Henriëtte Pimentel, onderwijsvernieuwer, feministe en redder van kinderlevens

Henriette Pimentelbrug met water op de achtergrond

Op 19 april 2022 onthulde de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema de Henriëtte Pimentelbrug. Burgemeester Halsema roemde Henriëtte ‘Jet’ Pimentel (Amsterdam 1876 – Auschwitz 1943) niet alleen als de verzetsheldin die velen kennen. Ook als een vernieuwer in de opvoedkunde en het onderwijs en als een feministe die streed voor het vrouwenkiesrecht en een vrijdenker. De vernoeming van de brug past in het streven van de gemeente Amsterdam om meer vrouwelijke verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog in het zonnetje te zetten.

Meer dan verdiend

De aandacht voor Henriëtte Pimentel is niet meer dan verdiend. Na tachtig jaren werd het ook tijd – zo zei Diana Pimentel tijdens de familie Pimentel bijeenkomst in het Tropeninstituut die aan de plechtige onthulling voorafging. Twee onlangs verschenen boeken brengen Jet Pimentel tot leven: Wacht maar. Het veelbewogen leven van Henriëtte Pimentel van Esther Shaya en Frank Hemminga en 1943. Het lot van de familie Pimentel door Henk Dijkman en Fokko Weerstra. Deze vier schrijvers spraken met nazaten van de familie Pimentel en ijverden bij de gemeente Amsterdam voor de vernoeming van een brug naar deze belangrijke Amsterdamse, Joodse vrouw. 

De Henriëtte Pimentelbrug verbindt zeer toepasselijk het Tropeninstituut met de Plantagebuurt. In deze negentiende eeuwse tamelijk chique wijk, aanpalend aan de oude Amsterdamse Jodenbuurt, speelde een groot deel van Jet Pimentels leven zich af.

Kindercrèche

Aan de Plantage Middenlaan no. 31 was vanaf 1924 een kindercrèche gevestigd voor baby’s, zuigelingen en kinderen tot vier jaar. Voor de Tweede Wereldoorlog gold deze crèche als de beste van Amsterdam. Het was ingericht volgens de modernste pedagogische inzichten die het kind en zijn spelenderwijs leren in een vrolijke ambiance centraal stelden. Zo’n ambiance achtte men van eminent belang voor de ontwikkeling van het kind. Het gebouw was uitstekend geoutilleerd en gold als een baken van moderniteit met zijn nadruk op licht, lucht, rust en hygiëne. De verzorgsters moesten allen een interne, tweejarige erkende opleiding volgen. Al het personeel droeg een uniform: een blauwe jurk met een wit schort. Ook de kinderen kregen tijdens de opvang een uniform aan. De kinderverzorgsters moesten ‘kind zijn met het kind’. Per dag ving de crèche ongeveer honderd kinderen op – vaak van de allerarmsten van de stad. Men betaalde vijftig cent voor de opvang van een kind. Drie van de vier kinderen in de opvang waren Joods.

Henriëtte Pimentel met huisdieren
foto Collectie Joods Museum

Goed met kinderen

Vanaf 1926 tot juli 1943 was mejuffrouw (ja, ze hechtte er zelf aan zo genoemd te worden!) Henriëtte Henriquez Pimentel de directrice van de kindercrèche aan de Plantage Middenlaan. Van jongs af aan had ze interesse voor nieuwe ideeën voor het opvoeden en verzorgen van kinderen. Op twintigjarige leeftijd haalde ze haar A en B aktes aan de ‘Vormschool voor Onderwijzeressen aan Bewaarscholen’. Ze werkte eerst als gouvernante en vervolgens tot 1913 als directrice op de Fröbelschool Cornelia van de onderwijshervormer, vakbondsvrouw en feministe Cornelia de Jong (1854-1938) bij wie Pimentel in haar jeugd als leerling in de klas zat op de Sarphatischool.

Vervolgens volgde ze de opleiding tot verpleegster aan het Wilhelmina Gasthuis, was opnieuw onderwijzeres en gouvernante in Bussum en Naarden, totdat ze directrice werd van de kindercrèche aan de Plantage Middenlaan en ook ging wonen op dat adres. In de tussentijd ijverde ze voor het vrouwenkiesrecht en voor goede arbeidsomstandigheden voor vrouwen. Jet Pimentel was geen ideoloog of intellectueel. Ze was een organisator en een doener die het leuk vond om met kinderen te werken en daar was ze goed in – zo lezen we in het boek ‘1943’ Dijkman en Weerstra*.

Catastrofe

De Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s had maar één doel: het Judenrein maken van Europa. Amsterdam was sinds de zeventiende eeuw het mekka van het Nederlandse Jodendom. Voor de oorlog woonden 80.000 van de ongeveer 140.000 joden van Nederland in Amsterdam. Vanaf 1941 werden de rechten en vrijheden van de joden stelselmatig ingeperkt: men mocht niet fietsen, niet in parken vertoeven, geen fiets noch auto hebben, geen telefoon, niet naar bioscopen, cafés noch restaurants. Bezit (roerend en onroerend) werd ze ontnomen. Beroepen voor hen gesloten verklaard – waarop ontslag volgde uit beroepen en betrekkingen.

Razzia’s

Men mocht geen niet-joods personeel hebben, noch samen met niet-joodse kinderen op school of werk zitten. Men moest een zichtbare, gele Jodenster dragen op alle kleding. Seksuele relaties tussen joden en niet-joden werden verboden. In 1942 begonnen de razzia’s, waarbij de overvalwagens van de nazi’s in de nacht voor de deur verschenen en de mensen weghaalden. Het is voor ons Joden een bekend verhaal – en toch iedere keer schokkend om het achter elkaar opgeschreven te zien. Niemand kon eraan ontkomen. Ieder individueel lid van de familie Pimentel kreeg ermee te maken. Aan het begin van de oorlog waren er drie broers en vier zussen Pimentel (inclusief Jet) in leven.

