‘Ik zou ze allemaal doden’

Print Friendly, PDF & Email

Ruim een week geleden kwam ik terecht in een e-maildiscussie over de situatie in Israël. De deelnemers in de discussie zijn allen vrienden van Israël. Sommigen wonen er, anderen beperken zich tot het hebben van familie aldaar. Sommigen zijn felle aanhangers van Likoed, anderen zijn iets gematigder. Aangezien ik onderdeel van deze groep bleek te zijn meende ik iets te moeten toevoegen. De gedachten die daarbij gestalte kregen, wil ik graag delen met de lezers van De Vrijdagavond.

De situatie in Israël is inmiddels nogal gewijzigd. Verergerd, om niet te zeggen zorgelijk. De rellen zijn gebleven maar er zijn nu ook grote hoeveelheden raketten uit Gaza op Israël terechtgekomen waarvan er meer doel troffen dan in het verleden, met doden tot gevolg. Israël heeft inmiddels geantwoord met zware tankbeschietingen en luchtaanvallen. Daarbij zijn diverse leiders van Hamas gedood, maar ook vele burgers en vele gebouwen en woningen verwoest. Zoals gebruikelijk worden beide partijen momenteel gemaand om een bestand te sluiten. Beide wijzen dit af. De Israëlische regering draait er niet om heen, ze zijn nog niet klaar met Hamas. 

Mijn gedachten gaan ruim veertig jaar terug. Ik zou een dag-durend seminar in Antwerpen geven. Er was voor mij een kamer geboekt in het Crowne Plaza hotel aan de ringweg. Ik arriveerde in de avond. Na inspectie van de kamer ging ik naar de lounge. Daar installeerde ik me met een drankje. De krant lezende hoorde ik Ivrith praten. Een groepje jonge, ogenschijnlijk succesvolle, Israëli’s zat druk te praten. Het ging over hun heldendaden en vooral over de schandalige Palestijnen die het waagden om aanslagen te plegen. Ik luisterde een tijdje voordat ik hen goedenavond wenste, in Ivrith. Dat spreek ik gelukkig nog steeds vloeiend maar toen toch iets vloeiender dan nu. Hoe dan ook. Ze nodigden me uit om bij hen te komen zitten. Het gesprek ging nu verder met mij erbij, die het niet met hen eens was. Na een tijdje vroeg ik aan degene met het hardste geluid, wat hij zou doen als hij in de situatie van de Palestijnen zou zijn. Hij aarzelde geen moment: ‘Ik zou ze allemaal (de Israëli’s) doden’.

Door dit mini rollenspelletje begreep ook hij onmiddellijk hoe het in feite in elkaar zat. De situatie is in wezen niet veranderd. Ook toen was Israël de baas in de bezette gebieden, ook toen waren de Palestijnen tweederangsburgers. Maar er is toch ook wel veel veranderd. Israël heeft zich sinds die tijd ontwikkeld tot een superpower. Dat is mooi en daar mogen we trots op zijn. Willen we trots kunnen zijn op een superpower dan zou het morele besef daar ook van hoog gehalte moeten zijn. Maar we kunnen er niet omheen dat dit in de Israëlische politiek niet het geval lijkt. Extreemrechtse politici en fanatieke religieuze partijen maken in toenemende mate de dienst uit. De settlers lijken ook bepaald niet uit te munten in moreel besef. In de Oslo akkoorden (1993) was afgesproken dat er geen nieuwe nederzettingen zouden komen. Daar hebben settlers zich nooit aan gehouden, integendeel. De huidige politici hebben dat meestal vrij gemakkelijk geaccepteerd. De rechtszekerheid van de bevolking staat onder druk. Vroeger was dit de parel waarvoor Israël terecht bewonderd werd. Nu mogen we blij zijn als de rechters binnenkort niet benoemd en gecontroleerd gaan worden door de regering. We hebben een premier die zich ondanks niet geringe corruptie niet terugtrekt. Integendeel een premier, die het proces weet te rekken en zich zozeer heeft verlaagd dat men, ook in Israël, niet uitsluit dat hij hoopt persoonlijke vruchten te plukken bij zo lang mogelijke escalatie van het acute militaire conflict.

