De Hongaarse pianist, componist en dirigent Géza Frid (1904-89) was een wonderkind.
Hij gaf zijn eerste concert op zevenjarige leeftijd en een jaar later toog hij naar Boedapest om te studeren bij Béla Bartók en Zoltán Kodály. In 1929 ontvluchtte hij het autoritaire, antisemitische bewind van admiraal Miklós Horthy.
Géza Frid vestigde zich in Amsterdam op uitnodiging van zijn befaamde landgenoot violist Zoltán Székely, die met een Nijmeegse was getrouwd.
Frid woonde in een pension in de Johannes Vermeerstraat van 1934 tot zijn huwelijk in 1937 met de Nederlandse zangeres Ella van Hall. Ze betrokken een fraai huis in de Van Eeghenstraat 63, tegenover het Vondelpark. Daar bleven ze hun verdere leven wonen.
Muzikaal stukje Van Eeghenstraat
Nummer 63 was zeer dicht bij nummer 77, waar tot 1924 componist en dirigent Julius Röntgen had gewoond bij wie Edvard Grieg twee maanden had gelogeerd. Ook was 63 niet ver van 107, woonstee van Willem Mengelberg, dirigent van het Concertgebouworkest. Bij hem kwamen de grote musici over de vloer. Gustav Mahler logeerde er tussen 1903 en 1910 zelfs viermaal in ‘hotel Mengelberg’.
Ook Frids huis werd een pleisterplaats voor buitenlandse musici, bij voorkeur Hongaarse. Pianiste Ditta Pásztory, weduwe van Béla Bartók (1881-1945) en componist Zoltán Kodály (1882-1967) met echtgenote Sarolta Péczely kwamen er graag langs.
Géza Frid, geschilderd door Vilmos Aba-Novák, ca. 1925
Onderduik en ongeluk
De oorlogsjaren bracht Frid door in onderduik, terwijl hij actief was in het verzet. Op 28 december 1941 noteerde hij in zijn agenda: ‘Utrecht, met Alma Rosé, sonatenmiddag.’ Op 19 februari 1944: ‘bij de fam Correa met M. Erb, mevr. Correa en E. v. Hall, ensembles’. Zo sloeg de joodse immigrant zich de oorlog door: hij gaf meer dan veertig concerten bij particulieren, in ruil voor geld of levensmiddelen.
In 1948 verkreeg hij de Nederlandse nationaliteit. Na een akelig ongeluk in een verzorgingstehuis in Bergen, waar hij in een te heet bad werd gehesen, overleed hij in 1989 in het brandwondencentrum in Beverwijk.
Géza Frid – Vioolsonate opus 50 (1955), Lucien Renette – viool Kris van der Plas – piano
De Cultuuratlas van Amsterdam Oud-Zuid is te bestellen bij uitgever Tijd/Ruimte
cover: Talma Joachimsthal gebaseerd op het besproken boek
Geef als eerste een reactie