‘Maar het ging per óngeluk’. Ik hoor het mezelf nog zeggen. Vol verontwaardiging omdat mijn ouders me terechtwezen over iets wat in niet met opzet had gedaan (de hark stukgemaakt). Mogelijk nog groter was mijn verbolgenheid als ze me vroegen iets op te ruimen wat niet door mij was achtergelaten maar door een van mijn zussen. ‘Maar dat ís helemaal niet van mij!’ jammerde ik dan.
Saai
Parasjat Wajikra, het leest niet echt lekker weg. Geen spannend verhaal, geen onverwachte plotwendingen, extravagante uitspattingen, ingewikkelde conflicten of een beetje een lekkere strijd. Het is een droge opsomming van welke offers op welke manier gebracht moesten worden met veel herhalingen.
Het eerst aan de beurt komen de offers die vrijwillig gedaan werden. Nauwkeurig wordt beschreven wát geofferd moet worden en ook hoe, en in welke volgorde de handelingen uitgevoerd moeten worden. Een beetje saai. (Tora zou Tora niet zijn als zelfs zo’n repeterende opsomming niet zijn poëtische momenten kent. In dit geval de ontroerende intimiteit van een hand die op het hoofd van een offerdier gelegd wordt. Ook al wordt het daarna geslacht, in stukken gesneden, van ingewanden ontdaan en verbrand).
Na de vrijwillige offers gaat het over de offers die gebracht moeten worden als verzoening voor overtredingen die onopzettelijk zijn begaan.
Groei
In die opdracht, om offers te brengen als middel voor verzoening, ook als je je er niet bewust van was dat je iets verkeerd deed, zitten een aantal fundamentele Joodse principes besloten. Zoals: goede intenties zijn niet afdoende. Er wordt van je verwacht dat je de wetten en (morele) verplichtingen kent én dat je daarnaar handelt.
Iets niet weten ontslaat je niet van verantwoordelijkheid voor je acties. Want ook al wist je niet dat je iets verkeerd deed, óf je deed het ‘per ongeluk’, de gevolgen van je handelen zijn er wel. (Ik wilde alleen maar met de hark spelen. Dat die stuk zou kunnen gaan als ik hem zou gebruiken als paard had ik niet voorzien, en het was zeker niet mijn bedoeling. Stuk was ‘ie wel.)
Wajikra leeft ons dat we ook in zo’n geval toch verzoening moeten zoeken, stil moeten staan bij wat er misging, er verantwoordelijkheid voor moeten nemen en moeten herstellen. Die verantwoordelijkheid om overtredingen te herstellen, het liefst op een manier die je iets kost, is een aanmoediging je voortdurend bewust te zijn van je handelen. Het vraagt erom je kennis en bewustzijn over wat wel en niet juist handelen is te blijven uitbreiden, en om altijd zorgvuldig te zijn in wat je doet. Het zorgt kortom, voor wat je tegenwoordig een ‘growth mindset’ noemt.
Het grotere geheel
Dat jouw handelen niet alleen impact heeft op jou maar ook op dat van anderen, de mensen om je heen, de gemeenschap (of op de hark, of op hoe de tuin er vanaf nu uit zou zien, of op de portemonnee van je ouders) is een tweede principe dat we terugzien in Wajikra: we moeten ook offers brengen voor overtredingen die we niet persoonlijk hebben begaan. Je bent niet alleen verantwoordelijk voor jezelf, maar draagt ook verantwoordelijk voor de gemeenschap waartoe je behoort. Ook voor de overtredingen, zelfs als die zonder weten of opzet begaan wordt, die anderen begaan hebben. En ook deze moeten worden rechtgezet, door ieder persoonlijk.
De twee principes zijn ook met elkaar verbonden: als een persoon een ‘offer’ brengt, iets rechtzet wat zij verkeerd deed, dwingt dat haar dat om na te denken over haar eigen handelen en bewuster om te gaan met voorschriften en geboden, bewuster juist te handelen. Door dit te doen moedig je anderen hetzelfde te doen.
Hoop
Maar goed, dergelijke principes, verantwoordelijkheid zijn, ook voor wat je niet weet, en ook voor wat je niet persoonlijk gedaan hebt, lijken hopeloos uit de tijd te zijn. Alles draait om verontwaardiging, woede, morele superioriteit zonder de complexe werkelijkheid te (willen!) aankijken, slachtofferschap (pun not intended).
Zelfreflectie is wel een buzzword, maar volgt in de praktijk vaak platgetreden paden. Om van het idee van een collectief, van solidariteit of van gedeelde verantwoordelijkheid nog maar te zwijgen.
De wereld lijkt op dit moment behoorlijk onherbergzaam en onveilig, voor heel veel mensen, en het is moeilijk niet wanhopig te worden. Waar vinden we nog hoop?
Zelf
Helaas is het vooralsnog niet goed gelukt de lessen uit Wajikra over te brengen op de rest van de wereld. Gelukkig zijn we er zelf, ondanks een paar millennia oefenen, ook nog niet helemaal uit.
Het enige wat erop zit is, heel old skool, de wereld te verbeteren door maar weer eens bij jezelf te beginnen. Geen originele boodschap, geen verrassende, maar misschien toch een die wat hoop biedt. Op zijn minst handelingsperspectief. Want wijzelf, dat zit binnen onze invloedssfeer. En als wij het doen, dan leven we vóór.
Als een van onze kinderen zegt: ‘maar dat ís helemaal niet van mij’, of ‘maar dat deed ik niet expres’, slaan we ze om de oren met Wajikra, en dan kijken we snel weer goed naar onszelf.
We zorgen dat we ons blijven afvragen: is dit juist? Wat als ik me vergis? Wat zou ik nog meer moeten weten? Zie ik iets over het hoofd? Hoe kan ik dit herstellen? Wat kan ik bijdragen aan verzoening? Wie weet brengen we zo nog wat andere mensen op een idee. En zo niet, dan zijn we toch zelf weer wat verder gekomen.
Sjabbat sjalom
Geef als eerste een reactie