Toegangsbewijs tot de Seider. Een Joods kinderleven in Amsterdam Zuid, jaren dertig

Leonard Vis is in 1930 geboren in Amsterdam Zuid. In 1954 emigreerde hij naar de Verenigde Staten. Sinds 1976 woont hij in Toronto, Canada. Herinneringen uit zijn kinderjaren aan de kleuterschool op het Albert Hahnplantsoen, Joodse les in de Bronckhorststraat en de voorbereidingen voor Pesach.

In het Amsterdam van voor de oorlog nam “Zuid” een bijzondere plaats in. Het was de buurt waar het intellectuele leven van die tijd welig tierde. De musea waren er, het Concertgebouw stond er en er waren nieuwe scholen met nieuwe onderwijsmethodes. Voor een opkomende groep van gegoede middenstanders, zelfstandige ondernemers, universitaire leerkrachten en hogere ambtenaren was hier de buurt van hun keuze. Ook het religieuze leven paste zich aan: er verrezen kerken, synagogen, gebedshuizen van diverse pluimages – restaurants, cafés en bars bleven niet achter. Oud Zuid werd begrensd door het Vondelpark ten noorden, de Overtoom dus, en het Noorder Amstelkanaal ten zuiden. Daar beneden lag het Nieuwe Zuid, dat eindigde met het Zuider Amstelkanaal. Wat nu Buitenveldert is heette toen: ”de Zandvlakte”.

Daar, in dat oude Zuid, ben ik op 16 september 1930 geboren. Dat was mijn buurt, mijn wereld. Mijn ouderlijk huis stond in de Richard Holstraat. Nummer 6. De Richard Holstraat is een van de kortste straten van Amsterdam. Hij loopt van het Jacob Obrechtplein zuidwaarts naar de Reynier Vinkeleskade. C’est tout. Daar zijn mijn ouders vanaf hun trouwen in 1929 gaan wonen. Een keurig benedenhuis, met een tuintje ervoor en een ietwat grotere tuin erachter.

Ik ging naar de kleuterschool in het Muziek Lyceum, Albert Hahnplantsoen – juffrouw Nonhebel en juffrouw Konijn waren daar met de leiding belast. Op het Hygiëaplein was een joodse school; daar gingen we niet heen, te ver uit de buurt. Joods zijn was heel mooi, werd bewust beleefd, maar niet voldoende om naar een joodse school te gaan.

David Hirsch

Leonard Vis in Amsterdam, 1934

In 1936 ging ik naar de grote school – eerst naar een voorbereidend klasje omdat ik op 1 september nog geen zes jaar oud was. Daarna ging ik naar de Willemsparkschool op de Jan van Goyenkade. Het schoolhoofd heette Koekendorp – grappige naam. Dat is ook de periode dat ik naar Joodse les ging, samen met Evelientje Mendelsohn. Zij woonde in de Beethovenstraat en onze leraar, David Hirsch, woonde in de Bronckhorststraat. Evelientje was een nichtje van Ilse Lustig die tegelijk met mij geboren was in de CIZ. Ik kwam bij Hirsch vanaf toen ik vijf jaar oud was. We gebruikten het boek Hameliets. Ik heb daar bij meneer Hirsch veel geleerd – veel dat ik nooit ben vergeten! Heb het nooit meer zo naar mijn zin gehad als toen. Fijne man. Heel speciaal waren de bezoeken aan zijn vader die een sigarenzaak had in de Dufaystraat. Een uiterst geleerde maar ook vriendelijke filosoof. Hij heette Benzion. [Benzion Hirsch was een broer van opperrabbijn Samuel Juda Hirsch van Overijssel.] Wij kregen snoep van hem. Ook bezochten we het Bijbels Musem in de Hemonylaan. David Hirsch nam ons ieder jaar mee naar de Matsefabriek van De Haan – het begin van de lessen over Pesach.

Pesach was altijd een speciaal feest, er zaten allemaal dingen aan vast die in de loop van het jaar nooit zag of deed. Mijn moeder haalde het Pesach-servies uit de kelder. Het zat in grote ronde manden, alles netjes ingepakt in kranten – een vleeskostafdeling en een groep borden voor melkkost. Die laatste kan ik me nog herinneren: wit met een gevlochten witblauwe ketting als motief op de rand van het bord. Er was een grote schoonmaak door moeder, de dienstbode en de werkster in actie, van de keuken tot de slaapkamers.

ronde dozen van karton

Maar het klapstuk kwam in de week voor Pesach. Dan nam meneer Hirsch ons mee naar de matsefabriek van De Haan in de Valkenburgerstraat. De directeur van de matsefabriek, Isidore de Haan, woonde zelf in de buurt, in de Lairessestraat 62, hoek Banstraat. Naar de Valkenburgerstraat was voor mij een hele reis, met de tram, en nog een stuk lopen daarna. Maar wat een evenement! Alleen, je mocht van de matses niets eten, dat mag niet voor Pesach anders kun je geen ‘sjehechejanoe’ zeggen als je op Seideravond voor het eerst de matses eet. Die hele machinerie, dat lawaai, en dan die matses die zo netjes van de lopende band af kwamen. Ze werden verpakt in grote ronde hoge kartonnen dozen. Dat zie je nu niet meer – nu zijn het vierkante dozen, want vierkante matzes maken het bakproces veel gemakkelijker.

Ma Nisjtanna

Het grootste karwei met Pesach was wel het leren van Ma Nisjtanna onder leiding van de heer Hirsch en met medewerking van mijn vader thuis. Mijn grootvader, door ons steevast “Gropa” genoemd, Louis de Paauw, woonde op de Stadionweg 92 beneden. Op zaterdagochtend haalde hij mij op, samen met een andere kleinzoon, Hans Polak die in de Jan van Eijckstraat 6 woonde, om naar de sjoel op het Obrechtplein te gaan. Later kwam daar mijn broer Arthur bij, geboren in 1934. De eerste avond van Pesach werd altijd bij Gropa gevierd op de Stadionweg. Ma Nisjtanna kunnen zeggen was het toegangsbewijs voor deelname aan de Seider. Voor dat ik mocht deelnemen kon mijn twee jaar oudere nicht Lia al Ma Nisjtanna zeggen. Na mij volgde mijn neef Hans en daarna mijn jongere broertje Arthur. Zo werd Seideravond een van de hoogtepunten van het jaar voor een kind van mijn leeftijd. In mei 1940, met de inval van de Duitsers, kwam aan deze idylle een einde. Er werd een huis gehuurd voor de zomer in Bussum. Daar werd besloten om uit Amsterdam naar Bussum te verhuizen, omdat het een veiliger oord leek dan mijn tot dan vertrouwde Amsterdam Zuid.


cover: Matsefabriek de Haan in de Valkenburgerstraat, foto auteur

Over Leonard Vis 1 Artikel
Leonard (Leo) Vis - Amsterdam 1930, is de oom van Ruben Vis. Hij woont in Toronto met zijn Canadese vrouw Dorothy. Hij is lid van het Simon Wiesenthal Centrum en is een veelgevraagd spreker voor scholieren en studenten over het onderwerp 'Survival Skills & Street Smarts - how I survived the Holocaust in hiding'. Zijn onderduikouders vernoemden een zoon naar hem. Een bijzonder en uniek gebaar. Leo schrijft regelmatig jeugdherinneringen op voor zijn jongere familieleden.

1 Comment

  1. Wat een leuke inkijk in het leven van voor de oorlog, ik herken vele facetten uit dit verhaal in mijn eigen levensverhaal, veel dank dit te delen

Laat een antwoord achter aan Ephraim Goldstoff Reactie annuleren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*