Aan het einde van de oorlog waren de zussen Lina, Greet en Eef Pimentel dood: gedurende 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Jet Pimentel werd op 16 september 1943 vergast in Auschwitz. Broer Jacques Pimentel en zijn vrouw Maria verkeerden lange tijd in de waan dat ze als Portugezen op de zogeheten Lijst Calmeyer stonden en daarmee van deportatie waren gevrijwaard. Maar ook zij kwamen in 1944 in Auschwitz terecht en werden daar meteen vermoord. Alleen twee broers van Jet, Mau die ondergedoken zat en Bram en zijn vrouw Ida die als lid van de Barneveld-groep Theresiënstadt overleefden, kwamen na de oorlog terug.

Schokkend te beseffen hoe alleen alle joden ervoor stonden. Hulp was schaars en de joden waren de middelen ontnomen om zichzelf te redden.

Kindersmokkel

De nazi’s brachten alle weggehaalde Amsterdamse Joden eerst naar de Hollandsche Schouwburg, pal tegenover de kindercrèche aan de Plantage Middenlaan. 

Eind 1942 waren er zeer regelmatig razzia’s. De Hollandsche Schouwburg puilde uit. De Duitsers vorderden de kindercrèche aan de overkant voor de opvang van de Joodse kinderen tot dertien jaar. Het niet-Joodse personeel werd ontslagen en de kinderopvang werd (toen pas!) uitsluitend joods. De kinderen werden direct na aankomst in de Hollandsche Schouwburg van hun ouders gescheiden en naar de overkant gebracht. Ze zagen hun ouders pas weer op het moment dat ze samen met hen op transport werden gesteld. De transporten, met bestemming Kamp Westerbork, vonden op willekeurige dagen, drie keer in de week plaats. Per transport gingen er 35-40 kinderen mee.  

crèche Plantage Middenlaan 31, foto Collectie Joods Museum

Al heel snel ontstond bij Jet Pimentel en de groep om haar heen (waaronder Walter Süskind en Felix Halverstad) het idee om kinderen – met toestemming van de ouders – uit de crèche te smokkelen en ze te laten onderduiken bij opvanggezinnen in het hele land. Er werd samengewerkt met vier verschillende Verzetsgroepen die de gesmokkelde kinderen naar de onderduik adressen brachten. Het was voor alle betrokkenen gevaarlijk werk. Bij ontmaskering zou het tot de dood leiden. Jet Pimentel kreeg de raad om onder te duiken, maar ze wilde haar kinderen niet in de steek laten. Uiteindelijk leidde dit smokkelwerk tot de redding van naar schatting 500-700 Joodse kinderen.

Ontmanteling

Op 23 juli 1943 werd de kindercrèche aan de Plantage Middenlaan 31 omsingeld en door de Duitsers ‘leeggehaald’. Bij deze razzia werden er 70 kinderen en 37 volwassenen, inclusief de directrice Jet Pimentel opgepakt en naar Station Muiderpoort vervoerd. Van daaruit ging de reis door naar Kamp Westerbork, waar ze op 24 juli 1943 aankwamen.

In heel Amsterdam waren er op die 23 juli 1943 verschillende razzia’s. Daarbij werden rond de drieduizend joden opgepakt en op transport gezet – onder hen velen die werkten voor de Joodse Raad.  De nazi’s waren toen bijna ‘klaar’ in Amsterdam. Enige weken later zouden ze Amsterdam Judenrein verklaren.

Jet Pimentel verbleef tot 14 september 1943 in barak 65 van Westerbork. Daar werden de ongehuwde vrouwen ondergebracht. Ze had naar verluidt hoop op een goede en snelle afloop van de oorlog en maakte plannen voor de herinrichting van de kindercrèche na de oorlog. 

Op 14 september moest ze echter met 1310 andere mensen met de trein op transport. Driehonderd daarvan gingen naar Bergen-Belsen. De rest reed door naar vernietigingskamp Auschwitz. De trein kwam aan op 16 september 1943. Henriëtte Pimentel en 577 anderen werden meteen na aankomst in de gaskamers vermoord. Ze was zevenenzestig jaar.


* De onlangs verschenen boeken:

Wacht maar. Het veelbewogen leven van Henriëtte Pimentel van Esther Shaya en Frank Hemminga, uitgave . Dit is een biografie van Jet Pimentel met aandacht voor de tijdgeest en beschrijft ook de geschiedenis van de crèche.

1943. Het lot van de familie Pimentel door Henk Dijkman en Fokko Weerstra, uitgave1943 beschrijft naast Jet de levens van verschillende Pimentels: haar drie broers: Mau, Jacques en Bram drie zussen: Lina, Greet, Eef en ook nog die van Nico Maurits (zoon van Jacques), Nico en Jaap (Indische zonen van Bram) en Pim (Joodse zoon van Bram).

Beide boeken zijn uitgaven van Amphora Books



cover: de ingewijde PImentelbrug, foto auteur

Over Maria Cuartas 17 Artikelen
Geboren in Havana, Cuba, opgegroeid op Curacao. Familie met Cubaanse, Spaanse, Curaçaosche en Sefardische wortels. Studeerde Nederlands Recht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Woont en werkt in Amsterdam sinds 1985. Thema’s: het leven in brede zin met aandacht voor het Joodse daarin - maar niet alleen dát.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*