Na het overlijden van Frans Weisz op 7 december jl. valt er niets dan lof te lezen in diverse media over deze kleine grote man van de Nederlandse film.
Frans Weisz (Amsterdam, 23 juli 1938 – aldaar 7 december 2025) was de zoon van de in 1933 uit Duitsland gevluchte acteur Géza Weisz. Aanvankelijk wilde hij net als zijn vader het toneel op. Hij meldde zich echter in 1958 als eerste student aan, zo vertelde hij later met trots, bij de net opgerichte Amsterdamse filmacademie.
Dat bleek een gouden greep. In 1964 debuteerde hij met de korte film Een zondag op het eiland van de Grande Jatte. Er zouden vele films en documentaires volgen. “Weisz ademde film”, las ik in een van de necrologieën.
Rooie Sien, De Inbreker en Het leven is vurrukkulluk
Voor mij was Weisz vooral de man die Amsterdam in beeld bracht. Hij gebruikte zijn geliefde stad veelvuldig als decor. De Wallen in Rooie Sien (1975), de spannende achtervolging van twee trams door het centrum van de stad in De Inbreker en natuurlijk Het leven is vurrukkulluk (2017) naar het boek van Remco Campert. Dat leven speelt zich af in het Vondelpark.
Met zijn films gaf hij veel bekende verhalen van Nederlandse schrijvers een extra podium: Naakt over de schutting van Rinus Ferdinandusse, Op afbetaling van Simon Vestdijk, Hoogste Tijd van Harry Mulisch en nog vele anderen.
Leedvermaak
Zijn liefde voor toneel zie je terug in films zoals Leedvermaak (1989), de verfilming van het befaamde toneelstuk van Judith Herzberg. Dat vijf uur durende stuk gaat over het huwelijk van Lea en Nico, die als joodse kinderen ondergedoken zaten tijdens de oorlog. Beiden waren eerder getrouwd (Lea twee keer en Nico één keer). Lea’s ouders, Simon en Ada, overleefden het concentratiekamp. Dit dramatische verhaal werd door regisseur Leonard Frank door toneelgroep Baal op de planken gebracht.
Van Judith Herzberg verfilmde Weisz ook Qui vive (2001) en Happy End (2009). Samen vormen deze drie films een drieluik over de in Leedvermaak geïntroduceerde familie. De serie geeft een mooi tijdsbeeld van de manier waarop in de jaren negentig naar de verwerking van oorlogstrauma’s werd gekeken. In de jaren nadien kreeg deze verwerking een nieuw gezicht.
Charlotte
Naar eigen zeggen was de speelfilm Charlotte (1981), over Charlotte Salomon, Weisz’ lievelingsfilm. De film is mooi gemaakt en er wordt goed gespeeld, maar mijn voorkeur gaat uit naar zijn latere documentaire: Leven? Of theater? (2012).
Daarin interviewt Weisz vriendinnen van ‘Lotte’ en bezoekt hij locaties die zij in haar werk tekende. Daardoor krijgt haar bijzondere kunstwerk meer diepte. Salomons werd vermaard door haar serie van achthonderd gouaches Leven? Of theater? Te zien op de site van het Joods Museum.
In deze documentaire horen en zien we beelden van haar jeugd in Berlijn, haar verblijf in Frankrijk en haar gespannen relatie met haar grootouders.
Hoe verbonden Weisz zich met Charlotte voelde, blijkt uit een opvallende scène uit de docu. De vader van Frans, Géza Weisz, speelde ooit een scène in een Duitse film die zich afspeelt op de Kurfürstendamm in het centrum van de stad, om de hoek van het woonhuis van Charlotte. In de docu ontmoeten zij elkaar; Géza loopt op straat en kijkt om. Daar zit Charlotte op het terras en lacht naar hem.
Dossier Frans Weisz en Charlotte bij Eye
In de filmkrant van 13-12-2025 wordt verwezen naar Dossier Frans Weisz, een grote online verzameling artikelen, interviews en recensies door de jaren heen van zijn werk.
Veel van zijn films gratis, zoals Charlotte, terug te zien op de player van Eyefilm.
Eye eert de filmmaker met een vertoning van zijn lievelingsfilm Charlotte op 10 januari 2026 op het grote doek.
De docu Charlotte is in zijn geheel te zien via NPO Start.
cover: werk van Charlotte Salomons, collage Talma Joachimsthal
Een verhaal over Frans Weisz is niet compleet als je geen woord besteedt aan zijn werk als filmer van vele TV commercials. Tenslotte moest hij ook zijn brood verdienen en dat deed hij goed met de “spotjes”. Hij werd door de bedenkers van die spotjes ,de copywriters en art directors bewonderd maar ook gevreesd. Zijn streven naar perfectie, dus ook van reclamefilms, resulteerde vaak in talloze retakes, want hij was niet snel tevreden met zijn werk. De reclame creatieven, dus zijn opdrachtgevers, vaak eerder dan hij. Bekend was dat hij soms na zijn zoveelste retake, toch maar de eerste koos en waren we een halve dag verder. Dan werd er wel gevloekt. Maar ook veel gelachen. Een shooting met Frans was altijd leuk.
Leuk die aanvulling. Ik heb een beetje rondgevraagd maar niemand kon een van zijn spotjes bij naam noemen. Maar deze anekdote zegt veel over het tweede leven van Frans Weisz de commerciële filmer een leven dat hij strikt gescheiden hield van zijn persoonlijke werk.
Ferenc Kalman Gall
“Drum”, “Jägermaister”, “Schat, staat de Bokma koud”, “Gouden Gids” enz….Cineteam BV en ik was de producent (en soms ook de cameraman) van de commercials van Frans Weisz. Wij haden nationale en internationaal bekroningen voor zijn regie, zelfs een Lion d’Or in Cannes. Helaas er zijn weinig vermeldingen over, zelfs niet in Wikipedi
Dank Anita voor de mooie necrologie. Mag ik als medescribent een kleine aanvulling geven die bij weinigen bekend is: Frans vond het heerlijk om klein muziektheater te regisseren. Zo maakte hij onder meer voor de Stichting 20e-eeuws Lied (waarvan ik tien jaar secretaris was) een prachtige voorstelling “Chez Aubert” met de toen nog jonge Joannette Zomer en Helena Rasker, samen met de onvermoeibare pianiste en artistiek leider Reinild Mees. Neen, (veel) geld konden we Frans niet betalen; hij deed het gewoon omdat hij het hartstikke leuk vond (en wij ook!).