De Westbank Palestijnen verkeren in feite in een steeds onmogelijkere positie. Hoogleraar Maurits Berger (leerstoel Islam en het Westen) beschreef dit proces kernachtig (NRC 15 mei jl.) onder de kop ‘Palestijnen kunnen niet meer ademen’. Dat is niet overdreven. De boeren moeten leven met de terugkerende vrees voor nieuwe nederzettingen, of uitbreiding van bestaande. De burgers moeten ermee leven dat zelfs het wonen in hun huizen in buurten waar zij al decennia hebben gewoond hen kan worden afgenomen, onder legale voorwendselen.

Juist door de superieure technologische en militaire macht van Israël wreekt zich het gebrek aan morele superioriteit. Immanuel Kants categorische imperatief biedt wat dat betreft een goed uitgangspunt: Wat gij niet wil dat u geschiedt doe dat ook een ander niet! 

Ik wil bovenstaande samenvatten in een aantal gedachten en aanbevelingen.

  • Bedenk: Niet de zwakke partij heeft de sleutel tot het oplossen van een conflict. Daarom benoem ik hier wat Israël kan doen. Dit betekent niet dat de Westbank Palestijnen zelf geen grote fouten maken en hebben gemaakt. Dat geldt zeker voor hun leiders. 
  • Stop met elke vorm van vernederen van de (Westbank) Palestijnen. Integendeel, probeer hen te laten merken dat men hun noden begrijpt. 
  • Bedenk: dat er een groot verschil is tussen Hamas en de Palestijnen op de Westbank. 
  • Gebruik de Israëlische wetten optimaal om ook de (Westbank) Palestijnen te beschermen tegen Joodse extremisten. 
  • Zorg ervoor dat de ‘trias politica’ in alle opzichten gehandhaafd blijft.
  • Zorg voor afname van hebzucht en corruptie in de Israëlische samenleving.

Dit alles zou het uitgangspunt kunnen en moeten zijn. Is het gemakkelijk? Natuurlijk niet, wel nodig! De vrolijke Israëli’s in het Antwerpse Crowne Plaza hotel begrepen dit heel goed.

Over Freddy Lange 1 Artikel
Alfred (Freddy) Lange is in 1941 in Scheveningen geboren. Lange doorliep Joodse lagere en middelbare scholen; orthodoxe yeshieva in Jerusalem. Hij studeerde psychologie aan de Universiteit van Amsterdam (UVA) en is thans aan die universiteit emeritus hoogleraar klinische psychologie.

5 Comments

  1. Ik vindt het lef hebben om in Nederland te wonen, zo ver van de honderden raketten, die op Israel zijn afgeschoten, niet mee te maken wat er in Israelische steden in het centrum van het land gebeurd (zie Lod, Ramleh enz.) en dan nog kritiek te uiten, of “uit te leggen waarom dit allemaal gebeurd vanwege de arme Palestijnen”.

  2. Dit gevoel is voorstelbaar. Om kort te zijn. Een echte vriend geeft ook echte kritiek als er veel aanleiding is. Ik heb in Israël gewoond, heb er lieve familie, ik houd van Israël. Ook als je niet in Israël woont en voor Israël het goede wenst dan heb je niet alleen het recht maar m.i. de plicht om opbouwende kritiek te leveren. Dwz. met concrete gedachten wat er zou kunnen gebeuren. Het is niet zinvol om je tegenstanders te bekritiseren. Dat zijn niet de mensen die waarde zouden kunnen hechten aan wat ik verkondig.

  3. Goed stuk en hardgrondig mee eens. Let wel dat discriminatie van de Arabische Israeliers al begin jaren 70 in volle gang was.

Laat een antwoord achter aan Daniel Vorst Antwoord annuleren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*