Wekelijks ging ik met de trein naar Amsterdam, huurde een fiets, ging naar mijn vaders atelier in de Jordaan en werd een klein beetje Amsterdammer.
Ik had een sleutel van zijn huis en werd onveranderlijk met een brede glimlach en een blij bronzen ‘hallooo!’ begroet door een naakte oude man in bed. “Wil je koffie, een stuk marsepein of een pijpje?”, vroeg ik dan altijd. “Allemaal!”, was steevast het antwoord. Het was een routine die eigenlijk best leuk voelde, hoe klein het ook was.
In deel 1 van dit artikel beschrijf ik hoe ik als tiener mijn vader Rob Aussen leerde kennen. De oorlog die hij overleefde, bleek behoorlijk tussen ons in te staan. Toen Rob, die zijn leven lang beeldend kunstenaar was, begon te dementeren, werd onze relatie beter. Zie: Mijn vader was een kunstenaar en wantrouwde iedereen.
Eenzame verzamelaar
Zijn enorme huis stond tot het dak toe vol met Afrikaanse en Aziatische kunst. In elke kamer moest je over de beelden en maskers klimmen. Hoe kom je zover? Nu ben ik ook een verzamelaar, en dat kan best te maken hebben met dat ook ik als puber een tijdje heb gezworven.
Dan weet je wat het is om niets te hebben. En om alleen te zijn: de verzameling wordt het betrouwbare gedeelte van je gezelschap. Bij mij valt het eigenlijk wel mee: ik heb slechts vrij kort gezworven. Mijn vader zwierf eigenlijk ook, al had hij dat grote huis.
Nog geen twee jaar na mijn eerste bezoekje stierf Rob. Niet aan dementie, maar aan hartfalen. Hoewel aangekondigd, kwam het toch hard aan.
Er begon een tijd van gedenken, opruimen en verkopen. Eigenlijk best een mooie periode.
Roofkunst uit Afrika
Een mooie periode, ondanks een aanklacht wegens roofkunst. Hoe dat ging?
De bekende Amsterdamse partijhandelaar Gideon Italiaander zorgde voor het leegruimen van huis en atelier van Rob. Gideon belde me want er had zich een politieagent gemeld bij zijn kunsthal. Die agent kreeg ik aan de lijn.
“Ik heb een aangifte van roofkunst ontvangen”, zette de agent zwaar aan. “Kunt u mij certificaten laten zien bij al deze beelden en maskers?”. Ik dacht aan de taxateur die onverbiddelijk oordeelde: wat bij Gideon staat, is ‘voor ons gemaakt’. Souvenirs.
“Bent u wel eens in Parijs geweest?”, stelde ik mijn wedervraag. “Ja, maar waar gaat dit gesprek heen?”, vroeg de agent. “Daar kom ik zo op. Hebt u in Parijs wel eens zo’n plastic Eiffeltorentje gekocht?” “Hoezo dat?” “Nou, zat daar dan een certificaat bij?”
Het was even stil aan de andere kant van de lijn. “Ja, ik begrijp waar u heen wilt. U stelt dat dit geen kunstobjecten zijn maar souvenirs?” “Precies!”
Nalatenschap van ‘Afwezigen’
Niet lang daarna stuurde mijn neef me 664 pagina’s over onze vermoorde grootouders; pagina’s die hij uit het Nationaal Archief gedolven had. In die pagina’s stond veel, heel veel, over waar we steeds over gegist hadden: hoe en waar waren zij opgepakt? Hoe zat het met hun geld, hun aandelen, het papier (onze grootvader was een vooraanstaand handelaar in papier), met de hypotheken die hij aan mensen verstrekte?
De tantes van mijn vader – die zelf ook zowat hun volledige familie hadden verloren – blijken zich enorm ingespannen te hebben bij de organisaties die de nalatenschap van de ‘Afwezigen’ (zo noemde de ambtenarij de mensen die vermoord waren, tot in de jaren vijftig toe) dienden te behartigen: de Stichting Bewindvoering Afwezigen en Onbeheerde Nalatenschappen. Ze liepen aan tegen dezelfde muren als waar decennia later de slachtoffers van de gaswinning in Groningen en de Toeslagenaffaire tegenaan lopen.
Onnavolgbare onwil en willekeur
Ambtelijke muren van gehoorzaamheid en ongeremde punctualiteit, zonder oog voor menselijkheid. En een onnavolgbare onwil en willekeur. Dankzij het Nationaal Archief konden we een inkijkje nemen in die wereld. In de vorm van briefjes tussen instellingen, de reacties van sommige hypotheeknemers en vooral de potloodaantekeningen van ambtenaren.
Wat moet je denken van een aantekening bij mogelijk degene die onze grootouders heeft aangegeven? Hij moest op de ‘zwarte lijst’ voor onderzoek. Maar verderop stond, eveneens in potlood, beter van niet…
De wereld stond even stil toen ik dit las. En, zolang archieven bestaan, mogen degenen die hun integriteit verkwanselen voor punctualiteit en schouderklopjes, zich gecontroleerd weten.
‘Toch weer naar Amsterdam’ is een boek over Joods trauma, dementie, regenachtige familierelaties en optimisme. Over hoe het leven rare grappen met je uithaalt.
Het boek is voor € 17,90 te koop bij de boekhandel of via Positon Uitgevers, Boschlaan 12, 5591HJ Heeze, 2025.
cover: Man met Fluit, tekening van Rob Aussen
Geef als eerste een reactie