkheid en culturele symboliek zoals Sinterklaas.
Voor de Joodse gemeenschap valt deze fase altijd samen met de maand Kislev, de maand waarin Chanoeka wordt voorbereid en begint. Het samenvallen van beide tradities zegt veel over de manier waarop Joods leven zich in Nederland historisch heeft verankerd: naast, met en soms door de nationale cultuur heen.
Gedeelde traditie
Dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse Joodse gemeenschap Sinterklaas ooit meevierde – en dat sommigen dit nog steeds doen – wordt door historici vaak gezien als een typisch Nederlands fenomeen. Het is geen ontkenning van Joodse identiteit, maar eerder een illustratie van hoe minderheidsculturen zich verhouden tot dominante maatschappelijke tradities.
Een concreet voorbeeld hiervan was de chocolaterie De Vergulde Olifant aan de Amsterdamse Utrechtsestraat, waar tot in de tweede helft van de twintigste eeuw Hebreeuwse chocoladeletters werden vervaardigd voor wat onder Joden informeel ‘Chanoeklaas’ werd genoemd.
De vermenging van culturele vormen — Sinterklaasmelodieën onder Joodse gezangen, synagogen zonder vergaderingen op 5 december – toont hoe flexibel culturele integratie soms functioneerde zonder verlies van eigenheid.
Licht in tijden van duisternis: een symbolische structuur
Chanoeka wordt vaak beschreven als een feest van religieuze vrijheid en morele veerkracht. Maar in Nederland krijgt het thema ‘licht dat in duisternis verschijnt’ een extra laag. De midwintertijd, waarin dagen korter worden en de publieke ruimte donkerder, versterkt de symboliek van het chanoeko-ijzer of Chanoekilje.
Het is niet toevallig dat de profeet Jesaja’s woorden: Sta op, word verlicht, want jouw licht is gekomen in Joodse liturgie zo’n prominente rol kregen.
Opperrabbijn Aron Schuster, overlevende van Bergen-Belsen, gebruikte dit vers in 1985 bij de viering van 350 jaar Joodse gemeenschap in Amsterdam.
Zijn interpretatie was minder theologisch dan existentieel: voor hem stond het licht symbool voor de mogelijkheid tot herstel na collectieve trauma’s. De geboorte van de staat Israël noemde hij ‘een licht dat opnieuw uit Zion ging schijnen’ – een formulering die aansluit bij een bredere trend binnen het naoorlogse Jodendom waarin Israël een ankerpunt van veiligheid en continuïteit werd.
Spanning tussen minderheid en bestuur
In verschillende westerse steden ervaren Joodse inwoners dat gemeentelijk beleid zich steeds vaker richt op de belangen van recentere migrantengroepen, terwijl antisemitisme of veiligheidszorgen soms minder politieke prioriteit krijgen.
Deze perceptie is niet louter emotioneel: sociologische studies wijzen erop dat sneller groeiende migrantengemeenschappen vaker stemmenblokken vormen die beleidsmakers meer directe politieke prikkels bieden.
Deze dynamiek, gecombineerd met een golf van wereldwijd toegenomen antisemitische incidenten, leidt onder Joodse Nederlanders tot een gevoel van déjà vu. De verzuchting ‘de Joden hebben het weer gedaan’, ooit ironisch binnen families uitgesproken, klinkt vandaag minder ver van de maatschappelijke realiteit dan velen wenselijk achten.
Bescherming tegen majoritaire willekeur
In dit klimaat krijgt de historische spreuk Je maintiendrai een eigentijdse betekenis. Waar de lijfspreuk van Willem van Oranje in 1579 verwees naar politieke standvastigheid binnen een jonge staat, fungeert ze vandaag als metafoor voor democratische en ethische weerbaarheid.
Het handhaven van de scheiding tussen kerk en staat – een kernprincipe van de Nederlandse staatsvorm – is daarbij meer dan een staatsrechtelijke notie. Voor minderheidsgroepen fungeert deze scheiding als bescherming tegen majoritaire willekeur.
Evenzeer geldt dat waardigheid en vrijheid van meningsuiting slechts houdbaar blijven wanneer politieke en culturele conflicten niet ontaarden in polarisatie of identitaire vijandbeelden.
Jaarlijkse oefening in collectieve veerkracht
Het licht van Kislev is geen oplossing voor maatschappelijke spanningen, maar wel een lens om ze te begrijpen. Het benadrukt dat gemeenschappen zelfs in duistere tijden kunnen vasthouden aan hun waarden, rituelen en politieke overtuigingen. In dat opzicht is Chanoeka niet slechts een feest van licht, maar een jaarlijkse oefening in collectieve veerkracht.
cover illustratie: Chanoeklaas gebasseerd op cartoon van Ben Gershon
Geef als eerste een reactie