Het uitspansel dat we dampkring zijn gaan noemen

hertaling Genesis/ Bereshiet 1:8

Genesis/ Bereshiet  1:8
Klassieke vertaling: God noemde het uitspansel hemel, en het was avond en het was ochtend, een tweede dag.

Hertaling
Elohiem noemde het uitspansel: sjamojiem; en liet het voorafgaand zijn aan de volgende fase, en liet het een tweede scheppingsfase zijn waarin het gebeurde:

Naamgeving van het uitspansel

Wanneer Elohiem het uitspansel sjamojiem noemt – wat we later ‘dampkring’ zijn gaan noemen – gebeurt er meer dan het toekennen van een naam.

Een naam is in de Hebreeuwse wereld nooit een etiket;
het is een daad, een richting,
een bevestiging van wat iets is
én wat het zal worden.

Op dat moment krijgt het uitspansel een functie, een plaats, een rol in het geheel.

Het wordt de beschermende gordel rond de jonge aarde, de ruimte tussen boven en beneden, tussen de waterstofgassen van het heelal en de waterlagen die de planeet nog volledig omsluiten.

Sjamojiem wordt een grenslaag,
maar ook een doorgangszone:
een plek waar de schepping van richting verandert,
een scharnierpunt tussen wat al is vastgesteld
en wat nog moet worden onthuld.

Vastgesteld, geborgd en onomkeerbaar

Zoals in de eerdere fasen zichtbaar werd:
Elohiem werkt nooit zonder volgorde.

Eerst wordt vastgesteld dat iets goed is – dat het klopt in het geheel.
Daarna wordt het bevestigd, en tenslotte geborgd in de structuur van de schepping.

Vanaf dat moment staat het vast.
Wat Elohiem heeft laten zijn, kan niet meer worden teruggedraaid.
Er is geen weg terug – niet uit starheid, maar omdat orde nodig is voor alles wat daarna komt.

Elke bevestigde stap wordt een fundament voor de volgende.

Zoals eerder in 1:5 wordt uitgelegd, heeft iedere borging een blijvende invloed op de verdere ontwikkeling van de schepping.

Zo wordt sjamojiem, de dampkring,
niet alleen uitgesproken
maar ook verankerd in de negende dimensie:
een laag die verantwoordelijkheid draagt
voor het vervolg van de schepping, een tweede jom.

Betekenis en context

Werking van de naamgeving

Wanneer Elohiem het uitspanselsjamojiem noemt, gebeurt er meer dan het uitspreken van een naam. In de Hebreeuwse wereld is naamgeving, juist wanneer zij door Elohiem wordt verricht, een daad met gevolgen: door het noemen wordt bevestigd wat iets is en hoe het binnen het geheel van de schepping is geplaatst.

Het uitspansel verschijnt als een onderscheiden ruimte tussen de waterelementen van het heelal. Daarmee wordt sjamojiem benoemd als een onderscheiden laag binnen de schepping. 

Met waterelementen duidt de tekst datgene aan wat wij in hedendaagse termen herkennen als waterstofgas

Wat later ‘dampkring’ zal worden genoemd, krijgt hier zijn plaats: een onderscheiden ruimte die het verdere verloop van de schepping mogelijk maakt.

Opvallend is de vocalisatie ‘o’ van sjamojiem. Deze vocalisatie  onderscheidt zich bewust van ha’sjamajiem in Genesis 1:1 waar de klinker ‘a’ wordt gebruikt en het heelal wordt aangeduid.

Met deze klankverschuiving wordt een onderscheid gemaakt tussen het heelal en het uitspansel rond de aarde. Sjamojiem verwijst hier niet naar de kosmos als geheel, maar naar de dampkring: de atmosfeer die de aarde omgeeft. Daarmee wordt in de naam zelf vastgelegd dat het hier om een andere werkelijkheid gaat dan die van Bereshiet/Genesis 1:1.

In de zin hierna (Bereshiet/Genesis 1:9) verandert ook de aanduiding van het water. Daar wordt niet langer gesproken over mojiem, maar over majiem. De betekenis en consequenties van deze verschuiving worden in de volgende fase zichtbaar.

