Egypte heet soms Amsterdam

Parasjat Besjalach

beeldmerk Parasja

De parasja opent met:

“וַיְהִי בְּשַׁלַּח פַּרְעֹה אֶת הָעָם”
“En het gebeurde toen Farao het volk wegstuurde”
(Sjemot / Exodus 13:17)

Op het eerste gezicht lijkt het alsof Farao vrijwillig Israël laat gaan. Maar onze wijzen lezen dit heel anders. In Sjemot Rabbah 20:1 staat dat Egypte Israël niet zozeer liet gaan, maar hen uitspuugde, vergelijkbaar met iemand die iets giftigs in zijn lichaam heeft en het moet uitbraken. De midrasj gebruikt expliciet het beeld dat Mitsrajiem (Egypte) Israël niet langer kon verdragen.

Ook Ramban (Nachmanides) op Sjemot 13:17 legt uit dat de uittocht geen beslissing van Farao was, maar het gevolg van totale ineenstorting. Egypte had Israël nodig voor de economie, maar werd tegelijkertijd door hun aanwezigheid vernietigd. Het systeem werkte niet meer.

Mosjé’s boodschap aan het volk is daarmee glashelder: jullie horen hier niet meer. Niet omdat jullie zo graag weg willen, maar omdat deze plek jullie niet meer kan vasthouden. De volgende stap is onvermijdelijk: op weg naar Erets Jisraël, het beloofde land.

Parasjat Besjalach – als blijven geen optie meer is

Parasjat Besjalach vertelt niet alleen het verhaal van een historische uittocht, maar raakt aan iets existentieel menselijks. Want vertrekken is zelden romantisch. Egypte was verschrikkelijk, ja. Slavernij, onderdrukking, vernedering. Maar het was ook voorspelbaar. Je wist waar je aan toe was. Je had eten. Je had een dak. Je wist hoe morgen eruitzag.

En dan zegt Mosjé: we gaan weg. De woestijn in. Geen zekerheid. Geen kaarten. Geen garanties.

Dat is precies waarom het volk zo worstelt. Vrijheid is geen comfortabel concept. Vrijheid vraagt beweging, risico en vertrouwen. En juist dat maakt Besjalach zo herkenbaar voor vandaag.

Als het leven je eruit duwt

Veel mensen zitten vandaag vast in een ‘Egypte’ zonder dat ze dat zo noemen. Een baan die leegzuigt, maar wel zekerheid geeft. Een relatie die al lang niet meer klopt, maar vertrouwd voelt. Je weet dat het niet goed is, maar je weet tenminste wat je hebt.

En dan gebeurt er iets. Je wordt ontslagen. Een partner loopt weg. De situatie stort in. Op dat moment voelt het als falen. Als afwijzing. Als verlies van controle. Het haalt je onderuit.

Maar Besjalach leert iets ongemakkelijks: soms is het niet jouw taak om te vertrekken. Soms duwt Hashem je eruit. Niet uit wreedheid, maar omdat je daar niet meer hoort. Als jij niet beweegt, zorgt de werkelijkheid wel voor beweging.

Dat betekent niet dat je geen rouw mag voelen. Integendeel. Het volk huilt, klaagt en is bang. Maar achteraf blijkt: deze breuk was noodzakelijk om verder te kunnen. De energie moest elders heen.

Diaspora en Israël – dezelfde dynamiek

En dan de bredere laag. Joden in de diaspora. Soms leef je er goed. Soms zelfs heel goed. En toch word je steeds weer aangesproken op je Jood-zijn. Antisemitisme is geen abstract begrip, het is iets wat binnendringt in het dagelijks leven.

Net als in Egypte kun je zeggen: het is niet ideaal, maar het werkt. Tot het niet meer werkt. Tot de omgeving je laat voelen dat je er niet echt bij hoort. In die zin is antisemitisme een harde, pijnlijke spiegel.

Je kunt zelf het initiatief nemen, zoals ik heb gedaan door twintig jaar geleden bewust van Nederland naar Israël te gaan. Of de omstandigheden dwingen je, zoals Farao uiteindelijk gedwongen werd Israël weg te sturen.

Egypte kotste ons uit. Niet omdat we zo zwak waren, maar omdat we daar niet thuishoorden.

Tot slot

Parasjat Besjalach zegt niet dat elke breuk goed voelt. Het zegt wel dat niet elke breuk een fout is. Soms is het de enige manier om verder te komen. Soms is het leven zelf de boodschapper die zegt: het is tijd.

De zee splijt pas als je erin stapt.

Sjabbat sjalom!

Over Gideon van der Sluis 14 Artikelen
Gideon van der Sluis is geboren in Amsterdam en studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Hij richtte onder meer Jpig, Cidi jongeren, de stichting Orange Juice en de coöperatie Jong Joods Nederland op. Als voorganger van de Gerard Dousjoel en lid van Amsterdams Synagogaal Koor hield hij ook de Nederlandse wijsjes in het vaandel. Nochtans verruilde Gideon Nederland voor Israël en is hij lid van de Israëlische orde van advocaten. Ook in Israël is hij actief in het bestuursleven: eerst als voorzitter van het Jad Davids-fonds en erna vier jaar als voorzitter van de Irgoen Olei Holland.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*