De pauze- en zangtekens onder de woorden geven aan waar bij het voorlezen rust wordt genomen. In het hele scheppingsverhaal vallen die rustmomenten samen met het woord mojiem, waarin een o-klank klinkt. Deze samenloop is niet willekeurig, maar laat horen hoe Èlohiems zeggen is geordend: onderscheid en rust klinken hier samen. Wat later als technische leestekens wordt gezien, laat in de overlevering een hoorbare structuur meeklinken. 

Tweede jom 

De zes scheppingsfasen worden gepresenteerd als een oplopende reeks van zes joms. Toch begint deze reeks niet met ‘een eerste jom’ in de gebruikelijke zin van het woord.

In de eerste fase wordt namelijk geen volgnummer gebruikt, maar het begrip één. Daarmee wordt geen begin van een reeks aangeduid, maar eenheid: alles begint als één geheel, uit één bron, en blijft in die essentie verbonden. Pas daarna wordt er geteld.

Dat maakt duidelijk dat de schepping niet start binnen de opeenvolging van fasen, maar daarbuiten: in een buitenste raamwerk van eenheid. Vanuit dat raamwerk ontvouwt zich een verdere ordening.

De tweede jom markeert daarom geen voortzetting van tijd, maar een volgende laag binnen die ordening. Waar de eerste fase staat voor eenheid, duidt deze fase op differentiatie: een aflopende beweging waarin het geheel zich stap voor stap onderscheidt en ordent.

Grammaticale en tekstuele analyse

Erew (ערב) en boker (בקר)

Zoals eerder toegelicht bij Genesis 1:5 duiden erew en boker hier geen tijdsaanduiding aan. Het gaat niet om avond en ochtend in de gebruikelijke zin.

Erew markeert een overgangsfase: het moment voorafgaand aan een volgende stap, een volgende scheppingsfase.
Boker duidt op het afronden van een periode waarin dit deel van het scheppingsproces heeft plaatsgevonden: het moment waarop wordt geëvalueerd, bevestigd en gecontroleerd, voordat een volgende stap wordt gezet.

Een toelichting op de betekenis en woordachtergrond van erew en boker is opgenomen bij Genesis 1:5.

Jom sjeini(יום שני) tweede jom

De afsluitende aanduiding jom sjeini bevat opvallend genoeg geen lidwoord (ha-). Het gaat hier niet om ‘de tweede dag’, maar om een tweede scheppingsfase.

Deze scheppingsfase staat niet op zichzelf, maar is afhankelijk van de voorafgaande fase en die is verankerd in de negende dimensie. (zie ook Genesis 1:5).

De betekenis van jom reikt verder dan een tijdseenheid. In eerdere toelichting (Genesis 1:5) wordt uitgewerkt hoe jom gelezen kan worden als een fase binnen een meerlagige structuur van de schepping, waarin opeenvolgende niveaus worden onderscheiden. De vermelding van jom sjeini functioneert hier dan ook niet als kalenderdag, maar als positionering binnen die grotere ordening.


Zie ook de andere delen van deze serie
Hertaling van het eerste hoofdstuk van Bereshiet
Daar is water Genesis / Bereshiet 1:1
Onheil ligt op de loer Genesis / Bereshiet 2:9
Jij bent niet buiten Elohiem Genesis / Bereshiet 1:2
Energie wacht om richting te krijgen Genesis / Bereshiet 1:3
Wanneer onderscheid orde schept Genesis / Bereshiet 1:4
Elohiem richt de blik Genesis / Bereshiet 1:6
Er komt ruimte voor adem Genesis / Bereshiet 1:7

Over Simon Cohen 12 Artikelen
Simon A. Cohen, Rotterdam(1948) was ondernemer en vermogensbeheerder. Winnaar Rotterdamse Ondernemersprijs 2003. Lid NIK en het Verbond Liberale Jodendom. Voormalig voorzitter: NIG Rotterdam; Convent der Kerken en Synagogen; Landelijke Dialoogcommissie Verbond; OJCM; Coalitie ter voorkoming spanningen in stad. Actieleider toneeluitvoering Fassbinder ‘Het vuil, de stad en de dood,’ 1987. Studeerde aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium klassiek Hebreeuws en filosofische achtergronden Jodendom.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*